Krot!

Ik houd dus al sinds begin 2021 een soort fotojournaal van de wijk Nieuw-Krispijn-Oost bij. In november 2023 heb ik een serietje gewijd aan het blok hoek Hendrikstraat-Mauritsweg en daar wat gezegd over nummer 6, zie hier. Ik noemde het een verwaarloosde hoek.

Afgelopen zondag 25.2.2024 liep ik weer eens een rondje en schrok eigenlijk wel van dat pand en besloot de foto die ik nam eens te vergelijken met eerdere foto’s. Bovenaan dit blog zie je de close-up uit 2023. Dat is geen leuk gezicht, daar zult u het mee eens zijn. Hieronder zie je 2021 (boven)  en 2024 (onder). Zoek de verschillen tussen de drie. Gevonden?

MAW 6 – 2021
MAW 6 – 2024

Die zijn er dus niet. Alles blijft hetzelfde, alleen het verfwerk verpietert steeds wat verder. De zonneschermen en gordijnen zijn niet veranderd, alleen wat verder vergeeld. Het middelste dakraam staat nog steeds open en de wind waait het af en toe wat verder open en weer terug. De bakstenen zullen steeds wat meer (zout)uitslag laten zien. Conclusie: hier woont niemand en er wordt al minstens vier jaar geen onderhoud gepleegd. Het pand is verkrot en ik ben bang dat het binnen niet veel beter is. Of aan de achterkant.

Wat gebeurt er met deze hoek als dit pand onbewoonbaar wordt verklaard? Kan de eigenaar hierop aangesproken worden? Is er een mogelijkheid voor de gemeente om in te grijpen? Het is geen monument en we zitten hier niet in een bescherms stadsgezicht, dus er is door de buurt niets tegen te doen. Moeten we dan met de armen over elkaar toezien hoe een pand in elkaar stort? Nee toch?

Dit blog gaat naar diverse instanties voor reacties. Ik houd u op de hoogte van wat erover gezegd wordt.

Naar boven

De jaren twintig 1

In heb het in enkele eerdere blogs al gehad over de uit de jaren twintig daterende ensembles in Krispijn, toen de woningbouw na de Grote Oorlog weer langzaam opstartte. Ik heb al enkele rijtjes die toen gebouwd zijn behandeld hier over het hoekpand waar deze website mee van start ging, en hier over de beide andere blokken aan die kant van de Mauritsweg. Ook in de Sophiastraat staat zo’n rijtje waar ik hier wat over heb geschreven. In mijn vorige blog beschreef ik het zoekspel dat ik speelde als ik door de vooroorlogse wijken reed: wat-is-nog-origineel (aan-die-gevel). Afgekort WINO.

Ik heb besloten nu een serietje te doen waarin ik laat ziet welke onderdelen van gevels van ensembles uit de jaren twintig nog lijken op wat er op de originele bouwtekeningen staat. Je kunt er trouwens niet altijd vanuit gaan dat huizen precies volgens tekening gebouwd werden. De tekenaar  wist bijvoorbeeld niet altijd wat voor deuren erin zouden komen en of de bovenramen alltijd glas-in-lood bevatten. Ook kon de definitieve roedeverdeling in ramen wel eens afwijken van het getekende. Ik heb zelfs de indruk dat tijdens het bouwen soms van het plan werd afgeweken. Waarom dat gebeurde is niet bekend, want dat staat nergens opgeschreven en we kunnen het niet meer aan de bouwmeesters vragen. U zult die voorbeelden hierna nog wel tegenkomen.

Eerste ontwerp voor Dubbeldamseweg 108-112 zwart en rood (1920)

Ik heb besloten te beginnen met een kort rijtje aan de Dubbeldamseweg met de nummers 152-156 (oude nummering 108-112). Het kwam op de plaats waar sinds 1914 – toen het Woningzorg-complex gereed kwam – een gat was gevallen tussen de huizen op de hoek van de Leliestraat en de Madeliefstraat. Het duurde nog tot 1920 toen metselaar Leendert Molendijk een plan indiende om er drie dubbele woningen te bouwen. De blauwdruk bestaat nog, maar de huizen zijn nooit gebouwd (zie hierboven). Het plan werd in datzelfde jaar gewijzigd en bevatte nu drie middenstandswoningen. Niet alleen weken die nieuwe plannen qua inrichting van elkaar af, maar vooral de buitenkant kreeg een heel ander uiterlijk. Dat kwam gedeeltelijk omdat de plattegrond veel minder traditioneel was, waardoor het opgaande werk een wel heel bijzondere vorm kreeg.

Tweede ontwerp (ook uit 1920)

Ik zie de overeenkomsten met wat in Amsterdam de ‘school’ van die naam wordt genoemd. Maar dan in een lokale versie, zoals Hendrikstraat 65 in het vorige blog. We zullen helaas nooit weten waarom Leendert van opvatting veranderde of door wie hij beïnvloed kan zijn. Wel verrees daar in 1920-21 (tegelijk met baas Hoeks ensemble aan de Mauritsstraat 14-24) een heel bijzonder rijtje. Zie de foto boven dit blog. Die moet van voor 1923 dateren, want de twee ramen naast de deur zijn in dat jaar vervangen door een breed winkelraam. De begane grond werd dus winkel en in 1988, toen wij aan de weg kwamen wonen, was het dat nog: een drogist. Nu is het al weer lang een woonhuis.

