De Emmastraat 1

Ik krijg naar aanleiding van mijn blogs onregelmatig de vraag: wanneer doe je de Emmastraat nou eens? Daar is toch niet veel mis mee? Zo’n mooie sfeervolle straat… Dat ben ik natuurlijk eens met die vragenstellers, maar dat daar niks aan de hand is, is wat kort door de bocht. De huizen zijn inderdaad nog best gaaf. Juist omdat ze tamelijk groot zijn (in de bouwplannen werden het middenstandswoningen genoemd) wonen en woonden er dikwijls kapitaalkrachtige families in. Die hadden en hebben het geld om hun panden goed te onderhouden. Maar dat wil niet zeggen dat er in de 110-117 jaar dat ze er staan nooit rare dingen mee zijn gebeurd.

Het oudste rijtje, 1-11, is inderdaad al uit 1907. Kort nadat baas Hoek in 1906-07 zijn eerste rij arbeidershuizen aan de Hendrikstraat had gebouwd en aan het show-rijtje Willemstraat 1-9 was begonnen (nu een gemeentemonument) plande hij een rij veel sjiekere en grotere huizen dan die aan de Hendrikstraat. Ze moesten aan de Emmastraat komen, vanaf de hoek met de Dubbeldamseweg tot aan de hoek van de Hendrikstraat. Aan een straat die genoemd was naar de geliefde, toenmalige, koningin-moeder moesten het wel woningen van een bepaalde stand zijn. Waarschijnlijk waren ze erg succesvol, want hij begon in 1908 met twee andere rijtjes aan de Emmastraat, 13-25 en 2-12. En dat terwijl hij in 1907 al begonnen was de rest van de Hendrikstraat tussen Mauritsstraat en Emmastraat vol te bouwen en in 1908 ook nog de hele Sophiastraat afwerkte en de even rij aan de Frederikstraat begon.

Er is een zeldzame foto van de Emmastraat waarop de eerste drie rijen staan in een verder nog leeg gebied. Ik schat hem kort na de bouw, misschien nog in 1908, maar waarschijnlijk in 1909 genomen, want er staan nog geen huizen aan de Dubbeldamseweg. Het hoekhuis van die weg met de Leliestraat (nu 150) is nog te zien en we weten dat Van Hoek in 1910 aan dat deel van de weg ging bouwen.

De Emmastraat ca 1909, links de rijtjes 13-25 en 1-11 en rechts 2-12. In het midden de Rozenstraat met op de hoeken links Dubbeldamseweg128 en rechts nr 130. Tussen de twee eerste rijen ligt de Hendrikstraat, op de voorgrond links de Sophiastraat en rechts de oostkant van wat nu het Emmaplein is, maar dat begon als een plantsoentje.

Pas in 1913 en 1914 werden de andere twee rijen in de straat gebouwd. Dat was geen werk van baas Hoek meer. De nrs. 14-34 uit 1913 waren van Abraham (Bram?) Brand die een timmerbedrijf aan de Suikerstraat had. In 1914 bouwde timmerman Simon Hurkmans van de Voorstraat de nummers 27-37 en het daarbij aansluitende pand om de hoek van de Frederikstraat, nummer 38. Het is verwonderlijk om te zien hoe die rijen afweken van wat baas Hoek tot dan toe allemaal gebouwd had. 27-37 sloten nog wel een beetje aan met hun torentjes, maar het was een veel minder symmetrisch ensemble. Met name 14-34 was toch wel anders en het waren ook boven- en benedenwoningen, in tegenstelling tot de eensgezins panden in de rest van de straat. Maar daar ga ik het later over hebben.

Ik ga in de volgende blogs achtereenvolgens de vijf rijtjes aan die straat behandelen. Er is tamelijk veel van de plannen en bouw bewaard gebleven en er zijn ook nog wat leuke oude foto’s van de straat.

Wordt vervolgd

Naar boven

De jaren twintig 7

Als ik niet via de Mauritsweg naar de Krispijnseweg fietste, reed ik via de Emmastraat en dan moest je op het Emmaplein even naar links om via de Anna Paulownastraat die richting uit te kunnen. Voor je linksaf sloeg zag je (en zie je nog) een rij jaren twintig huizen (Frederikstraat 39-47), die aan beide zijkanten een iets hoger pand bevat. Er zit daar een extra etage op, onder een plat dak. In het kader van het WINO spel valt je dan onmiddellijk nummer 41 op. Dit pand is een van de weinige in de wijk waarvan de gevel bijna nog geheel in originele staat is. Boven dit blog staat een zeldzame foto van dit rijtje in aanbouw, toen het in 1925 bijna klaar was.

