De jaren twintig 1

In heb het in enkele eerdere blogs al gehad over de uit de jaren twintig daterende ensembles in Krispijn, toen de woningbouw na de Grote Oorlog weer langzaam opstartte. Ik heb al enkele rijtjes die toen gebouwd zijn behandeld hier over het hoekpand waar deze website mee van start ging, en hier over de beide andere blokken aan die kant van de Mauritsweg. Ook in de Sophiastraat staat zo’n rijtje waar ik hier wat over heb geschreven. In mijn vorige blog beschreef ik het zoekspel dat ik speelde als ik door de vooroorlogse wijken reed: wat-is-nog-origineel (aan-die-gevel). Afgekort WINO.

Ik heb besloten nu een serietje te doen waarin ik laat ziet welke onderdelen van gevels van ensembles uit de jaren twintig nog lijken op wat er op de originele bouwtekeningen staat. Je kunt er trouwens niet altijd vanuit gaan dat huizen precies volgens tekening gebouwd werden. De tekenaar  wist bijvoorbeeld niet altijd wat voor deuren erin zouden komen en of de bovenramen alltijd glas-in-lood bevatten. Ook kon de definitieve roedeverdeling in ramen wel eens afwijken van het getekende. Ik heb zelfs de indruk dat tijdens het bouwen soms van het plan werd afgeweken. Waarom dat gebeurde is niet bekend, want dat staat nergens opgeschreven en we kunnen het niet meer aan de bouwmeesters vragen. U zult die voorbeelden hierna nog wel tegenkomen.

Eerste ontwerp voor Dubbeldamseweg 108-112 zwart en rood (1920)

Ik heb besloten te beginnen met een kort rijtje aan de Dubbeldamseweg met de nummers 152-156 (oude nummering 108-112). Het kwam op de plaats waar sinds 1914 – toen het Woningzorg-complex gereed kwam – een gat was gevallen tussen de huizen op de hoek van de Leliestraat en de Madeliefstraat. Het duurde nog tot 1920 toen metselaar Leendert Molendijk een plan indiende om er drie dubbele woningen te bouwen. De blauwdruk bestaat nog, maar de huizen zijn nooit gebouwd (zie hierboven). Het plan werd in datzelfde jaar gewijzigd en bevatte nu drie middenstandswoningen. Niet alleen weken die nieuwe plannen qua inrichting van elkaar af, maar vooral de buitenkant kreeg een heel ander uiterlijk. Dat kwam gedeeltelijk omdat de plattegrond veel minder traditioneel was, waardoor het opgaande werk een wel heel bijzondere vorm kreeg.

Tweede ontwerp (ook uit 1920)

Ik zie de overeenkomsten met wat in Amsterdam de ‘school’ van die naam wordt genoemd. Maar dan in een lokale versie, zoals Hendrikstraat 65 in het vorige blog. We zullen helaas nooit weten waarom Leendert van opvatting veranderde of door wie hij beïnvloed kan zijn. Wel verrees daar in 1920-21 (tegelijk met baas Hoeks ensemble aan de Mauritsstraat 14-24) een heel bijzonder rijtje. Zie de foto boven dit blog. Die moet van voor 1923 dateren, want de twee ramen naast de deur zijn in dat jaar vervangen door een breed winkelraam. De begane grond werd dus winkel en in 1988, toen wij aan de weg kwamen wonen, was het dat nog: een drogist. Nu is het al weer lang een woonhuis.

De plattegronden van nrs 152-156 met de afplattingen van pand 156 beneden en boven

Omdat de muur met die ramen erin een zeer stompe driehoek vormde, moest het hele metselwerk van de begane grond overgedaan worden. Dat moet een kostbare operatie zijn geweest. Inmiddels is dat winkelraam alweer vervangen door een breed kunststofkozijn, maar je kunt aan weerszijden ernaast de nog enigszins schuinlopende muren zien. Het verdere metselwerk met de decoratieve uitspringende rijen bakstenen is keurig gedaan. Dat is echter niet het geval geweest bij het weghalen van het balkon erboven en het rechttrekken van de balkondeuren en –ramen. Ook die zijn nu van kunststof. Het stuk muur eronder ziet er niet uit en lijkt wel met lidtekens bedekt. Verder is de rollaag boven de ‘winkelruit’ bijzonder slordig gemetseld; de koppen van de bakstenen schelen centimeters met de originele en lopen ongelijk in het bestaande metselwerk over. Deze gevel is echt een aanfluiting en een voorbeeld van hoe je een jaren twintig gevel in Amsterdamse School stijl niet renoveert.

