De Emmastraat 1

Ik krijg naar aanleiding van mijn blogs onregelmatig de vraag: wanneer doe je de Emmastraat nou eens? Daar is toch niet veel mis mee? Zo’n mooie sfeervolle straat… Dat ben ik natuurlijk eens met die vragenstellers, maar dat daar niks aan de hand is, is wat kort door de bocht. De huizen zijn inderdaad nog best gaaf. Juist omdat ze tamelijk groot zijn (in de bouwplannen werden het middenstandswoningen genoemd) wonen en woonden er dikwijls kapitaalkrachtige families in. Die hadden en hebben het geld om hun panden goed te onderhouden. Maar dat wil niet zeggen dat er in de 110-117 jaar dat ze er staan nooit rare dingen mee zijn gebeurd.

Het oudste rijtje, 1-11, is inderdaad al uit 1907. Kort nadat baas Hoek in 1906-07 zijn eerste rij arbeidershuizen aan de Hendrikstraat had gebouwd en aan het show-rijtje Willemstraat 1-9 was begonnen (nu een gemeentemonument) plande hij een rij veel sjiekere en grotere huizen dan die aan de Hendrikstraat. Ze moesten aan de Emmastraat komen, vanaf de hoek met de Dubbeldamseweg tot aan de hoek van de Hendrikstraat. Aan een straat die genoemd was naar de geliefde, toenmalige, koningin-moeder moesten het wel woningen van een bepaalde stand zijn. Waarschijnlijk waren ze erg succesvol, want hij begon in 1908 met twee andere rijtjes aan de Emmastraat, 13-25 en 2-12. En dat terwijl hij in 1907 al begonnen was de rest van de Hendrikstraat tussen Mauritsstraat en Emmastraat vol te bouwen en in 1908 ook nog de hele Sophiastraat afwerkte en de even rij aan de Frederikstraat begon.

Er is een zeldzame foto van de Emmastraat waarop de eerste drie rijen staan in een verder nog leeg gebied. Ik schat hem kort na de bouw, misschien nog in 1908, maar waarschijnlijk in 1909 genomen, want er staan nog geen huizen aan de Dubbeldamseweg. Het hoekhuis van die weg met de Leliestraat (nu 150) is nog te zien en we weten dat Van Hoek in 1910 aan dat deel van de weg ging bouwen.

De Emmastraat ca 1909, links de rijtjes 13-25 en 1-11 en rechts 2-12. In het midden de Rozenstraat met op de hoeken links Dubbeldamseweg128 en rechts nr 130. Tussen de twee eerste rijen ligt de Hendrikstraat, op de voorgrond links de Sophiastraat en rechts de oostkant van wat nu het Emmaplein is, maar dat begon als een plantsoentje.

Pas in 1913 en 1914 werden de andere twee rijen in de straat gebouwd. Dat was geen werk van baas Hoek meer. De nrs. 14-34 uit 1913 waren van Abraham (Bram?) Brand die een timmerbedrijf aan de Suikerstraat had. In 1914 bouwde timmerman Simon Hurkmans van de Voorstraat de nummers 27-37 en het daarbij aansluitende pand om de hoek van de Frederikstraat, nummer 38. Het is verwonderlijk om te zien hoe die rijen afweken van wat baas Hoek tot dan toe allemaal gebouwd had. 27-37 sloten nog wel een beetje aan met hun torentjes, maar het was een veel minder symmetrisch ensemble. Met name 14-34 was toch wel anders en het waren ook boven- en benedenwoningen, in tegenstelling tot de eensgezins panden in de rest van de straat. Maar daar ga ik het later over hebben.

Ik ga in de volgende blogs achtereenvolgens de vijf rijtjes aan die straat behandelen. Er is tamelijk veel van de plannen en bouw bewaard gebleven en er zijn ook nog wat leuke oude foto’s van de straat.

Wordt vervolgd

Naar boven

Oranje straatnamen 2

Als de Willemstraat niet naar de vader van Willem, Maurits en Alexander genoemd is (als, hè, het is niet zeker!) is dat dan een verborgen kritiek op de vader van de in 1906 regerende koning Wilhelmina? De koning Willem III (1817-1890) was in zijn tijd niet populair. Vanwege zijn onheus, lomp en wispelturig gedrag werd hij door een politiek commentaror koning Gorilla genoemd. Die bijnaam bleef hangen. Hij lag regelmatig overhoop met de regering, die hem veel te liberaal was. Met zijn twee overblijvende zoons kon hij ook niet opschieten. Verder had hij allerlei affaires met dames en stond in het land bekend om zijn sexuele uitspattingen.

Koningin Sophie, ca 1850, foto van geschilderd portret

Koningin Sophie, daarentegen, kreeg wel een straat naar zich genoemd. Sophie, voluit Sophia Frederika Mathilda, prinses van Württemberg (17 juni 1818 — 3 juni 1877), was sinds 1839 getrouwd met haar volle neef koning Willem III: hun moeders waren  zusters. Van 1849 tot haar overlijden was ze koningin der Nederlanden en groothertogin van Luxemburg. Ze was een ontwikkelde vrouw die neerkeek op haar echtgenoot. Ze correspondeerde liever met Europese intellectuelen en bevorderde en subsidieerde de vaderlandse kunsten. Na 1855 leefde ze volledig gescheiden van haar man. Ze had niet veel contact met het volk, maar was wel begaan met de toestand van het land en deed veel aan liefdadigheid.

Koningin Emma, kort na haar huwelijk met Willem III

De koning wilde na haar dood hertrouwen met een Franse operazangers, maar daar stak de regering een stokje voor. Hij ging dus maar op zoek naar een Duitse hoog-adellijke bruid en vond  die in de toen 19-jarige prinses Emma van Waldeck en Pyrmont, voluit Adelheid Emma Wilhelmina Theresia, (2 augustus 1858 – 20 maart 1934). Ze trouwden 7 januari 1879 in Duitsland. Willem was toen 61. Al in  augustus 1880 werd zijn enige kind, dochter Wilhelmina, geboren. Na zijn dood in 1890 werd koningin Emma de voogd van haar toen 10-jarige dochter, en was regentes tot die in 1898 zelf ging regeren. Emma was geliefd in Nederland en de straatvernoeming in Dordrecht, evenals die van Sophia, was daar een teken van. Het gezinsportret bovenaan dit blog is een nogal geposeerd geheel, dat niet erg lijkt. Ik denk niet dat de tekenaar/lithograaf Ten Kate ze echt voor zich heeft gehad. Het was een kleurenlitho die als ‘premieplaat’ bij de krant Het Nieuws van de Dag werd verspreid en dateert van rond 1886.