Frederikstraat 41 in volle glorie

De originele voordeur is nog aanwezig en de roedeverdeling in de ramen is geheel compleet, Zelfs het glas-in-lood zit nog in het raam op de begane grond. Het is ook het enige pand waarvan het houtwerk van de ramen en de deur nog in een donkere kleur geschilderd is en dan gevat in lichte kozijnen, die misschien oorspronkelijk ook donker wareb. Van een bevriende restauratieschilder ben ik naderhand namelijk te weten gekomen dat dat soort houtwerk voor de oorlog zeer dikwijls donker geschilderd werd. Niet zozeer het bekende standgroen, dat zo ‘in’ is tegenwoordig, maar dikwijls ook in verschillende tinten olijfgroen. Of in donkere houtkleuren met nerf effect.

FRS 39-47 nu

Het was daarom dus al een opvallend pand. Maar toen ik me verder ging verdiepen in de bouwwerken in de wijk, zag ik ook de detaillering van de muren. Ook de hoekoplossingen zijn apart en doen een beetje denken aan die van het huis op de hoek Hendrikstraat-Mauuritsweg, maar dan eenvoudiger. In de beide hogere uiteinden zit ook een vijhoekige erker op de eerste verdieping met een klein balkon op de tweede. En tussen elk pand daartussen zitten speelse uitstulpingen tussen een iets vooruit springende borstwering die me ergens aan deed denken. Pas onlangs kwam ik erachter dat het ontwerp van deze rij van baas Hoek is en uit eind 1924 dateert. Hij moet het direct na Mauritsweg 1-23 hebben ontworpen en gebouwd. En het lijkt er inderdaad een beetje op. Van Hoek was dus ook betrokken bij de uitbreiding van de wijk naar het westen.

Detail uit de stadsplattegrond van 1939

Het is namelijk de eerste rij die de grens van de wijk aan de Frederikstraat doorbreekt. Op stadskaarten van vóór 1924 is daar nog niks anders te zien dan weiland, maar nu gaat deze rij de beide hoeken om en zitten er aan elke kant dubbelpanden met ingangen aan Anna Paulownastraat  1 en de Saksen-Weimarstraat 2. Die straten worden vervolgens pas tegen 1930 voorzichtig doorgetrokken richting Oud-Krispijn. En ook daarbij is baas Hoek betrokken, nu met enkele van zijn zonen.

FRS 49-57 nu

Uit 1930 dateren namelijk de bouwvergunningen en tekeningen van het volgende stuk Frederikstraat, de nummers 49-57, eveneens met een hoger pand  aan de Anna Paulownastraatkant, dat de voordeur in die straat heeft op nummer 2. Dat huis is trouwens het enige dat aan de Frederikstraat kant nog een paar originele houten ramen heeft. De rest is geheel gemoderniseerd.

De grens werd nog verder doorbroken doordat Van Hoek en zonen de op de hoekwoningen aansluitende rijen eensgezinswoningen in de Anna Paulownastraat 3-15 en 4-14 en Saksen-Weimarstraat 4-16 bouwden. Ze staan op één tekening met de rij aan de Frederikstraat en hebben een vergelijkbare bouwstijl. Zij vormen het aansluitpunt met de na-oorlogse witte woningen, die nu allemaal gesloopt zijn. Of ze zelf ook dat lot zullen ondergaan is me niet duidelijk. Ze zijn allemaal  wat sleets geworden en bevatten ook niet veel originele delen meer.

Blauwdrukken van de rijen in de Anna Palowna- en Saken-Weimarstraten 1930
APS 3-15 nu

Het lijkt trouwens wel of baas Hoek rond 1930 zijn fantasie en speelsheid een beetje begon kwijt te raken, want behalve wat horizontale banden in de bovenste geledingen van de muren zit er zo goed als geen relief meer in de voorgevels. Of was het de crisistijd die om een soberder bouwstijl vroeg? Het is misschien niet toevallig dat hij in 1933 stopte met bouwen en sigarenwinkelier werd in de binnenstad. Zijn wereld werd kleiner, toen na het uitvliegen van zijn zoons, in 1935 ook zijn vrouw Sofie overleed. Na wat moeilijke crisisjaren en natuurlijk de oorlog, zorgde de winkel voor een regelmatig inkomen en een rustig bestaan tot dat in 1954 niet meer lukte. Hij trok eerst bij zijn zoon Gerrit in en later bij Thijs en bij de laatste in huis is baas Gerrit van Hoek in 1958 overleden.