De plattegronden van nrs 152-156 met de afplattingen van pand 156 beneden en boven

Omdat de muur met die ramen erin een zeer stompe driehoek vormde, moest het hele metselwerk van de begane grond overgedaan worden. Dat moet een kostbare operatie zijn geweest. Inmiddels is dat winkelraam alweer vervangen door een breed kunststofkozijn, maar je kunt aan weerszijden ernaast de nog enigszins schuinlopende muren zien. Het verdere metselwerk met de decoratieve uitspringende rijen bakstenen is keurig gedaan. Dat is echter niet het geval geweest bij het weghalen van het balkon erboven en het rechttrekken van de balkondeuren en –ramen. Ook die zijn nu van kunststof. Het stuk muur eronder ziet er niet uit en lijkt wel met lidtekens bedekt. Verder is de rollaag boven de ‘winkelruit’ bijzonder slordig gemetseld; de koppen van de bakstenen schelen centimeters met de originele en lopen ongelijk in het bestaande metselwerk over. Deze gevel is echt een aanfluiting en een voorbeeld van hoe je een jaren twintig gevel in Amsterdamse School stijl niet renoveert.

Detail van de gevel van 156 met de lidtekens van de verwijderde hoek

Even weinig gevoel voor het origineel blijkt uit het middenpand, nr. 154, waar op de etage kunststof kozijnen de plaats van hout ingenomen hebben met een moderne roedeindeling. Op de begane grond is het originele brede raam met zes vlakken vervangen door een grote doorzon-woning ruit die niet zou misstaan in een jaren zestig nieuwbouwwijk. En dat geldt ook voor de deur en de sponningen in bruin gevernist hardhout.

Overzicht van het lapwerk aan 152-156 met roodomlijnd de enige nog originele elementen

Alleen nr. 152 heeft nog elementen van de oude situatie bewaard. Het heeft nog de stompe driehoek muur zoals die in 156 was, het balkon, de terugwijkende balkondeur met zijn vensters ernaast en zowaar nog een rest roedeverdeling in de bovenramen aan weerszijden van de hoek. Helaas hebben de ramen op de verdieping die niet meer en is de voordeur modern.

Vorige bewoners/eigenaars kan je natuurlijk niet meer vragen het beter te doen. Omdat het rijtje geen monument is en ook niet in een beschermd  stadsgezicht staat kan je ook huidige eigenaars niet verplichten of tenminste smeken terug te gaan naar het uiterlijk van 1920. Inmiddels wordt echter in het middelste pand weer verbouwd, nadat zo’n beetje alles uit de binnenkant is gesloopt. Ik houd mijn hart vast voor wat er nu weer zal worden aangepast aan de ‘moderne smaak’. Oh, waren we maar beschermd stadsgezicht. Maar er is een mogelijkheid dat de nieuwe eigenaar dit blog leest en dat dan blijkt dat ik me voor niks druk heb gemaakt. Ik hoop het…

Wordt vervolgd

Naar boven

Schimmelbaksteen

Ik zal het maar bekennen: ik heb wat met baksteen. Dat begon al in 1991 toen we voor Archeon op zoek waren naar moderne replica’s van veertiende eeuwse bakstenen (die waren er niet…). Sindsdien heb ik me verdiept in alles wat met dat bouwmateriaal te maken heeft. Wat ermee gedaan is en wat er nog steeds mee gedaan wordt. Hoe ze gemaakt werden en worden en wat de eigenschappen ervan zijn. Ik houd van de namen die er om het bouwen met baksteen worden gebruikt; van kruisverband tot klezoor. Dat betekent ook dat ik altijd loop te letten op wat mensen om me heen ermee gedaan hebben. En daarom maak ik me in mijn KIK project ook zorgen over wat men er hier nog mee gaat doen.

Nieuwbouw aan de Mariastraat 17-29

Ik heb al eerder mijn angst voor afbraak en nieuwbouw van Nieuw-Kispijn-Oost uitgesproken. Niet alleen dat je een uniek stuk onbeschermd stadsgezicht mee kwijtraakt, maar wat krijg je ervoor terug? Ik heb ook al gewezen op wat ze notabene in onze wijk aan de Mariastraat gebouwd hebben en aan het bouwen zijn. Ongetwijfeld ruime en comfortabele huizen, maar verrekte somber om te zien. Gebouwd van een soort donkere paarsrode-bruine bakstenen, afgewisseld met een bijna onbeschrijfbaar donker beigegrijs. Het huis dat nu naast Mariastraat 15 wordt gebouwd is in dezelfde kleuren baksteen (en hetzelfde metselverband: noords met afwijkingen).

De bakstenen van de nieuwbouw naast Mariastraat 15 bij zonlicht. Meestal zijn ze een stuk donkerder

Ik heb het ook al even gehad over de afbraak en herbouw van onze buren: Nieuw-Krispijn-West. Het Witte Dorp verdwijnt. De kleine huizen waren na de oorlog op een koopje gebouwd met verwerkt puin van gebombardeerde gebouwen omdat de woningnood hoog was. Die verdwijnen op dit moment en zijn deels al verdwenen, want door verwaarlozing, maar ook omdat ze aan hun eindje waren, werd dat de hoogste tijd.

Optimistische vooruitblik naar de Charlotte de Bourbonstraat
Hoek Anna Paulownastraat-Mariannestraat in de toekomst

Ernstiger en al veel beter zichtbaar zijn de nieuwe huizen die in de plaats zijn gekomen van wat ik de straten van de Oranjevrouwen noem: de Anna Paulowna-, de Charlotte de Bourbon- en de Mariannestraten, die deels nog doorlopen in het Witte Dorp. De architecten hadden een aantal jaren geleden aantrekkelijke toekomst-tekeningen gemaakt om bewoners te trekken. Het ziet er allemaal zonnig en groen uit. Inmiddels zijn de casco’s zo’n beetje klaar en staan er overal verhuiswagens en klussersbussen. Maar in Nederland is het lang niet altijd zonnig.