Koningin Anna Paulowna, 1841, olieverfschilderij door Jean-Baptiste van der Hulst

De moeder van koning Willem III was de Russische grootvorstin Anna Paulowna (18 januari 1795 – 1 maart 1865). Zij was de dochter van tsaar aller Russen Paul I en de zuster van de volgende tsaar Alexander I en behoorde tot het huis Romanov. Haar zuster Catharina was de moeder van koningin Sophie. Willem II en Anna kregen vijf kinderen van wie vier overleefden: Willem dus, Alexander, die op 29-jarige leeftijd overleed, Hendrik, die we nog tegen zullen komen, en Sophie. Het is niet waarschijnlijk dat deze Alexander en Sophie de naamgevers van Dordtse straten waren, aangezien ze niet erg bekend waren in Nederland, terwijl Hendrik en natuurlijk Willem dat wel waren. Anna Paulowna had na de dood van koning Willem II nog vrij veel invloed in het land en op de volgende generatie van de familie, maar de straat die pas sinds 1925 haar naam draagt was pas rond 1930 gedeeltelijk bebouwd en de naamgeving is net als die van de Saksen-Weimarstraat (ook uit 1925) een beetje een nakomertje.

Wordt vervolgd

Naar boven

De oudste huizen in de Oranjebuurt

De huizenrijtjes aan de oostkant van de Dubbeldamseweg, de even kant, keken, over de weg heen, al sinds een paar jaar voor 1900 naar het westen uit over honderden meters weiland. Helemaal  tot aan de Krispijnseweg, die toen nog Spuiweg heette en die nog geheel onbebouwd was. Dat weidegebied was het oude domein van de heren van Dubbeldam wiens buitenplaats al 130 daarvoor was afgebroken. Van de tuinen die om het huis hadden gelegen was niets meer over; alleen de omtrekken van een formele tuinvijver waren nog in het weiland te zien. En er stond alleen nog een tuinmanswoning en een flinke boerderij die gerund werd door de familie Molendijk aan wat nu de Mariastraat is. Dit land was van de oorspronkelijke erfgenamen aangekocht door de heer Blok, een rijke heer uit ’s-Gravendeel.

De jongste zoon van baas Hoek, Leo, vertelt in zijn levensbeschrijving van zijn vader hoe die betrokken raakte bij de ontwikkeling van dat gebied. Hij kreeg namelijk in de gaten dat die weilanden al jaren lang onbebouwd waren terwijl de gemeente dringend om bouwterrein verlegen zat. Maar er was niemand die dat risico durfde te nemen en zo bleef land dat sinds de grenswijziging van 1903 inmiddels Dordts eigendom was braak liggen.

De afstand tussen beide wijken in 1923

“Het praatje ging rond dat (Blok) er danig mee in zijn maag zat. Het zou een grondspeculatie geweest zijn, die dreigde te mislukken. Gerrit dacht: als die Blok zo omhoog zit met die grond, kan ik hem misschien wel zover krijgen, dat ik een gedeelte ervan, op eigen risico, maar om te beginnen zonder voor de grond te betalen, kan bebouwen.”

Blok was echter niet zo toeschietelijk en het kostte Gerrit van Hoek meerdere gesprekken om hem over te halen. Dat lukte pas toen hij voorstelde om te beginnen maar eens zes eenvoudige huisjes te bouwen die hij dan zou proberen te verkopen. Als dat lukte zou hij de grond waarop ze stonden kopen en er hypotheek op nemen. De eigenaar, die schulden had bij de bank, hapte toe en de bank werkte mee. Gerrit maakte bouwtekeningen en –plannen en die werden goedgekeurd door de bank en wat later door de gemeente. Hij kon aan de slag. Eerst nam hij nog ontslag bij aannemer Bozuwa, voor wie hij werkte. Die vond het maar een gewaagd plan, maar wenste hem succes. Gerrit zou als eerste huizen gaan bouwen ten westen van de Dubbeldamseweg. Zo noemde hij het plan ook: Bouwplan voor zes woonhuizen op het bouwterrein aan den Dubbeldamsche weg.

Plattegrond van de te verkopen kavels aan de Dubbeldamseweg oneven, 1902. Ik woon op nr 2

Ik ben lang op zoek geweest naar die zes huizen aan de Dubbeldamseweg, maar heb ze tot voor zeer kort nooit gevonden. De rijen die daar in de jaren tien aan de westkant zijn gebouwd (voor een deel door Van Hoek) zijn alle langer. Of juist korter. Dat kwam omdat de kavels direct aan de weg, na de sloot, al te koop stonden sinds 1902, en je daar niet zomaar kon gaan bouwen. Maar nog niemand had toegehapt. Er moest dus wat naar achteren gebouwd worden en dan kwam je op de plaats waar nu de Hendrikstraat ligt. Er moet kort na 1902 al een stratenplan zijn ontworpen. De straatnamen in die buurt zijn namelijk in november 1906 vastgesteld, dus toen moet al bekend zijn geweest welke straat waar kwam. De tracees zijn echter pas in 1908 voor het eerst, nog onbebouwd, op een stadsplattegrond te zien.

De locatie van de oudste huizen op het plan uit 1906

Toen ik recent de bouwvergunningen van de Hendrikstraat nog eens bekeek viel me ineens een plattegrond en aanzicht op dat in 1906 was gedateerd en waar de namen van G. van Hoek en J.K. Schuiling op te lezen waren. Er zat ook een plattegrondje van dat deel van de buurt bij, waarop een rijtje van zes huizen op getekend stond aan de westzijde van de Hendrikstraat. De straatnaam staat er niet bij, maar omdat het de eerste straat na de Dubbeldamsche Weg is, is verwarring uitgesloten. Die huizen staan er nog steeds en nu hebben ze de nummers 29-39. Als je inmiddels de bouwstijl van Gerrit van Hoek kent is het maar al te duidelijk dat hij de stijl van de huizen die hij aan de Boogjes en in de Bloemstraat heeft gebouwd in de Hendrikstraat heeft voortgezet. Hier zijn ze echter nog uitbundiger gedecoreerd dan in de eerdere bouwsels.