Detail van de gevel van 156 met de lidtekens van de verwijderde hoek

Even weinig gevoel voor het origineel blijkt uit het middenpand, nr. 154, waar op de etage kunststof kozijnen de plaats van hout ingenomen hebben met een moderne roedeindeling. Op de begane grond is het originele brede raam met zes vlakken vervangen door een grote doorzon-woning ruit die niet zou misstaan in een jaren zestig nieuwbouwwijk. En dat geldt ook voor de deur en de sponningen in bruin gevernist hardhout.

Overzicht van het lapwerk aan 152-156 met roodomlijnd de enige nog originele elementen

Alleen nr. 152 heeft nog elementen van de oude situatie bewaard. Het heeft nog de stompe driehoek muur zoals die in 156 was, het balkon, de terugwijkende balkondeur met zijn vensters ernaast en zowaar nog een rest roedeverdeling in de bovenramen aan weerszijden van de hoek. Helaas hebben de ramen op de verdieping die niet meer en is de voordeur modern.

Vorige bewoners/eigenaars kan je natuurlijk niet meer vragen het beter te doen. Omdat het rijtje geen monument is en ook niet in een beschermd  stadsgezicht staat kan je ook huidige eigenaars niet verplichten of tenminste smeken terug te gaan naar het uiterlijk van 1920. Inmiddels wordt echter in het middelste pand weer verbouwd, nadat zo’n beetje alles uit de binnenkant is gesloopt. Ik houd mijn hart vast voor wat er nu weer zal worden aangepast aan de ‘moderne smaak’. Oh, waren we maar beschermd stadsgezicht. Maar er is een mogelijkheid dat de nieuwe eigenaar dit blog leest en dat dan blijkt dat ik me voor niks druk heb gemaakt. Ik hoop het…

Wordt vervolgd

Naar boven

Drama in de Sophiastraat

De timmerman-aannemer Gerrit van Hoek (1880-1958) verhuisde tijdens zijn werkzame leven tussen 1901 en 1933 een kleine twintig keer. Minstens zes keer daarvan bewoonde hij huizen in de wijk Nieuw-Krispijn-Oost, niet zelden in een dat hij zelf had gebouwd. Zo bouwde hij in 1908 de rijen aan de even en oneven kant van de Sophiastraat. Terwijl hij bezig was bestemde hij het rechter van de drie grote dubbele panden in de oneven rij, nr. 15, later 17, voor zichzelf. Hij richtte de begane grond in als werkplaats met een groot raam en een dubbele deur voor brede vrachten. Hij trok met zijn groeiende gezin in de bovenwoning. Zijn derde kind werd dat jaar geboren.

SOS 17 op de bouwtekeningen 1908
SOS 21-23 (vroeger 17) zoals het er nu uitziet

Omdat hij wilde dat die bouw ook wat opbracht bouwde hij er twee soortgelijke, maar iets smallere, panden met woningen boven werkplaatsen naast. Die verhuurde hij. Één ervan kwam in handen van R.C. Woerdenbag die op 27 februari 1908 een hinderwetvergunning kreeg ‘betreffende een werkplaats tot het vervaardigen en repareren van rijwielen’. We zijn de Woerdenbags al tegengekomen in het blog over de verwaarloosde hoeken. Hij kan er niet lang ingezeten hebben, want baas Hoek verhuisde al in 1910 naar de Frederikstraat waar hij zijn fabriek begon. Tegelijkertijd bouwde hij de werkplaatsen op de begane grond van de nummer 13, 15 en 17 om tot woonhuizen met gewone deuren en ramen.

SOS 13-17 1908
SOS 13-17 1910
SOS 9-11 nu
SOS 1-7 nu

Tot ongeveer 1920 bleef het stuk tussen de Mauritsstraat en de eerste huizen aan de oneven kant van de Sophiastraat onbebouwd. Eerst werd het pand dat nu nummers 9 en 11 heeft opgetrokken. De stijl van de gevel is veel eenvoudiger dan die van baas Hoek, met getoogde strekken en rollagen in dezelfde baksteen als de muur. In de ramen van de begane grond zit nog glas-in-lood zoals dat vanaf even voor 1920 werd gemaakt. De bovenrraamkozijnen  zijn inmiddels van kunststof. Rondom 1922-23 werd het eerste blokje van 2 dubbele woningen (1-7) gebouwd in precies dezelfde stijl als baas Hoek dat in 1923 op Mauritsstraat 1-23 zou doen. Misschien dateren ze wel uit precies hetzelfde jaar, maar de plannen en vergunningen voor dit rijtje zijn niet bewaard gebleven.