Wat je op de tekeningen niet ziet zijn de bakstenen. Die zijn ‘wit’. Nou ja, ze hebben een lichte kleur en als je dichterbij komt lijkt het op er een schimmellaag opzit. Soms op het zwartige of ongezond bruinige af en altijd kalkig. Zie de grote afbeelding bovenaan dit blog. Ik vind het afschuwelijk. Het is ook zo on-Nederlands. Niet dat ik nou zo’n chauvinist ben, maar ‘witte’ bakstenen zijn niet bestand tegen het vaderlandse weer en zeker niet als ze zo’n ruw oppervlak hebben als de beschreven schimmelbakstenen.

Het ANWB pand kort voor de afbraak in 2023

Je zou toch denken dat architecten en aannemers inmiddels voldoende ervaring hebben met de effecten van regen, roet en uitlaatgassen op lichte baksteen. Ik kan me nog de nieuwbouw van het Delftse stadskantoor destijds herinneren, dat bedekt was met witte tegeltjes. En die waren ook nog geglazuurd. Na een paar jaar waren ze groen uitgeslagen. En we hebben net zo’n verhaal over de witte wanden van het ANWB gebouw aan de Spuiboulevard. Maar nee. Aan het eind van de Charlotte de Bourbonstraat staan langs de Mauritsweg notabene twee rijen voorbeelden van wat er gebeurt met dit soort baksteen, al zijn die van oorsprong eigenlijk heel lichtgeel. De bijgaande foto’s spreken wat dat betreft duidelijke taal. De grauwsluier over beide rijen en de grijze plekken in de lichte muren zijn een aanfluiting.

Mauritsweg 80-92 in hun huidige staat

Wat is er mis met gewone baksteen?  Die gebruiken we al sinds het begin van de dertiende eeuw, waarbij Dordrecht de eerste stad in Holland was die de toen nog zeldzame baksteen toepaste in woon- en pakhuizen in plaats van bij kastelen, kloosters en andere belangrijke gebouwen. Hij was door de klei die hier voorhanden was verkrijgbaar in tinten van licht oranje (appelbloesem noemde men dat vroeger) tot grijsbruin, met allerlei nuances daartussen. Alleen aan de Hollandse IJssel produceerde men gele bakstenen, die kleiner waren. De stenen hielden zich eeuwenlang goed, al bleken ze wel te donkeren onder in vloed van vroeger roet en nu uitlaatgassen. Maar als een hele wijk ‘donkert’ zoals bij ons, valt dat niet echt op. Bovendien verbinden allerlei organismen via de regen en de rook zich met de altijd poreuze baksteen die daardoor een een bijna ondoordringbaar oppervlaktelaagje krijgt. En dat geldt ook voor de voegen. Het valt dan natuurlijk wel op als men de muren gaat schoonspuiten. Buiten dat het schadelijk kan zijn voor zowel de steen als de voegen, want dat genoemde laagje wordt eraf geschuurd, valt zo’n ‘schoon’ pand tussen de rest er dijkwijls nogal opvallend uit. Het gaat ook ten koste van de sfeer en harmonie in de rij waarin het staat. Maar voor dat laatste hebben moderne mensen dikwijls weinig oog.

Gedonkerde muur uit 1910 aan de Dubbeldamseweg
Schoongemaakte muur uit ca 1910

Baas Hoek bouwde tussen 1901 en 1917/19 met licht oranjebruine stenen. Nieuw waren dat heel ‘vrolijke’ stenen, zeker als ze nog gecombineerd werden met raam-  en deurstrekken en speklagen van gele en rode bakstenen. Dat is één van de aspecten die Van Hoeks aandeel in Nieuw-Krispijn-Oost juist zo aantrekkelijk maken. De iets grauwere en donkerdere stenen in de jaren twintig huizen zijn daartussen een mooi contrast. Zeker met het creatieve gebruik van versieringen in baksteen en het toepassen van verdiepte rijen en de leuke randen en muizentanden.

Muur uit 1923 aan de Mauritsweg
Muizetandjes

Ik verbaas me er dus over dat moderne architecten ondanks die slechte ervaringen met lichte muren in Nieuw-Krispijn-West toch weer kiezen voor lichte baksteen als je bij de buren kunt zien hoe lelijk die er na een paar jaar al uit gaan zien. En dat dat gebeurt met bakstenen die een kunstmatig  schimmellaagje hebben gekregen. Dat is bijna nog erger dan als je huizen bouwt met kunstmatige roet- en metselkalklaagjes alsof je niet goed schoongemaakte baksteen hergebruikt van afgebroken huizen.

Het is mijn nachtmerrie dat verwaarloosde huizen van de oostkant van de wijk omdat er niet meer in gewoond kan worden zullen worden afgebroken en op zo’n manier weer worden herbouwd. Bescherm Nieuw-Krispijn-Oost tegen de schimmel! Maak het een beschermd stadsgezicht!