HES 29-33 nu
HES 35-39 nu

Baas Hoek deed zelf al het timmerwerk en besteedde het metselwerk uit. Alles verliep vlot. Toen het werk bijna af was kwamen er zelfs al kopers op af. Vijf van de huizen waren verkocht bij de oplevering en Hoek ging zelf, met zijn vrouw, dochter en ouders, in het zesde wonen. Zijn oudste zoon Thijs werd er geboren. De medewerker J.H. Schuiling, die de bouwtekening eveneens had ondertekend, woonde er ook volgens het adresboek van 1908. Baas Hoek was toen al verhuisd naar zijn nieuwe werkplaats met bovenwoning aan de Sophiastraat 17.

HES 29-39 De oudste huizen van de Oranjebuurt, 1906, blauwdruk

Het rijtje huizen stond aanvankelijk eenzaam op de zandlichamen van de nieuwe straten, maar dat zou niet lang zo blijven. Begin 1907 moet hij het eclectische en monumentale ensemble Willemstraat 1-9 als teken van zijn kunnen voor de heer Blok hebben ontworpen. Misschien heeft dat er voor gezorgd dat hij nog datzelfde jaar in juli aan de realisatie van de zeer decoratieve middenstandshuizen op Emmastraat 1-11 kon beginnen. Vanaf september 1907 bouwde Gerrit van Hoek vervolgens de Hendrikstraat aan de oneven kant tot aan de Emmastraat vol. Op de bouwplannen wordt de naam Hendrikstraat nu wel genoemd, evenals de Sophiastraat. In 1908 bouwde hij vervolgens vanuit de nieuwe werkplaats de hele Sophiastraat, even en oneven, vol, trok de even kant van de Frederikstraat op en daarbij ook nog twee rijen aan beide kanten van de Emmastraat.

SOS 8-30 in blauwdruk 1908

Hij moet een ontembare werklust gehad hebben en een leger aan timmerlui, metselaars, dakdekkers, smeden en heiers aan het werk hebben gehad om al die projecten tegelijk aan te kunnen pakken. En daarna lieden om de huizen af te werken zoals loodgieters, gasfitters, stucadoors en schilders. De foto boven aan het blog die de bijna voltooide huizen van Sophiastraat 14-22 in 1908 laat bijna 30 werklieden in allerlei beroepen zien. Hij haalde ze uit heel Dordrecht en omgeving. Een Sliedrechtse vriendin, die nog in de Sophiastraat heeft gewoond, vertelde dat haar opa die een goede huisschilder was, graag voor hem werkte. Hij liep ’s morgens voor dag en dauw over de dijk naar het Papendrechtse veer, voer over en werkte de hele dag aan de nieuwbouw van de Oranjebuurt, en liep ’s avonds weer terug. Hij had zijn kleindochter verteld dat hij goed betaald werd en dat op het werk van baas Hoek niet gesjoemeld werd. Gerrit van Hoek was een vakman die alleen met betrouwbare arbeiders werkte. Er werden bij hem geen kantjes af gelopen. Hij was betrouwbaar. Vandaar dat zijn financiers, leveranciers, de banken en de gemeente en zeker zijn werkvolk met hem wegliepen. Vandaar ook dat hij de kans kreeg bijna in zijn eentje een nieuwe wijk uit de grond te stampen.

Naar boven

De jaren twintig 6

Halverwege de jaren twintig duiken A. Bakker en L. van Herwijnen van het gelijknamige architecten- en adviesbureau in de wijk op. Ze ontwerpen hier enkele rijtjes en zijn ook deels veranwoordelijk voor de bouw van de huizen daar. Er is bijzonder weinig te vinden over dit bureau en ik hoop dan ook dat lezers van dit blog meer over hen kunnen vertellen. Het is bekend dat ze ook de ontwerpen van de Julianakerk (1928) en de Marnixschool (1931), beide aan de Krispijnseweg, hebben gemaakt. Ook een aantal boerderijen (1933-38) in de nieuwe polder de Biesbosch zijn door hen ontworpen. In 1935 hebben ze nog de verbouwing van het smal toelopende hoekpand Hendrikstraat 65-Willemstraat in onze wijk getekend.

Willemstraat 48-54 1925

In 1925 ontwierpen ze voor de lege plek Willemstraat-hoek Emmaplein vier woningen en een pakuis met twee bovenwoningen,  waardoor die hoek werd opgevuld en het plein een afgesloten zuidoostwand kreeg. Het ontwerp heeft veel weg van de drie huizen uit 1921 aan de Dubbeldamseweg zuid 152-156, inclusief de horizontale roedeverdeling van de ramen. Was dit een eerder ontwerp van deze architecten?

WIS 48-54 nu, met wat nog bewaard is uit 1925

In verhouding tot de rij huizen in Willemstraat, nummers 28-46, uit 1909-1910, die een soort gezellige Anton Pieckuitstraling hebben, lijken de aansluitende nummers 48-54 en de hoek om 56-58 een streng en strak ensemble. De aanpassingen aan de nieuwe tijd zijn daar voor een groot deel de oorzaak van. Als je kijkt naar de roedeverdeling van 50 (deels) en 52 en het geheel vergelijkt met de foto bovenaan dit blog uit ca 1930 heeft het geheel wel degelijk een speels uiterlijk. Zeker in combinatie met de bomen. Ook hier zou een aanpassing van de andere huizen een mooie verbetering van het beeld opleveren. Dat is ook nog te zien aan het vervangen van de oude roedeverdeling van nr 54 door moderne glasplaten in 2021. Eeuwig zonde.

De complete hoek WIS-EMP

Het pakhuis en de twee bovenwoningen, 56-58, is ondanks de driehoekige uitstulpingen aan de zijkanten, met ramen op de verdiepingen, door zijn modernisering met kunststofkozijnen een vlakke, onaantrekkelijke wand geworden. Ook ondanks het decoratieve spitsbogige poortje tussen de blokken dat in een raam is veranderd.

SOS 2-6 1926
SOS 2-6 met de aanpassingen van nr 6

Een ander stukje straat dat Bakker en Van Herwijnen opvulden, in 1926-27, was het begin van Sophiastraat even, de nummers 2-6. Het was te smal voor drie volwaardige panden en dus is nr 6 60 cm smaller dan de andere twee. Iets dat in de plattegrond creatief werd opgevangen. De driehoekige uitstulpingen met hun ramen op de verdieping boven de deuren van 4 en 6 zijn bewaard gebleven, maar verder werden alle ramen en deuren vervangen door moderne exemplaren.