Sophiastraat 13 achter de schutting verderop in de jaren ’70

Na de oorlog leed de wijk al aan verwaarlozing en de huizen op nr 13 en 15 waren daar een voorbeeld van. Nr 13 werd zelfs in de jaren ’60 onbewoonbaar verklaard want het was scheefgezakt. Het feit dat men zich daar weinig van aantrok was de oorzaak van een ramp. Op 4 april 1973 brak er brand uit en kwam een negen maanden oude baby om in de rook. Een Italiaanse buurman redde via de goot een ouder meisje, terwijl de moeder in paniek de straat was opgevlucht. Het huis jarenlang achter een schutting gestaan en verpieterde nog verder. Op den duur werd het, met nr 15, dat ook flink geleden had, afgebroken (met dank aan de moeder van Waylon M.).

SOS 13-19a nu

In de plaats daarvan kwam een zogenaamde Van Dam woning (tegenwoordig wordt dat een HAT eenheid genoemd: Huisvesting Alleenstaanden en Tweepersoonshuishoudens). Ze werden tussen 1975 en 1985 overal in Nederland gebouwd en ze waren, omdat ze goedkoop waren, zeer geliefd bij studenten en starters. Ze werden gekarakteriseerd door een zeer eenvoudige bouwwijze van standaardelementen met weinig baksteen en veel houten regelwerk bedekt met kunststofpanelen of mdf. En platte daken. Ze steken als ze  tussen bestaande woningen worden gebouwd enorm af bij de originele bouw in een straat. Het pand in de Sophiastraat werd opgedeeld in vijf wooneenheden (13, 15, 17, 19 en 19a) en, hoewel het strak vormgegeven is en even hoog is als de buren, ziet het er niet uit en slaat het in zijn omgeving helemaal nergens op. Persoonlijk vind ik het een dramatisch slechte keus voor de buurt en zou ik het hele ding grondig willen verwijderen. Het lijdt overigens al weer jaren aan verwaarlozing en gebrek aan onderhoud.

Ik wil natuurlijk het drama van de brand niet echt vergelijken met dat van een HAT eenheid tussen baas Hoek huizen, maar het is voorlopig het enige voorbeeld van zo’n rigoureuze ingreep in het beeld van de wijk Nieuw-Krispijn-Oost. Ik moet er niet aan denken dat ‘rotte kiezen’ elders in de wijk zo vervangen zullen worden. Dan kunnen we echt de uitstraling die de straten nu nog hebben voorgoed vergeten. Alstublieft: maak van onze wijk een beschermd stadsgezicht: hij verdient het!

Naar boven

Een uitleg en een excuus

Zoals ik in de homepagina van de website Krisisinkrispijn schrijf was het plakken van gele isolatieplaten op een huis op de hoek van Mauritsweg en Sophiastraat de druppel die bij mij een emmer over deed lopen. Ik loop al ruim drie jaar door de wijk en zie steeds meer tekenen van verwaarlozing van huizen en soms ook de buitenruimte. Dat is in andere steden en dorpen dikwijls het begin geweest van afbraak en nieuwbouw. Daarbij werd en wordt zelden gelet op bouwkundige en bouwhistorische kwaliteit van wat afgebroken werd. Ook in Dordrecht zijn daar voorbeelden van. Al in de 19e eeuw gingen hele stukken binnenstad tegen de vlakte, waar nu zeer nostalgisch over wordt gedaan: hadden we die nog maar. De sanering van diezelfde binnenstad in de jaren ’60 is een recenter voorbeeld. Nog steeds kunnen oudere Dordtenaren treuren over wat toen verdween, met bovenaan het verlieslijstje het oude postkantoor.