Naar boven

De verwaarloosde hoeken 5

Waarom heb ik dit serietje nou eigenlijk zo genoemd? Eenvoudig omdat de genoemde hoeken er inderdaad niet best uitzien. Ik heb ze ook als eerste gekozen omdat ze langs een drukke weg liggen en dus nogal opvallend zijn. Niet dat de vele voorbijgangers nu constant bij de trieste aanblik van de verveloosheid, slijtage, zoutuitslag en schimmel stilstaan. Ik had zelf  ook een heleboel wandelingen nodig om de ellende echt tot me door te laten dringen, al waren me in die 35 jaar natuurlijk soms wel dingen opgevallen. Het lijkt trouwens wel of ik steeds, bij elke wandeling, nieuwe dingen ontdek. Niet alleen lelijke, maar juist ook aparte en mooie. Wat ook scheelt is het weer. In de zomer, met alle bomen in blad, en de baksteen warmgloeiend ziet de wijk er een stuk gezelliger uit dan in de winter. Juist het wat sombere weer, de kale bomen en het witte winterlicht laten die scheuren in de muren, het afbladderend houtwerk, de geel wordende kunststof, de witte uitslag op de bakstenen, etc. extra goed zien. Vergelijk de bovenstaande foto uit de zomer van 2022, maar eens met die van de andere twee  rijen in 1921 aan de even kant van de Mauritsweg gebouwde middenstandswoningen die ik onlangs heb gemaakt.

De nummers 26-40 zijn nog tamelijk gaaf. Vergeleken met de blauwdruk is de roedeverdeling van de bovenramen aangepast, maar dat kan al tijdens de bouw zijn gedaan. Slechts één heeft de originele raampartijen vervangen  door kunststof. Één dubbelhuis bezit nog de originele deuren. De dakpannen uit de jaren ’20 zitten er ook nog op. Alleen de tuinhekken zijn overal weg. Het toont zo nog redelijk als één geheel.

De rij met de nummers 42-50 daarentegen is in vergelijking met de bouwtekening volkomen anders geworden: alle ramen zijn van kunststof, ook  die in de beide licht-driehoekige erkers. De deuren zijn modern en de dakranden zijn gladde platen mdf geworden. Het geheel was al veel soberder dan het rijtje links ervan, maar de moderne vervangingen maken het in wezen gewoon een saai geheel. Alleen de uitkragende baksteenrandjes en –panelen geven nog wat sjeu aan de gevel. Wat ook opvalt zijn de vele ingevulde scheuren in het muurwerk. Is hier de funderingsproblematiek schuld aan?

Beide complexen zijn niet zo verwaarloosd als het hiervoor behandelde ensemble. Het feit dat het in één keer gebouwde rijen betreft, in plaats van kortere plukjes, is daar de reden van. Maar ook hier geldt: oppassen dat er niet nog meer verdwijnt, want dat gevaar is levensgroot aanwezig. Ik droom  wel eens van die wensdromen. Zouden er mogelijkheden zijn het uit de rij vallende pand 30-32 weer terug te brengen in de staat die zijn buren hebben? Inclusief de deuren van 38-40? Dan zal je zien dat het ineens weer een mooi geheel wordt. Zouden de standaard kunsttofkozijnen in 42-50 vervangen kunnen worden door ramen met roedeverdelingen in de bovenramen? Zoals op de bouwtekening dan zal je eens zien hoe levendig de rij wordt. En dan de deuren ook aanpakken en de scheuren opvullen met niet zulke in kleur afstekenden voegspecie. Dan wordt het een plaatje. Als we nou eens een beschermd stadsgezicht zouden worden… Zal dat een droom blijven?

Een uitleg en een excuus

Zoals ik in de homepagina van de website Krisisinkrispijn schrijf was het plakken van gele isolatieplaten op een huis op de hoek van Mauritsweg en Sophiastraat de druppel die bij mij een emmer over deed lopen. Ik loop al ruim drie jaar door de wijk en zie steeds meer tekenen van verwaarlozing van huizen en soms ook de buitenruimte. Dat is in andere steden en dorpen dikwijls het begin geweest van afbraak en nieuwbouw. Daarbij werd en wordt zelden gelet op bouwkundige en bouwhistorische kwaliteit van wat afgebroken werd. Ook in Dordrecht zijn daar voorbeelden van. Al in de 19e eeuw gingen hele stukken binnenstad tegen de vlakte, waar nu zeer nostalgisch over wordt gedaan: hadden we die nog maar. De sanering van diezelfde binnenstad in de jaren ’60 is een recenter voorbeeld. Nog steeds kunnen oudere Dordtenaren treuren over wat toen verdween, met bovenaan het verlieslijstje het oude postkantoor.

Ik heb, uit hobby, maar ook omdat ik wat bouwhistorische kennis heb, de waarde van de wijk Nieuw-Krispijn-Oost leren zien. Door onderzoek te doen (ik ben historicus) kwam ik erachter dat wat hier staat uniek is. In ieder geval uniek in Dordrecht, maar als delen van straten zoals die hier bebouwd zijn in Amsterdam zouden liggen, ze die daar in toeristische routes zouden opnemen. Maar tegelijk met de esthetische waarde (het is hier gewoon mooi) zag ik ook de verwaarlozing en het verdwijnen van originele elementen door moderne invullingen zoals kunststof dakkapellen of Praxis-deuren. Ik heb het al gehad over afbraak van wijken als de verkrotting te ver doorslaat (zoals in het witte dorp in het aangrenzende deel van Nieuw-Krispijn), maar ik maakte me ook zorgen over de kamerverhuurders en huisjesmelker die niks aan hun panden doen en de boel laten verloederen. Totdat zo’n pand van ellende in elkaar stort of vanwege een erin gevestigde illegale hennepkwekerij in de fik vliegt (is aan de Dubbeldamseweg gebeurd). Ik vind dat dat niet mag gebeuren. En velen in de wijk en erbuiten met mij.