SOS 2-6 met de 2 bewaarde luifels en de bovendeurraampjes van nr 2

Deze twee architecten waren als professionals de eersten en enigen die na Van Bilderbeeks ontwerp voor het complex van de stichting Woningzorg uit 1913-14 bemoeienis hebben gehad met het bouwen in Nieuw-Krispijn-Oost. Ik vind hun twee (of drie) bijdragen aan het beeld niet slecht. Hun vormentaal lijkt op die van de timmerlui-aannemers, zoals Van Hoek, die hen voorgingen maar heeft iets eigens. Minder speels misschien, maar nog wel degelijk decoratief, zeker wat de roedeverdelingen en kleine ophogingen in de wanden betreft. De aanpassingen daarvan door latere bewoners en eigenaars hebben echter gezorgd voor een vervlakking van het origineel, dat stukken mooier was.

Wordt vervolgd

Naar boven

De jaren twintig 3

Ik ga weer verder waar ik was gebleven: in het begin van de jaren twintig. Nu aan de Mauritsweg, die toen nog Mauritsstraat heette. In eerdere blogs heb ik het al gehad over het blokje dat baas Hoek er in 1921 bouwde, de nummers 14-24, drie dubbele woningen. Het hoekhuis 22-24, op de hoek met de Sophiastraat is zelfs de aanleiding geweest voor deze hele website en zijn blogs.

MAW 14-24 1921 plus de zijgevel aan de Sophiastraat

Het rijtje is tamelijk eenvoudig van bouw, met nogal hoge, simpele rollagen boven de ramen en deuren. Alleen op de tweede verdieping zitten vijf rijen uitspringende bakstenen en onder het driehoekig naar voren springende stijltje tussen de dubbele ramen van 14 en 20 zit een klein naar onderen verkleinend bakstenen ornament. Alleen de uitspringende muurdammen boven de drie deurenparen hebben leuke decoratieve randen en een interessante onderkant die bijna golvend lijkt. Ik vraag me af of dat iemand ooit is opgevallen.

In de bovendorpel van de deuren zit nog een hoekig randje. De dammen lopen ook nog even door na de daklijst en vormen zo een mooie afwerking van het silhouet. Maar dat is nog maar het muurwerk. Behalve dat het op nrs 22-24 zwaar aangetast is door vocht, is het redelijke bewaard.

MAW 14-24 2024

De ramen en deuren zijn echter allemaal vervangen door moderne exemplaren; de raamkozijnen  zijn allemaal van kunststof. Tot 2018 zat er nog een originele roedeverdeling in de bovenramen op de verdieping van nr 20, maar die zijn inmiddels ook weg. Alleen boven de deurstellen zitten nog wat elementen uit 1921, maar het is opvallend dat die afwijken van de tekening. Die zullen dus al tijdens de bouw zijn gewijzigd.

Ik heb het hier even niet over de zijgevel aan de Sophiastraat; daar heb ik het al over gehad in Verwaarloosde hoeken 4.

MAW 26-40 1921

Het volgende rijtje, tussen de Sophiastraat en de Frederikstraat, nrs 26-40, bestaat uit vier dubbele woonhuizen. Ze zijn in opdracht van A. Boogertman en H. den Breker in 1921 gebouwd door Arie Boers van het Weeshuisplein. Het  complex heeft interessante plattegronden met ingenieuze oplossingen voor de trappenhuizen in de wat vooruitspringende ingangspartijen op de beide hoeken.  Verder is het zeer eenvoudig gebouwd met ook hier simpele rollagen boven ramen en deuren en weinig versiering. Alleen bij de driehoekige gevels van de beide buitenste ingangspartijen zit een verdikt bakstenen randje en de platte pilasters tussen de vier blokken hebben een eenvoudige horizontale decoratie. Er waren ook nog geveltuintjes voorzien, maar die zijn waarschijnlijk al heel lang geleden verdwenen.

MAW 26-40 2024

Wat hier wel bijzonder is zijn de nogal goed bewaarde roede verdelingen in de ramen en boven de deuren van 28, 34, 36, 38 en 40. In tegenstelling tot de wit geschilderde exemplaren laten die van 38-40 ook zien hoe donkergroene afwerking eruit ziet. Ik vind die wel mooi. Door die roedeverdelingen is  deze rij de best bewaarde van de drie.

MAW 42-52 1921

De nummers 42-52 vallen dan weer tegen. Ook deze rij is in 1921 gebouwd en wel door W. de Kluiver voor de heer K.H. Hijbeek van de Toulonselaan. Deze drie boven- en benedenwoningen hebben dan wel weer aardig bewaard muurwerk, waaronder driehoekige oplossingen onder de ramen op de verdieping van nr 42 en 52 en een mooie uitspringende hoek van 42 aan de Frederikstraatkant.

MAW 42-44 hoek Frederikstraat 2024

Onder drie van de vier middenramen zitten rechthoekige baksteen panelen die een rondgaande lijn laten zien. Onder het raam op de hoek zit naast de deur van 42 nog een ruitvormig paneel in de muur. Behalve vier, waarschijnlijk, originele voordeuren (46-52) is al het houtwerk vervangen. Er is geen enkele originele roedeindeling bewaard gebleven. Wat wel opvalt is dat boven de deuren een hanekam zit en boven de ramen een rollaag. Het verhoogde middendeel van de gevel bevat nog een strook verticaal gemetselde bakstenen boven de vier middelste verdiepingsvensters, maar de afwerking is op wat vooruitspringende hoekjes op de verhoogde zijkanten na, heel gewoontjes. Er zit duidelijk geen doordacht plan achter de decoratieve elementen in de rij; het is een rommeltje. De daklijsten zijn verder een late oplossing en zijn een aanfluiting; ze zijn gemaakt van plat mdf met een zinkrandje.

MAW 42-52 2024

Wordt vervolgd

Naar boven

De jaren twintig 1

In heb het in enkele eerdere blogs al gehad over de uit de jaren twintig daterende ensembles in Krispijn, toen de woningbouw na de Grote Oorlog weer langzaam opstartte. Ik heb al enkele rijtjes die toen gebouwd zijn behandeld hier over het hoekpand waar deze website mee van start ging, en hier over de beide andere blokken aan die kant van de Mauritsweg. Ook in de Sophiastraat staat zo’n rijtje waar ik hier wat over heb geschreven. In mijn vorige blog beschreef ik het zoekspel dat ik speelde als ik door de vooroorlogse wijken reed: wat-is-nog-origineel (aan-die-gevel). Afgekort WINO.