Ik heb, uit hobby, maar ook omdat ik wat bouwhistorische kennis heb, de waarde van de wijk Nieuw-Krispijn-Oost leren zien. Door onderzoek te doen (ik ben historicus) kwam ik erachter dat wat hier staat uniek is. In ieder geval uniek in Dordrecht, maar als delen van straten zoals die hier bebouwd zijn in Amsterdam zouden liggen, ze die daar in toeristische routes zouden opnemen. Maar tegelijk met de esthetische waarde (het is hier gewoon mooi) zag ik ook de verwaarlozing en het verdwijnen van originele elementen door moderne invullingen zoals kunststof dakkapellen of Praxis-deuren. Ik heb het al gehad over afbraak van wijken als de verkrotting te ver doorslaat (zoals in het witte dorp in het aangrenzende deel van Nieuw-Krispijn), maar ik maakte me ook zorgen over de kamerverhuurders en huisjesmelker die niks aan hun panden doen en de boel laten verloederen. Totdat zo’n pand van ellende in elkaar stort of vanwege een erin gevestigde illegale hennepkwekerij in de fik vliegt (is aan de Dubbeldamseweg gebeurd). Ik vind dat dat niet mag gebeuren. En velen in de wijk en erbuiten met mij.

Mauritsweg 22-24 is zo op de voorgrond gekomen omdat het wel een heel erg opvallend voorbeeld is van wat er nog meer mis kan gaan. Niet goed of volledig gerepareerde lekkages of regeninslag via kapotte voegen in het muurwerk kunnen fataal zijn voor het hele rijtje. Dat het al vijf voor twaalf is kan je zien aan de stalen banden die de hoek bij elkaar moeten houden. Een laag isolatie op de buitenmuren plakken is geen oplossing. Het ziet er niet uit (en steenstrips erop nog minder) en het helpt niet; de effecten van de lekkages blijven gewoon doorgaan. Gelukkig wordt nu in ieder geval die isolatie weggehaald. Hoe het verder gaat weet ik niet.

Ik wil in ieder geval mijn excuses maken aan lezers van de website en de blogs. Maar ook aan de bewoners van het bewuste pand over het feit dat het lijkt of ik maar doorga met hameren op dat ene huis. Dat is schijn. Ik schreef al dat het de aanleiding was voor de website en de blogs. Die aanleiding zal binnenkort verdwijnen en dan komt op de homepagina de geschiedenis van Nieuw-Krispijn te staan. De foto gaat dan ook weg.

In de blogs behandel ik groepjes huizen (en later misschien ook individuele) waarvan ik zeker weet dat ze in gevaar verkeren. Of waar het  wel goed mee gaat. Ik heb net het complex van Woningzorg gedaan en binnenkort doe ik het oudste  rijtje aan de oneven kant van de Dubbeldamseweg en de Bloemenbuurt. Nu ben ik bezig met wat ik de ‘verwaarloosde hoeken’ tussen de Hendrikstraat en de Sophiastraat noem. Daarin, jawel, staat ook Mauritsweg 22-24. Dat kan ik niet helpen, dat is toeval. Het lijkt of ik het erom doe en veel te veel aandacht schenk aan een pand waarin mensen wonen die het (misschien) ook niet kunnen helpen, maar dat is niet zo. Ik stalk niet, ik roddel niet, ik pest die mensen niet; het is een onderdeel van de lijst van huizen waarover ik bezorgd ben.

Ik dacht dat de Faceboek pagina’s van de groepen ’t Dordrecht van toen — Geschiedenis van een eiland en Dordrecht Oud En Nieuw een goede plek waren om te verwijzen naar mijn website waar mensen, Dordtenaren en anderen, wat over de geschiedenis van deze wijk kunnen leren. Of waar ze oog kunnen krijgen voor wat hier te zien is, om zich te kunnen realiseren dat dat de moeite waard is om te bewaren en te redden. Dat heb ik verkeerd ingeschat. Nu wordt het ‘propaganda bedrijven’ genoemd. En mensen vragen of ik wil stoppen met huizenbezitters te pesten. Er gaan zelfs al stemmen op om me uit die groepen te gooien. Dat zou ik jammer vinden, want ik ben bij die groepen veel aardige mensen tegengekomen die me hielpen vragen over bewoners, winkels en nijverheid te beantwoorden.

Vandaar dat ik beloof te stoppen met het aankondigen van nieuwe blogs of pagina’s op beide groepen. De mensen die wel mijn stukjes willen lezen kennen inmiddels de weg. Of anders praat het zich wel rond. De anderen die me een irritante bemoeial vinden zullen in ieder geval geen aankondigingen van mijn hand meer hoeven te lezen.

Nogmaals: mijn excuses naar de bewoners van Mauritsweg 22-24 toe, maar het is allemaal met de beste bedoelingen gedaan en geschreven.