Mauritsweg 22-24 is zo op de voorgrond gekomen omdat het wel een heel erg opvallend voorbeeld is van wat er nog meer mis kan gaan. Niet goed of volledig gerepareerde lekkages of regeninslag via kapotte voegen in het muurwerk kunnen fataal zijn voor het hele rijtje. Dat het al vijf voor twaalf is kan je zien aan de stalen banden die de hoek bij elkaar moeten houden. Een laag isolatie op de buitenmuren plakken is geen oplossing. Het ziet er niet uit (en steenstrips erop nog minder) en het helpt niet; de effecten van de lekkages blijven gewoon doorgaan. Gelukkig wordt nu in ieder geval die isolatie weggehaald. Hoe het verder gaat weet ik niet.

Ik wil in ieder geval mijn excuses maken aan lezers van de website en de blogs. Maar ook aan de bewoners van het bewuste pand over het feit dat het lijkt of ik maar doorga met hameren op dat ene huis. Dat is schijn. Ik schreef al dat het de aanleiding was voor de website en de blogs. Die aanleiding zal binnenkort verdwijnen en dan komt op de homepagina de geschiedenis van Nieuw-Krispijn te staan. De foto gaat dan ook weg.

In de blogs behandel ik groepjes huizen (en later misschien ook individuele) waarvan ik zeker weet dat ze in gevaar verkeren. Of waar het  wel goed mee gaat. Ik heb net het complex van Woningzorg gedaan en binnenkort doe ik het oudste  rijtje aan de oneven kant van de Dubbeldamseweg en de Bloemenbuurt. Nu ben ik bezig met wat ik de ‘verwaarloosde hoeken’ tussen de Hendrikstraat en de Sophiastraat noem. Daarin, jawel, staat ook Mauritsweg 22-24. Dat kan ik niet helpen, dat is toeval. Het lijkt of ik het erom doe en veel te veel aandacht schenk aan een pand waarin mensen wonen die het (misschien) ook niet kunnen helpen, maar dat is niet zo. Ik stalk niet, ik roddel niet, ik pest die mensen niet; het is een onderdeel van de lijst van huizen waarover ik bezorgd ben.

Ik dacht dat de Faceboek pagina’s van de groepen ’t Dordrecht van toen — Geschiedenis van een eiland en Dordrecht Oud En Nieuw een goede plek waren om te verwijzen naar mijn website waar mensen, Dordtenaren en anderen, wat over de geschiedenis van deze wijk kunnen leren. Of waar ze oog kunnen krijgen voor wat hier te zien is, om zich te kunnen realiseren dat dat de moeite waard is om te bewaren en te redden. Dat heb ik verkeerd ingeschat. Nu wordt het ‘propaganda bedrijven’ genoemd. En mensen vragen of ik wil stoppen met huizenbezitters te pesten. Er gaan zelfs al stemmen op om me uit die groepen te gooien. Dat zou ik jammer vinden, want ik ben bij die groepen veel aardige mensen tegengekomen die me hielpen vragen over bewoners, winkels en nijverheid te beantwoorden.

Vandaar dat ik beloof te stoppen met het aankondigen van nieuwe blogs of pagina’s op beide groepen. De mensen die wel mijn stukjes willen lezen kennen inmiddels de weg. Of anders praat het zich wel rond. De anderen die me een irritante bemoeial vinden zullen in ieder geval geen aankondigingen van mijn hand meer hoeven te lezen.

Nogmaals: mijn excuses naar de bewoners van Mauritsweg 22-24 toe, maar het is allemaal met de beste bedoelingen gedaan en geschreven.

Henk ’t Jong MA

De verwaarloosde hoeken 4

Inmiddels was de op de andere hoek, die met de Sophiastraat, een blok van drie boven- en benedenwoningen gebouwd. Het was weer Gerrit van Hoek die eind december 1920 een aanvraag voor een vergunning voor dit complex bij burgemeester en wethouders indiende. Het plan werd goedgekeurd en baas Hoek ging aan het bouwen. Na het fabriekje in de Hendrikstraat was dit waarschijnlijk het eerste rijtje woonhuizen dat hij na de oorlog weer aanpakte. Ongeveer tegelijkertijd bouwde hij namelijk nog een paar complexjes van vier of zes huizen in ongeveer dezelfde stijl in de Sophia- (1921) en de Frederikstraat (1921), gevolgd door de rij van twaalf huizen aan de overkant van de Mauritsweg/straat, de nummers 1-23 (1923). In 1924-25 bouwde hij ook het rijtje van twee dubbele en vijf enkele woningen aan de Frederikstraat dat uitkeek op het Emmaplein en de hoek omging van de Anna Paulownastraat. Hij had inmiddels wel concurrentie in de wijk, bijvoorbeeld van de aannemers Baers van het Weeshuisplein en Hijbeek en De Kluiver uit de Toulonselaan of de architecten Bakker en Van Herwijnen. De eerste twee bouwden tegelijk met hem, dus in 1921, de rest van even kant van de Mauritsstraat vol: tussen de Sophiastraat en de Frederikstraat (26-40) en tussen die laatste straat en het voetbalterrein (42-50).

De zijgevel in de Sophiastraat in zijn oorspronkelijke staat.
Let op de witte vllekken.

Karakteristiek voor Hoeks jaren ’20 huizen waren de speelse baksteenrandjes, de vooruitspringende horizontale lijnen en de driehoekig uit de muur springende schoorstenen. Dat hebben de gelijktijdige huizenrijtjes van zijn collega’s veel minder. De zijkant van nr 22-24 aan de Sophiastraat is daarbij een geweldig voorbeeld van creativiteit met opgelegde platte lisenen met bovenaan grappige driehoekige afwerkingen. Elke keer als ik van het station naar huis fietste genoot ik weer van die muur. En nu zitten er foeilelijke gele kunststofplaten voor…

Een van de stalen banden die de hoek bij elkaar moeten houden.
De witte uitslag is hier nog veel ernstiger.