Ik heb besloten nu een serietje te doen waarin ik laat ziet welke onderdelen van gevels van ensembles uit de jaren twintig nog lijken op wat er op de originele bouwtekeningen staat. Je kunt er trouwens niet altijd vanuit gaan dat huizen precies volgens tekening gebouwd werden. De tekenaar  wist bijvoorbeeld niet altijd wat voor deuren erin zouden komen en of de bovenramen alltijd glas-in-lood bevatten. Ook kon de definitieve roedeverdeling in ramen wel eens afwijken van het getekende. Ik heb zelfs de indruk dat tijdens het bouwen soms van het plan werd afgeweken. Waarom dat gebeurde is niet bekend, want dat staat nergens opgeschreven en we kunnen het niet meer aan de bouwmeesters vragen. U zult die voorbeelden hierna nog wel tegenkomen.

Eerste ontwerp voor Dubbeldamseweg 108-112 zwart en rood (1920)

Ik heb besloten te beginnen met een kort rijtje aan de Dubbeldamseweg met de nummers 152-156 (oude nummering 108-112). Het kwam op de plaats waar sinds 1914 – toen het Woningzorg-complex gereed kwam – een gat was gevallen tussen de huizen op de hoek van de Leliestraat en de Madeliefstraat. Het duurde nog tot 1920 toen metselaar Leendert Molendijk een plan indiende om er drie dubbele woningen te bouwen. De blauwdruk bestaat nog, maar de huizen zijn nooit gebouwd (zie hierboven). Het plan werd in datzelfde jaar gewijzigd en bevatte nu drie middenstandswoningen. Niet alleen weken die nieuwe plannen qua inrichting van elkaar af, maar vooral de buitenkant kreeg een heel ander uiterlijk. Dat kwam gedeeltelijk omdat de plattegrond veel minder traditioneel was, waardoor het opgaande werk een wel heel bijzondere vorm kreeg.

Tweede ontwerp (ook uit 1920)

Ik zie de overeenkomsten met wat in Amsterdam de ‘school’ van die naam wordt genoemd. Maar dan in een lokale versie, zoals Hendrikstraat 65 in het vorige blog. We zullen helaas nooit weten waarom Leendert van opvatting veranderde of door wie hij beïnvloed kan zijn. Wel verrees daar in 1920-21 (tegelijk met baas Hoeks ensemble aan de Mauritsstraat 14-24) een heel bijzonder rijtje. Zie de foto boven dit blog. Die moet van voor 1923 dateren, want de twee ramen naast de deur zijn in dat jaar vervangen door een breed winkelraam. De begane grond werd dus winkel en in 1988, toen wij aan de weg kwamen wonen, was het dat nog: een drogist. Nu is het al weer lang een woonhuis.

De plattegronden van nrs 152-156 met de afplattingen van pand 156 beneden en boven

Omdat de muur met die ramen erin een zeer stompe driehoek vormde, moest het hele metselwerk van de begane grond overgedaan worden. Dat moet een kostbare operatie zijn geweest. Inmiddels is dat winkelraam alweer vervangen door een breed kunststofkozijn, maar je kunt aan weerszijden ernaast de nog enigszins schuinlopende muren zien. Het verdere metselwerk met de decoratieve uitspringende rijen bakstenen is keurig gedaan. Dat is echter niet het geval geweest bij het weghalen van het balkon erboven en het rechttrekken van de balkondeuren en –ramen. Ook die zijn nu van kunststof. Het stuk muur eronder ziet er niet uit en lijkt wel met lidtekens bedekt. Verder is de rollaag boven de ‘winkelruit’ bijzonder slordig gemetseld; de koppen van de bakstenen schelen centimeters met de originele en lopen ongelijk in het bestaande metselwerk over. Deze gevel is echt een aanfluiting en een voorbeeld van hoe je een jaren twintig gevel in Amsterdamse School stijl niet renoveert.

Detail van de gevel van 156 met de lidtekens van de verwijderde hoek

Even weinig gevoel voor het origineel blijkt uit het middenpand, nr. 154, waar op de etage kunststof kozijnen de plaats van hout ingenomen hebben met een moderne roedeindeling. Op de begane grond is het originele brede raam met zes vlakken vervangen door een grote doorzon-woning ruit die niet zou misstaan in een jaren zestig nieuwbouwwijk. En dat geldt ook voor de deur en de sponningen in bruin gevernist hardhout.

Overzicht van het lapwerk aan 152-156 met roodomlijnd de enige nog originele elementen

Alleen nr. 152 heeft nog elementen van de oude situatie bewaard. Het heeft nog de stompe driehoek muur zoals die in 156 was, het balkon, de terugwijkende balkondeur met zijn vensters ernaast en zowaar nog een rest roedeverdeling in de bovenramen aan weerszijden van de hoek. Helaas hebben de ramen op de verdieping die niet meer en is de voordeur modern.

Vorige bewoners/eigenaars kan je natuurlijk niet meer vragen het beter te doen. Omdat het rijtje geen monument is en ook niet in een beschermd  stadsgezicht staat kan je ook huidige eigenaars niet verplichten of tenminste smeken terug te gaan naar het uiterlijk van 1920. Inmiddels wordt echter in het middelste pand weer verbouwd, nadat zo’n beetje alles uit de binnenkant is gesloopt. Ik houd mijn hart vast voor wat er nu weer zal worden aangepast aan de ‘moderne smaak’. Oh, waren we maar beschermd stadsgezicht. Maar er is een mogelijkheid dat de nieuwe eigenaar dit blog leest en dat dan blijkt dat ik me voor niks druk heb gemaakt. Ik hoop het…

Wordt vervolgd

Naar boven

Drama in de Sophiastraat

De timmerman-aannemer Gerrit van Hoek (1880-1958) verhuisde tijdens zijn werkzame leven tussen 1901 en 1933 een kleine twintig keer. Minstens zes keer daarvan bewoonde hij huizen in de wijk Nieuw-Krispijn-Oost, niet zelden in een dat hij zelf had gebouwd. Zo bouwde hij in 1908 de rijen aan de even en oneven kant van de Sophiastraat. Terwijl hij bezig was bestemde hij het rechter van de drie grote dubbele panden in de oneven rij, nr. 15, later 17, voor zichzelf. Hij richtte de begane grond in als werkplaats met een groot raam en een dubbele deur voor brede vrachten. Hij trok met zijn groeiende gezin in de bovenwoning. Zijn derde kind werd dat jaar geboren.