Henk ’t Jong MA

De verwaarloosde hoeken 4

Inmiddels was de op de andere hoek, die met de Sophiastraat, een blok van drie boven- en benedenwoningen gebouwd. Het was weer Gerrit van Hoek die eind december 1920 een aanvraag voor een vergunning voor dit complex bij burgemeester en wethouders indiende. Het plan werd goedgekeurd en baas Hoek ging aan het bouwen. Na het fabriekje in de Hendrikstraat was dit waarschijnlijk het eerste rijtje woonhuizen dat hij na de oorlog weer aanpakte. Ongeveer tegelijkertijd bouwde hij namelijk nog een paar complexjes van vier of zes huizen in ongeveer dezelfde stijl in de Sophia- (1921) en de Frederikstraat (1921), gevolgd door de rij van twaalf huizen aan de overkant van de Mauritsweg/straat, de nummers 1-23 (1923). In 1924-25 bouwde hij ook het rijtje van twee dubbele en vijf enkele woningen aan de Frederikstraat dat uitkeek op het Emmaplein en de hoek omging van de Anna Paulownastraat. Hij had inmiddels wel concurrentie in de wijk, bijvoorbeeld van de aannemers Baers van het Weeshuisplein en Hijbeek en De Kluiver uit de Toulonselaan of de architecten Bakker en Van Herwijnen. De eerste twee bouwden tegelijk met hem, dus in 1921, de rest van even kant van de Mauritsstraat vol: tussen de Sophiastraat en de Frederikstraat (26-40) en tussen die laatste straat en het voetbalterrein (42-50).

De zijgevel in de Sophiastraat in zijn oorspronkelijke staat.
Let op de witte vllekken.

Karakteristiek voor Hoeks jaren ’20 huizen waren de speelse baksteenrandjes, de vooruitspringende horizontale lijnen en de driehoekig uit de muur springende schoorstenen. Dat hebben de gelijktijdige huizenrijtjes van zijn collega’s veel minder. De zijkant van nr 22-24 aan de Sophiastraat is daarbij een geweldig voorbeeld van creativiteit met opgelegde platte lisenen met bovenaan grappige driehoekige afwerkingen. Elke keer als ik van het station naar huis fietste genoot ik weer van die muur. En nu zitten er foeilelijke gele kunststofplaten voor…

Een van de stalen banden die de hoek bij elkaar moeten houden.
De witte uitslag is hier nog veel ernstiger.

Niet alleen dat, maar voor die erop gingen waren er al een paar stalen banden om de hoek bevestigd. Was dat omdat het metselverband daar dreigde los te laten? Dat duidt op lange verwaarlozing van deze muur, waarschijnlijk na lekkages. Dat is ook te zien aan de akelige witte vlekken in het metselwerk rond die hoek en naar de achterkant toe. Het betekent ook dat deze verwaarlozing al lang aan de gang is en dat er al veel eerder dan juni 2023 ingegrepen had moeten worden. De bewoners klaagden trouwens al langer over schimmel en vocht.

De foeilelijke legpuzzel op de zijgevel. Hij begint al af te brokkelen.

Inmiddels is begin november 2023 door de Welstandscommissie de te laat ingediende vergunningsaanvraag geweigerd en moet de eigenaar-bewoner de isolatie verwijderen. Hij heeft daar zes weken voor, dus tot de week voor kerst. Als dat niet gebeurt wordt er ‘gehandhaafd’. Wat dat precies inhoudt is mij niet bekend, maar het woord dwangsom viel al. Ik zal in deze blogs de ontwikkelingen blijven volgen en de resultaten aan mijn lezers doorgeven.

Laatste nieuws!

Mevrouw De Heer meldde me dat men al een paar dagen bezig was de platen van de zijgevel te verwijderen. Direct gaan kijken en ja, men is aan het werk, maar wat er onder vandaan komt ziet er niet best uit. Mevrouw De Heer was er ook met haar hondje en we hebben er even een bezorgd gesprekje over gehad. Foto’s gemaakt in het verdwijnende licht en een beginnende regenbui. U ziet er een paar hieronder.

Even een paar dagen niet naar buiten vanwege de herfstbuien en dan mis je zo’n ontwikkeling. Ik ben dankbaar voor mijn lezers die me dan tippen. Het blog begint in de buurt te leven!

Nr 10-12, een latere variatie op 14-24.