Niet alleen dat, maar voor die erop gingen waren er al een paar stalen banden om de hoek bevestigd. Was dat omdat het metselverband daar dreigde los te laten? Dat duidt op lange verwaarlozing van deze muur, waarschijnlijk na lekkages. Dat is ook te zien aan de akelige witte vlekken in het metselwerk rond die hoek en naar de achterkant toe. Het betekent ook dat deze verwaarlozing al lang aan de gang is en dat er al veel eerder dan juni 2023 ingegrepen had moeten worden. De bewoners klaagden trouwens al langer over schimmel en vocht.

De foeilelijke legpuzzel op de zijgevel. Hij begint al af te brokkelen.

Inmiddels is begin november 2023 door de Welstandscommissie de te laat ingediende vergunningsaanvraag geweigerd en moet de eigenaar-bewoner de isolatie verwijderen. Hij heeft daar zes weken voor, dus tot de week voor kerst. Als dat niet gebeurt wordt er ‘gehandhaafd’. Wat dat precies inhoudt is mij niet bekend, maar het woord dwangsom viel al. Ik zal in deze blogs de ontwikkelingen blijven volgen en de resultaten aan mijn lezers doorgeven.

Laatste nieuws!

Mevrouw De Heer meldde me dat men al een paar dagen bezig was de platen van de zijgevel te verwijderen. Direct gaan kijken en ja, men is aan het werk, maar wat er onder vandaan komt ziet er niet best uit. Mevrouw De Heer was er ook met haar hondje en we hebben er even een bezorgd gesprekje over gehad. Foto’s gemaakt in het verdwijnende licht en een beginnende regenbui. U ziet er een paar hieronder.

Even een paar dagen niet naar buiten vanwege de herfstbuien en dan mis je zo’n ontwikkeling. Ik ben dankbaar voor mijn lezers die me dan tippen. Het blog begint in de buurt te leven!

Nr 10-12, een latere variatie op 14-24.

Tussen Mauritsweg 8 en 14 bleef een gat. Pas in 1926-27 zou dat gevuld worden door een dubbel woonhuis dat de nummers 10-12 zou krijgen. De architecten Bakker en Van Herwijnen hadden waarschijnlijk van de eigenaren Jacobs en Kortman van het hoekpand opdracht gekregen om hun ontwerp goed bij het blokje van baas Hoek aan te laten sluiten. Dat deden ze inderdaad. Allerlei details komen overeen met die van de buren. Zelfs de indeling, de deuren en de plaatsing van de kozijnen klopt, alleen is alles net even iets eenvoudiger van opzet en net wat minder speels.

De verwaarloosde hoeken 3

In datzelfde jaar werden op de begane grond van het huis aan de Mauritsweg twee woningen gemaakt. Het linkerappartemen had zijn ingang aan de Hendrikstraat 1, het rechter kreeg een ingang naast de beide voordeuren 4 en 6 van de bovenwoningen en kreeg als nummer Mauritsweg 8. Hiervoor werd in de aanbouw van de genoemde beuk achter nr 1 een slaapkamer gemaakt en achter 8 een keuken. De balkons werden in het midden wat minder diep en dat zijn ze nog. De pakhuizen en kantoren waren verleden tijd. De beide deuren 4-6 zitten er nog, met hun zijraampjes. De deuren zijn inmiddels ‘modern’ en de roedeverdelingen en het glas van de zijramen zijn veranderd, behalve die van het bovenlicht van nr 6. In het onderzijraam zit daar zelfs nog een origineel houten pilastertje.

Als je dichterbij de huizen komt kan je pas goed zien wat er mis is

Nog waren de veranderingen niet afgelopen. Al in 1932 werd door eigenaar van de pand nr 6, B. van der Eijk, vergunning aangevraagd om de woning op nr 8 uit te breken. Van der Eijk was slager aan de Dubbeldamseweg 49, nu 71, en wilde er een beenderopslag van maken. Hiertoe werden op de plaats van de voordeur en het raam van nr 8, twee dubbele inrijdeuren geplaatst. Hoe hygiënisch een dergelijke bewaarplaats in een woningrij was is de vraag. Nu is de ruimte achter die deuren leeg, al is er in het verleden wel eens een groentehal in geweest. De 4 deuren zijn vervangen door twee paar dubbele vouwdeuren.

Inmiddels zijn alle ramen in het linkerpand van kunststof. Het rechterpand heeft nog houten kozijnen, maar het meeste verfwerk, tot aan de dakramen toe, is zwaar verwaarloosd. Inclusief het originele bovenlicht en het zijraam van de voordeur van nr 6. Overal zitten moderne deuren in. Ik heb een vermoeden dat er misschien achter de plaat board op de deur van nr 6 nog een  origineel exemplaar zit, maar ga dat maar eens nakijken. De muren zijn niet bijgehouden en algehele de staat van het onderhoud van de gevels zowel aan de Hendrikstraat als de Mauritsweg is belabberd. En dat terwijl de hoekoplossing met zijn prachtige metselwerk een stuk bouwkunst is dat als monumentaal zou moeten worden beoordeeld.