SOS 17 op de bouwtekeningen 1908
SOS 21-23 (vroeger 17) zoals het er nu uitziet

Omdat hij wilde dat die bouw ook wat opbracht bouwde hij er twee soortgelijke, maar iets smallere, panden met woningen boven werkplaatsen naast. Die verhuurde hij. Één ervan kwam in handen van R.C. Woerdenbag die op 27 februari 1908 een hinderwetvergunning kreeg ‘betreffende een werkplaats tot het vervaardigen en repareren van rijwielen’. We zijn de Woerdenbags al tegengekomen in het blog over de verwaarloosde hoeken. Hij kan er niet lang ingezeten hebben, want baas Hoek verhuisde al in 1910 naar de Frederikstraat waar hij zijn fabriek begon. Tegelijkertijd bouwde hij de werkplaatsen op de begane grond van de nummer 13, 15 en 17 om tot woonhuizen met gewone deuren en ramen.

SOS 13-17 1908
SOS 13-17 1910
SOS 9-11 nu
SOS 1-7 nu

Tot ongeveer 1920 bleef het stuk tussen de Mauritsstraat en de eerste huizen aan de oneven kant van de Sophiastraat onbebouwd. Eerst werd het pand dat nu nummers 9 en 11 heeft opgetrokken. De stijl van de gevel is veel eenvoudiger dan die van baas Hoek, met getoogde strekken en rollagen in dezelfde baksteen als de muur. In de ramen van de begane grond zit nog glas-in-lood zoals dat vanaf even voor 1920 werd gemaakt. De bovenrraamkozijnen  zijn inmiddels van kunststof. Rondom 1922-23 werd het eerste blokje van 2 dubbele woningen (1-7) gebouwd in precies dezelfde stijl als baas Hoek dat in 1923 op Mauritsstraat 1-23 zou doen. Misschien dateren ze wel uit precies hetzelfde jaar, maar de plannen en vergunningen voor dit rijtje zijn niet bewaard gebleven.

Sophiastraat 13 achter de schutting verderop in de jaren ’70

Na de oorlog leed de wijk al aan verwaarlozing en de huizen op nr 13 en 15 waren daar een voorbeeld van. Nr 13 werd zelfs in de jaren ’60 onbewoonbaar verklaard want het was scheefgezakt. Het feit dat men zich daar weinig van aantrok was de oorzaak van een ramp. Op 4 april 1973 brak er brand uit en kwam een negen maanden oude baby om in de rook. Een Italiaanse buurman redde via de goot een ouder meisje, terwijl de moeder in paniek de straat was opgevlucht. Het huis jarenlang achter een schutting gestaan en verpieterde nog verder. Op den duur werd het, met nr 15, dat ook flink geleden had, afgebroken (met dank aan de moeder van Waylon M.).

SOS 13-19a nu

In de plaats daarvan kwam een zogenaamde Van Dam woning (tegenwoordig wordt dat een HAT eenheid genoemd: Huisvesting Alleenstaanden en Tweepersoonshuishoudens). Ze werden tussen 1975 en 1985 overal in Nederland gebouwd en ze waren, omdat ze goedkoop waren, zeer geliefd bij studenten en starters. Ze werden gekarakteriseerd door een zeer eenvoudige bouwwijze van standaardelementen met weinig baksteen en veel houten regelwerk bedekt met kunststofpanelen of mdf. En platte daken. Ze steken als ze  tussen bestaande woningen worden gebouwd enorm af bij de originele bouw in een straat. Het pand in de Sophiastraat werd opgedeeld in vijf wooneenheden (13, 15, 17, 19 en 19a) en, hoewel het strak vormgegeven is en even hoog is als de buren, ziet het er niet uit en slaat het in zijn omgeving helemaal nergens op. Persoonlijk vind ik het een dramatisch slechte keus voor de buurt en zou ik het hele ding grondig willen verwijderen. Het lijdt overigens al weer jaren aan verwaarlozing en gebrek aan onderhoud.

Ik wil natuurlijk het drama van de brand niet echt vergelijken met dat van een HAT eenheid tussen baas Hoek huizen, maar het is voorlopig het enige voorbeeld van zo’n rigoureuze ingreep in het beeld van de wijk Nieuw-Krispijn-Oost. Ik moet er niet aan denken dat ‘rotte kiezen’ elders in de wijk zo vervangen zullen worden. Dan kunnen we echt de uitstraling die de straten nu nog hebben voorgoed vergeten. Alstublieft: maak van onze wijk een beschermd stadsgezicht: hij verdient het!

Naar boven

Een uitleg en een excuus

Zoals ik in de homepagina van de website Krisisinkrispijn schrijf was het plakken van gele isolatieplaten op een huis op de hoek van Mauritsweg en Sophiastraat de druppel die bij mij een emmer over deed lopen. Ik loop al ruim drie jaar door de wijk en zie steeds meer tekenen van verwaarlozing van huizen en soms ook de buitenruimte. Dat is in andere steden en dorpen dikwijls het begin geweest van afbraak en nieuwbouw. Daarbij werd en wordt zelden gelet op bouwkundige en bouwhistorische kwaliteit van wat afgebroken werd. Ook in Dordrecht zijn daar voorbeelden van. Al in de 19e eeuw gingen hele stukken binnenstad tegen de vlakte, waar nu zeer nostalgisch over wordt gedaan: hadden we die nog maar. De sanering van diezelfde binnenstad in de jaren ’60 is een recenter voorbeeld. Nog steeds kunnen oudere Dordtenaren treuren over wat toen verdween, met bovenaan het verlieslijstje het oude postkantoor.

Ik heb, uit hobby, maar ook omdat ik wat bouwhistorische kennis heb, de waarde van de wijk Nieuw-Krispijn-Oost leren zien. Door onderzoek te doen (ik ben historicus) kwam ik erachter dat wat hier staat uniek is. In ieder geval uniek in Dordrecht, maar als delen van straten zoals die hier bebouwd zijn in Amsterdam zouden liggen, ze die daar in toeristische routes zouden opnemen. Maar tegelijk met de esthetische waarde (het is hier gewoon mooi) zag ik ook de verwaarlozing en het verdwijnen van originele elementen door moderne invullingen zoals kunststof dakkapellen of Praxis-deuren. Ik heb het al gehad over afbraak van wijken als de verkrotting te ver doorslaat (zoals in het witte dorp in het aangrenzende deel van Nieuw-Krispijn), maar ik maakte me ook zorgen over de kamerverhuurders en huisjesmelker die niks aan hun panden doen en de boel laten verloederen. Totdat zo’n pand van ellende in elkaar stort of vanwege een erin gevestigde illegale hennepkwekerij in de fik vliegt (is aan de Dubbeldamseweg gebeurd). Ik vind dat dat niet mag gebeuren. En velen in de wijk en erbuiten met mij.