Tussen Mauritsweg 8 en 14 bleef een gat. Pas in 1926-27 zou dat gevuld worden door een dubbel woonhuis dat de nummers 10-12 zou krijgen. De architecten Bakker en Van Herwijnen hadden waarschijnlijk van de eigenaren Jacobs en Kortman van het hoekpand opdracht gekregen om hun ontwerp goed bij het blokje van baas Hoek aan te laten sluiten. Dat deden ze inderdaad. Allerlei details komen overeen met die van de buren. Zelfs de indeling, de deuren en de plaatsing van de kozijnen klopt, alleen is alles net even iets eenvoudiger van opzet en net wat minder speels.

Monument 1: Willemstraat 1-9

Voor dit rijtje opgenomen werd in de lijst van gemeentelijke monumenten is er natuurlijk naar gekeken door bevoegde architecten en bouwhistorici. Die hebben er in 2019 duidelijke, maar nogal formele dossiers van gemaakt voorzien van uitgebreide architectonische beschrijvingen, plattegronden, originele blauwdrukken en oude en nieuwe foto’s. Ze gaven als eindoordeel dikwijls in een paar zinnen aan wat ze van de panden vonden. Ik vat het voor Willemstraat 1-9 even samen: vanwege de verspringende rooilijn vonden ze het een ‘geslaagde hoekoplossing en een perfecte begeleiding van de entree van de wijk vanaf de Dubbeldamseweg Zuid’. De karakteristieke voorgevels in een ‘eclectische’ stijl, beïnvloed door de Jugendstil, vormen door materiaalgebruik een eenheid, maar tonen een variëteit in dakkapellen, gevel- en dakvormen die een eigen karakteristiek aan het geheel geven. De huizen hebben ‘ensemblewaarde’ in relatie tot elkaar en tot de overige vroeg 20e eeuwse bebouwing in de omgeving. Daar kan ik het wel mee eens zijn. Ik word altijd een beetje warm van binnen als ik het rijtje zie bij het inrijden van de Dubbeldamseweg.

Blauwdruk van Willemstraat 1-3 – 1907

Ondanks dat de bouwaanvragen niet bewaard zijn en er alleen een stel ongedateerde blauwdrukken van nummer 1-3 is, weten we dat de huizen in 1907-1908 gebouwd zijn. De aannemer onder wiens leiding en naar wiens tekeningen dat gebeurde was Gerrit van Hoek (1880-1958), oftewel Baas Hoek. Daarvoor had Van Hoek al enkele rijtjes arbeidershuizen in het gebied ten westen van de weg gebouwd evenals voor zichzelf een huis met timmerwerkplaats naast een, ook door hem gebouwd, fietsenfabriekje met bovenwoningen in de Sophiastraat. Tegelijkertijd was hij ook bezig in de Hendrikstraat en de Emmastraat, waar de eerste huizenrijen eveneens in 1908 gereed kwamen.

Het rijtje op een winterse dag in 2022

Het leek wel of hij met het rijtje aan de Willemstraat een soort bewijs van zijn kunnen voor grotere en duurdere projecten af wilde geven: kijk, dat kan ik ook allemaal bouwen en dan gaat het er zo uitzien. De Emmastraat laat zien dat de karakteristieke variatie van torentjes, dakkapellen, erkers en balkons zeker aansloegen. Ze zijn er het bewijs van dat zijn stijl aansloeg voor de meer gegoede kopers. Maar zelfs zijn arbeiderswoningen met hun speklagen van gele en rode stenen, deuren met smeedijzeren versiering, ingewikkelde glas-in-lood bovenramen en bijna folkloristische gevelafwerkingen tonen zijn inventiviteit.

Afbladderende verf, rottend hout, verdwenen balkon.

Intussen merken we in 2023 niet zoveel van die sinds 2020 bestaande monumentenstatus van Willemstraat 1-9 als geheel. Met name nummer 1-3 is zwaar verwaarloosd en heeft dringend onderhoud nodig. Dat zo’n huis ondanks die status al zo lang staat te verpieteren is onbegrijpelijk. Een eigenaar moet hier toch door monumentenzorg op aangesproken kunnen worden? De andere drie huizen zijn goed bijgehouden door de bewoners, met bijna al hun originele houtwerk en glas-in-lood nog intact. Alleen de westmuur van nummer 7 ziet er wat verwaarloosd uit. Uit verdere voorbeelden hierna blijkt echter dat zo’n monumentstatus niet alles zegt.