De verwaarloosde hoeken 2

Dat industriële van het begin van de Hendrikstraat is tot nu toe gebleven. Nog steeds is er een florerend garagebedrijf op de plek waar in 1919 werd begonnen met fabrieksbouw (zie hierboven). Maar het begon heel anders. Achter het hoekpand kwam in dat jaar een nieuw gebouw op wat nu Hendrikstraat 3-5 is: een rijwielfabriek. Hij werd gebouwd voor Ruth Cornelis Woerdenbag (met een g!) (1882-1941). Hij maakte fietsen in allerlei maten en gaf ze de merknaam Wantij. Er is nauwelijks wat terug te vinden over dat merk. Ik houd me aanbevolen voor plaatjes, merken en/of  advertenties en ander reclamemateriaal.

Wantij Magazijn aan de Blekersdijk 37 (toen 25)

Sinds ongeveer 1900 dreven de Woerdenbags een rijwielwinkel op de hoek van de Blekersdijk-Wilhelminastraat (nr. 19, vernummerd naar 25), die in de late jaren twintig naar de overkant verhuisde naar Blekersdijk 36. Ruths zoon David zette in ca 1950 de zaak voort en vestigde er een fietsenstalling achter, die gedreven werd door zijn compagnon Jac. Lakerveld. Hij had het merk Wantij kort na de oorlog wettig gedeponeerd. De zaak bleef bestaan tot 1975. Aan het opschrift boven de etalages is te zien dat de familie zijn naam inmiddels met ‘ch’ aan het eind schreef. De tak die als schoenmaker aan het Kromhout was begonnen en op den duur een zadelmakerij (met hondenriemen als specialiteit!) op de hoek Grotekerksbuurt-Raadhuisplein ging hier in mee en is nog steeds in de stad een begrip als een echte Dordtse, maar inmiddels opgeheven, lederwarenwinkel.

De zaak aan de overkant van de Blekersdijk op nr 36, toen 20.
De ingang naar de rijwielstalling is nog net te zien.

Raad eens wie die loods in 1919 ging bouwen als een van de eerste panden die hij na de wereldoorlog weer aan ging pakken: dat was baas Hoek. Het was een eenvoudig, laag gebouw van 9 x 24 m, verdeeld in 8 beuken die van buiten zichtbaar waren in verdiepte nissen. In de tweede en de zevende beuk zat een dubbele deur en er zaten ramen in de andere beuken. In de laatste, tegen het huis aan, zat een kantoortje, een magazijn en een portaal met wc, en de gang naar het hoekhuis.

In 1926 werd er weer verbouwd. Inmiddels waren de heren Jacobs en Kortman uit de Javastraat eigenaren van dit hoekcomplex. Dat het rijwielfabriekje inmiddels weg was blijkt uit het feit dat het deels werd gesloopt. De meest rechtse beuk werd bij het huis Mauritsweg 4-Hendrikstraat 1 getrokken en erop kwamen balkons voor de bovenwoningen. De volgende twee beuken werden afgebroken. Daar kwam een lage tuinmuur met een dubbel hek naar het erf achter het huis. De vijf overblijvende beuken bestaan nog steeds en vormen de garage van Albert’s Autobedrijf op nr 5. Zie bovenaan dit blog. Er zijn natuurlijk brede garagedeuren in gekomen, maar ertussen zit nog steeds een van de originele ramen. Het raam in de aanbouw is inmiddels verkleind en omgeven door slordig metselwerk.

Wordt vervolgd.

De verwaarloosde hoeken 1

De Hendrikstraat, de Sophiastraat en de Frederikstraat waren zijstraten van de Mauritsstraat (nu de Mauritsweg). Voor 1912 waren de eerste twee aan beide kanten bebouwd met rijen burgerwoningen en de Frederikstraat aan de oostkant, de even kant. Langs de westkant lag nog een tamelijk brede sloot en daarna begonnen de weilanden. Langs de Mauritsstraat stond nog niets. Alleen de gashouder en het slachthuis waren op terreinen die aan de Marketteweg grensden gevestigd. De straat zelf fungeerde als toegangsweg voor het voetbalterrein van DFC.

Het begin van de Hendrikstraat, vanaf die Mauritsstraat gezien, was een klein industrieel gebiedje. Fabriekjes en werkplaatsen waren er door de hele stad, maar hier, in de nieuwbouwwijk, onstond een bedrijvig stukje Krispijn. Aan de oneven kant was al sinds 1907 vanaf het huidige nummer 7 bebouwing. Aan de overkant stond alleen een koekbakkerij uit 1910 met bovenwoningen op de nummers 10-18 en een rij huizen tot aan de Emmastraat met de nummers 22-50 die waarschijnlijk een aantal jaren na 1909 (1910-11?) door baas Hoek zijn gebouwd. De eigenaar van de bakkerij, Van Sliedregt, zou in juni van datzelfde jaar 1912 een bouwvergunning aanvragen voor het kapitale pand op de hoek, Mauritsweg 2, met een bij het bestaande koekfabriekje aansluitende uitbreiding van de bakkerij plus een magazijn. Een bakkerijbuurtje dus, waar het bij tijden lekker moet hebben geroken.

Ook in de andere straten waren tussen de woningen dergelijke nijverheidsgebouwen. Aan de oneven kant van de Sophiastraat, van 25-51, en de even kant, van 8 -36, waren beide in 1908 begonnen, eveneens door baas Hoek. Die zou in datzelfde jaar voor zichzelf ook een werkplaats met bovenwoning en ernaast een breed huis met werkplaatsen en 2 bovenwoningen bouwen. Nu zouden die nrs. 17-23 hebben, maar toen waren het de nummer 11-17. Ik zal daar later in een blog aandacht aan schenken.

In de Frederikstraat, tenslotte, bouwde van Hoek allemaal in datzelfde jaar nog de rij huizen met nummers 10-36. Maar de koppen van de straten, die op plattegronden steeds als gemeentegrond werden aangeduid, bleven leeg.