Mauritsweg 22-24 is zo op de voorgrond gekomen omdat het wel een heel erg opvallend voorbeeld is van wat er nog meer mis kan gaan. Niet goed of volledig gerepareerde lekkages of regeninslag via kapotte voegen in het muurwerk kunnen fataal zijn voor het hele rijtje. Dat het al vijf voor twaalf is kan je zien aan de stalen banden die de hoek bij elkaar moeten houden. Een laag isolatie op de buitenmuren plakken is geen oplossing. Het ziet er niet uit (en steenstrips erop nog minder) en het helpt niet; de effecten van de lekkages blijven gewoon doorgaan. Gelukkig wordt nu in ieder geval die isolatie weggehaald. Hoe het verder gaat weet ik niet.

Ik wil in ieder geval mijn excuses maken aan lezers van de website en de blogs. Maar ook aan de bewoners van het bewuste pand over het feit dat het lijkt of ik maar doorga met hameren op dat ene huis. Dat is schijn. Ik schreef al dat het de aanleiding was voor de website en de blogs. Die aanleiding zal binnenkort verdwijnen en dan komt op de homepagina de geschiedenis van Nieuw-Krispijn te staan. De foto gaat dan ook weg.

In de blogs behandel ik groepjes huizen (en later misschien ook individuele) waarvan ik zeker weet dat ze in gevaar verkeren. Of waar het  wel goed mee gaat. Ik heb net het complex van Woningzorg gedaan en binnenkort doe ik het oudste  rijtje aan de oneven kant van de Dubbeldamseweg en de Bloemenbuurt. Nu ben ik bezig met wat ik de ‘verwaarloosde hoeken’ tussen de Hendrikstraat en de Sophiastraat noem. Daarin, jawel, staat ook Mauritsweg 22-24. Dat kan ik niet helpen, dat is toeval. Het lijkt of ik het erom doe en veel te veel aandacht schenk aan een pand waarin mensen wonen die het (misschien) ook niet kunnen helpen, maar dat is niet zo. Ik stalk niet, ik roddel niet, ik pest die mensen niet; het is een onderdeel van de lijst van huizen waarover ik bezorgd ben.

Ik dacht dat de Faceboek pagina’s van de groepen ’t Dordrecht van toen — Geschiedenis van een eiland en Dordrecht Oud En Nieuw een goede plek waren om te verwijzen naar mijn website waar mensen, Dordtenaren en anderen, wat over de geschiedenis van deze wijk kunnen leren. Of waar ze oog kunnen krijgen voor wat hier te zien is, om zich te kunnen realiseren dat dat de moeite waard is om te bewaren en te redden. Dat heb ik verkeerd ingeschat. Nu wordt het ‘propaganda bedrijven’ genoemd. En mensen vragen of ik wil stoppen met huizenbezitters te pesten. Er gaan zelfs al stemmen op om me uit die groepen te gooien. Dat zou ik jammer vinden, want ik ben bij die groepen veel aardige mensen tegengekomen die me hielpen vragen over bewoners, winkels en nijverheid te beantwoorden.

Vandaar dat ik beloof te stoppen met het aankondigen van nieuwe blogs of pagina’s op beide groepen. De mensen die wel mijn stukjes willen lezen kennen inmiddels de weg. Of anders praat het zich wel rond. De anderen die me een irritante bemoeial vinden zullen in ieder geval geen aankondigingen van mijn hand meer hoeven te lezen.

Nogmaals: mijn excuses naar de bewoners van Mauritsweg 22-24 toe, maar het is allemaal met de beste bedoelingen gedaan en geschreven.

Henk ’t Jong MA

De verwaarloosde hoeken 4

Inmiddels was de op de andere hoek, die met de Sophiastraat, een blok van drie boven- en benedenwoningen gebouwd. Het was weer Gerrit van Hoek die eind december 1920 een aanvraag voor een vergunning voor dit complex bij burgemeester en wethouders indiende. Het plan werd goedgekeurd en baas Hoek ging aan het bouwen. Na het fabriekje in de Hendrikstraat was dit waarschijnlijk het eerste rijtje woonhuizen dat hij na de oorlog weer aanpakte. Ongeveer tegelijkertijd bouwde hij namelijk nog een paar complexjes van vier of zes huizen in ongeveer dezelfde stijl in de Sophia- (1921) en de Frederikstraat (1921), gevolgd door de rij van twaalf huizen aan de overkant van de Mauritsweg/straat, de nummers 1-23 (1923). In 1924-25 bouwde hij ook het rijtje van twee dubbele en vijf enkele woningen aan de Frederikstraat dat uitkeek op het Emmaplein en de hoek omging van de Anna Paulownastraat. Hij had inmiddels wel concurrentie in de wijk, bijvoorbeeld van de aannemers Baers van het Weeshuisplein en Hijbeek en De Kluiver uit de Toulonselaan of de architecten Bakker en Van Herwijnen. De eerste twee bouwden tegelijk met hem, dus in 1921, de rest van even kant van de Mauritsstraat vol: tussen de Sophiastraat en de Frederikstraat (26-40) en tussen die laatste straat en het voetbalterrein (42-50).

De zijgevel in de Sophiastraat in zijn oorspronkelijke staat.
Let op de witte vllekken.

Karakteristiek voor Hoeks jaren ’20 huizen waren de speelse baksteenrandjes, de vooruitspringende horizontale lijnen en de driehoekig uit de muur springende schoorstenen. Dat hebben de gelijktijdige huizenrijtjes van zijn collega’s veel minder. De zijkant van nr 22-24 aan de Sophiastraat is daarbij een geweldig voorbeeld van creativiteit met opgelegde platte lisenen met bovenaan grappige driehoekige afwerkingen. Elke keer als ik van het station naar huis fietste genoot ik weer van die muur. En nu zitten er foeilelijke gele kunststofplaten voor…

Een van de stalen banden die de hoek bij elkaar moeten houden.
De witte uitslag is hier nog veel ernstiger.