Tekening van de achterkant van Oranjepark 12, de voorkant ligt aan de Toulonselaan.

Coenraad Jan den Duijtsen (1875-1916) was een welvarende handelaar in brandstoffen. Hij bewoonde het in 1898 gebouwde herenhuis Oranjepark 12, het middelste in een rijtje van drie. Het staat er nog steeds. Hij had behoefte aan opslagruimte voor zijn koopwaar en diende eind januari 1912 bij de gemeente een aanvraag in voor een bouwvergunning met bijbehorende tekeningen. Het zou een pakhuis worden met twee bovenwoningen op de hoek van Hendrikstraat en Mauritsstraat. P. van Driel, die een bouwbedrijf had aan de Spuiweg, zou als aannemer en uitvoerder fungeren. De vergunning kwam 22 februari 1912 rond en waarschijnlijk is het pand in dat jaar op die hoek gebouwd. Zie deze versie van het gebouw bovenaan dit blog, getekend naar de originele bouwtekening uit 1912.

Het gebouw was ongeveer 10 x 11 m in oppervlak met een afgeschuinde kant op de straathoek. Het was opgetrokken in bruine baksteen met geel-bruin-gele speklagen, creatief vormgegeven hoekoplossingen en ingenieus gemetselde schoorstenen. De begane grond telde twee grote ruimten die bereikbaar waren via een dubbele deur op Hendrikstraat 1 en aan alle kanten werden de ruimten verlicht met hoogzittende kleine ramen. De bovenwoningen waren ruim, met kamers en-suite, grote ramen en vakkundig gemaakte voordeuren met bovenlichten. Aan de achterkant, in de Hendrikstraat, zat nog een grote poort met dubbele deuren die naar een bergruimte achter het huis leidde. Erop waren balkons voor de bovenwoningen.

De hoekoplossing met integrale schoorsteen.

Aan de jaartallen achter zijn naam is te zien dat Den Duijtsen in 1916 overleed; hij werd maar 41 en had geen kinderen. Of de zaken voordien al goed gingen is de vraag want in 1914 was er een aanvraag van overbuurman Van Sliedregt om achter het deel van het genoemde pand langs de Hendrikstraat nog een koekfabriek te bouwen. Dat plan is niet doorgegaan. Een paar jaar na de dood van Den Duijtsen vroeg de NV Machinefabriek Maas en Merwe een vergunning aan voor het vergroten van de ramen op de begane grond, het veranderen van deuren en het bouwen van een schoorsteen. Ze hadden daar een kantoor gepland.

Hendrikstraat 1-Mauritsweg 4-6 in 1920

Wordt vervolgd

Monument 3: Mauritsweg 2

In 1912 was de opdrachtgever tot het bouwen van dit kapitale pand op de hoek van, toen, Mauritsstraat en Hendrikstraat de ondernemer David Casper Frederik van Sliedregt (1876-1969). Hij kwam uit Dinteloord en zijn vader was daar landbouwer. De familie zal zijn naam aan het gelijknamige dorp ontleend hebben, maar dat was dan heel erg lang geleden. Ze heetten al zo in de 16e eeuw en woonden al die tijd rond Willemstad en Fijnaart in Noordwest Brabant.

Van Sliedregt vroeg toestemming voor het bouwen van  een woonhuis annex kantoor op de hoek en een pakhuis met een drietal bovenwoningen aan Hendrikstraat 2-8. De opdrachtgever had al sinds 1908 een speculaasfabriek op Hendrikstraat 10-18 en de zaken gingen blijkbaar goed. In de nieuwbouw zou een uitbreiding van het magazijn komen en het kleine kantoortje aan de Hendrikstraat werd verhuisd naar de benedenetage van het hoekhuis. In 1914 waren er trouwens plannen om de koekfabriek naar de overkant te verhuizen, achter Mauritsweg 4 en Hendrikstraat 1. Het is bij een plan gebleven, want in 1919 werd de hele fabriek, magazijn en kantoor verplaatst naar de voormalige timmerfabriek van Baas Hoek aan de Frederikstraat. De leeggekomen panden aan de Mauritsstraat en Hendrikstraat werden overgenomen door de koek- en beschuitbakkerij van Van Mill.

De originele blauwdruk uit 1912.

Het grote huis werd ontworpen door A. Schmidt Azn., een Dordtse architect, die ook enkele kerken in de (binnen)stad had ontworpen, o.a. de geheel vernieuwde Kunstkerk aan de Museumstraat. Iedereen die het ziet zal kunnen beamen dat het een heel karakteristiek en opvallend pand is door zijn detaillering, de ‘chaletachtige stijlkenmerken’ en de gaafheid van het uiterlijk. Van bijzondere waarde zijn de originele kozijnen met schuiframen en het glas-in-lood in bijna alle bovenramen. De enige wijziging heeft in de achtergevel plaatsgevonden, waar een schuifraam vervangen is door een deur als toegang tot het in 1952 gebouwde balkon. Het hoekhuis is een mooi voorbeeld van Schmidts werk. Het steekt ook nogal af tegen zijn tamelijk eenvoudige omgeving, al heeft dat ook te maken met de verwaarlozing van de huizen aan de Mauritsweg en de aantasting door kunststof kozijnen  en de lelijke aanpassingen aan de gevels van Hendrikstraat 2-18.

Het raam in de zijgevel dat ooit een deur was.

Binnen is alleen de bouwkundige hoofdstructuur met hal en trap nog van belang, want het pand is inmiddels al jaren een kamerverhuurbedrijf voor buitenlandse arbeiders.