Niet alleen dat, maar voor die erop gingen waren er al een paar stalen banden om de hoek bevestigd. Was dat omdat het metselverband daar dreigde los te laten? Dat duidt op lange verwaarlozing van deze muur, waarschijnlijk na lekkages. Dat is ook te zien aan de akelige witte vlekken in het metselwerk rond die hoek en naar de achterkant toe. Het betekent ook dat deze verwaarlozing al lang aan de gang is en dat er al veel eerder dan juni 2023 ingegrepen had moeten worden. De bewoners klaagden trouwens al langer over schimmel en vocht.

De foeilelijke legpuzzel op de zijgevel. Hij begint al af te brokkelen.

Inmiddels is begin november 2023 door de Welstandscommissie de te laat ingediende vergunningsaanvraag geweigerd en moet de eigenaar-bewoner de isolatie verwijderen. Hij heeft daar zes weken voor, dus tot de week voor kerst. Als dat niet gebeurt wordt er ‘gehandhaafd’. Wat dat precies inhoudt is mij niet bekend, maar het woord dwangsom viel al. Ik zal in deze blogs de ontwikkelingen blijven volgen en de resultaten aan mijn lezers doorgeven.

Laatste nieuws!

Mevrouw De Heer meldde me dat men al een paar dagen bezig was de platen van de zijgevel te verwijderen. Direct gaan kijken en ja, men is aan het werk, maar wat er onder vandaan komt ziet er niet best uit. Mevrouw De Heer was er ook met haar hondje en we hebben er even een bezorgd gesprekje over gehad. Foto’s gemaakt in het verdwijnende licht en een beginnende regenbui. U ziet er een paar hieronder.

Even een paar dagen niet naar buiten vanwege de herfstbuien en dan mis je zo’n ontwikkeling. Ik ben dankbaar voor mijn lezers die me dan tippen. Het blog begint in de buurt te leven!

Nr 10-12, een latere variatie op 14-24.

Tussen Mauritsweg 8 en 14 bleef een gat. Pas in 1926-27 zou dat gevuld worden door een dubbel woonhuis dat de nummers 10-12 zou krijgen. De architecten Bakker en Van Herwijnen hadden waarschijnlijk van de eigenaren Jacobs en Kortman van het hoekpand opdracht gekregen om hun ontwerp goed bij het blokje van baas Hoek aan te laten sluiten. Dat deden ze inderdaad. Allerlei details komen overeen met die van de buren. Zelfs de indeling, de deuren en de plaatsing van de kozijnen klopt, alleen is alles net even iets eenvoudiger van opzet en net wat minder speels.

Monument 1: Willemstraat 1-9

Voor dit rijtje opgenomen werd in de lijst van gemeentelijke monumenten is er natuurlijk naar gekeken door bevoegde architecten en bouwhistorici. Die hebben er in 2019 duidelijke, maar nogal formele dossiers van gemaakt voorzien van uitgebreide architectonische beschrijvingen, plattegronden, originele blauwdrukken en oude en nieuwe foto’s. Ze gaven als eindoordeel dikwijls in een paar zinnen aan wat ze van de panden vonden. Ik vat het voor Willemstraat 1-9 even samen: vanwege de verspringende rooilijn vonden ze het een ‘geslaagde hoekoplossing en een perfecte begeleiding van de entree van de wijk vanaf de Dubbeldamseweg Zuid’. De karakteristieke voorgevels in een ‘eclectische’ stijl, beïnvloed door de Jugendstil, vormen door materiaalgebruik een eenheid, maar tonen een variëteit in dakkapellen, gevel- en dakvormen die een eigen karakteristiek aan het geheel geven. De huizen hebben ‘ensemblewaarde’ in relatie tot elkaar en tot de overige vroeg 20e eeuwse bebouwing in de omgeving. Daar kan ik het wel mee eens zijn. Ik word altijd een beetje warm van binnen als ik het rijtje zie bij het inrijden van de Dubbeldamseweg.

Blauwdruk van Willemstraat 1-3 – 1907

Ondanks dat de bouwaanvragen niet bewaard zijn en er alleen een stel ongedateerde blauwdrukken van nummer 1-3 is, weten we dat de huizen in 1907-1908 gebouwd zijn. De aannemer onder wiens leiding en naar wiens tekeningen dat gebeurde was Gerrit van Hoek (1880-1958), oftewel Baas Hoek. Daarvoor had Van Hoek al enkele rijtjes arbeidershuizen in het gebied ten westen van de weg gebouwd evenals voor zichzelf een huis met timmerwerkplaats naast een, ook door hem gebouwd, fietsenfabriekje met bovenwoningen in de Sophiastraat. Tegelijkertijd was hij ook bezig in de Hendrikstraat en de Emmastraat, waar de eerste huizenrijen eveneens in 1908 gereed kwamen.

Het rijtje op een winterse dag in 2022

Het leek wel of hij met het rijtje aan de Willemstraat een soort bewijs van zijn kunnen voor grotere en duurdere projecten af wilde geven: kijk, dat kan ik ook allemaal bouwen en dan gaat het er zo uitzien. De Emmastraat laat zien dat de karakteristieke variatie van torentjes, dakkapellen, erkers en balkons zeker aansloegen. Ze zijn er het bewijs van dat zijn stijl aansloeg voor de meer gegoede kopers. Maar zelfs zijn arbeiderswoningen met hun speklagen van gele en rode stenen, deuren met smeedijzeren versiering, ingewikkelde glas-in-lood bovenramen en bijna folkloristische gevelafwerkingen tonen zijn inventiviteit.

Afbladderende verf, rottend hout, verdwenen balkon.

Intussen merken we in 2023 niet zoveel van die sinds 2020 bestaande monumentenstatus van Willemstraat 1-9 als geheel. Met name nummer 1-3 is zwaar verwaarloosd en heeft dringend onderhoud nodig. Dat zo’n huis ondanks die status al zo lang staat te verpieteren is onbegrijpelijk. Een eigenaar moet hier toch door monumentenzorg op aangesproken kunnen worden? De andere drie huizen zijn goed bijgehouden door de bewoners, met bijna al hun originele houtwerk en glas-in-lood nog intact. Alleen de westmuur van nummer 7 ziet er wat verwaarloosd uit. Uit verdere voorbeelden hierna blijkt echter dat zo’n monumentstatus niet alles zegt.