Naar boven

De jaren twintig 5

Het volgende te behandelen rijtje is al eens eerder in een blog van mij verschenen. Eigenlijk vormde het de eerste aanleiding voor mijn acties om de aandacht te vestigen op het unieke van Nieuw-Krispijn-Oost. En dan met name naar de afdeling Monumentenzorg van de gemeente Dordrecht toe. Ik zag toen al de nodige verwaarlozing en dat was nog vlak voor mijn coronawandelingen begonnen. Ik kende toen al de hierboven getoonde foto, een zeldzame opname van een gezicht in de, toen nog, Mauritsstraat uit ca 1930, of iets vroeger. Links staat nummer 2, het recente monument, met rechts ernaast één van de toen nog niet ‘verwaarloosde hoeken’. Rechts is de in die tijd nog nieuwgebouwde rij 1-23 te zien, met erachter een soort (bouw?)keet.

Ik kende de rij woningen goed. Als ik door de jaren heen van het station naar huis fietste kwam ik op de Mauritsweg altijd langs dat blok tweehoog woningen. De bakstenen gevel was wat smoezelig geworden en ik werd altijd wat kriegelig als ik de ‘moderne’ aanpassingen van veel van de ramen en deuren zag. Ik stond er verder niet bij stil, maar ik had er geen positief gevoel bij. Het was pas rond 2019 dat ik in de straten in mijn wijk (en ook in andere buurten in Dordrecht) in rijen van in één keer gebouwde woningen begon te zoeken naar de huizen die nog hun originele kozijnen en verder houtwerk hadden. Het ‘wat-is-nog-origineel’ (WINO) spel dus. Gek genoeg was er dikwijls nog altijd wel één die min of meer onaangetast was. In het genoemde blok was het zelfs nog beter: de rechterhelft leek, hoewel wat verwaarloosd, tamelijk onaangetast.

Het rijtje MAW 1-23 in 2021

In 2020, tijdens de lockdowns, ontdekte ik de bouwdossiers op de site van het Regionaal Archief van Dordrecht. Een echte vondst. Alle bewaard gebleven Dordtse bouwdossiers, inclusief aanvragen, bestekken en blauwdrukken van voor de Tweede Wereldoorlog waren gewoon beschikbaar. Ook die van Mauritsstraat (de oudere naam van de Mauritsweg) 1-23. De bouwaanvraag dateerde van december 1923 en uit een Aanvraag tot afgifte van eene verklaring van voltooiing van 24 november 1924 bleek het rijtje afgebouwd te zijn. De initiatiefnemer was ene A. Hooijkaas en de bouwmeester/uitvoerder zou G. van Hoek worden. Dat was dus baas Hoek. Die het jaar daarvoor aan de overkant de nummers 14-24 had afgewerkt.

MAW 1-23 volgens de bouwtekening in 1923

Het was het eerste rijtje huizen dat ik vroeg in 2021 fotografeerde toen ik in mijn hoofd begon mijn plan voor een totale foto- en bouwdocumentatie van Nieuw-Krispijn-Oost te verwezenlijken. Ik stond in de Hendrikstraat en had een perfect beeld van een harmonisch tussen de bestaande bouw passend blok. Eigenlijk viel me toen pas echt op wat er allemaal was gebeurd met die huizen en hoe leuk de detaillering van de muren en daklijsten eigenlijk was. Nu kon ik het geheel ook vergelijken met de blauwdruk van de gevel. Je kon daarop ook zien dat tijdens de bouw al aanpassingen aan die gevel waren gedaan.

Ik besloot, toen ik die vergelijking maakte, die blauwdruk te gebruiken om een reconstructie te maken van de oorspronkelijk plannen (inclusief de deuren, die een eigen blauwdruk hadden). Het resultaat ziet u hieronder.

Reconstructie van MAW 1-23 met alle details, maar de deuren zijn hypothetisch

De bakstenen gevel is geheel bewaard gebleven; er zijn geen lekplekken of vochtuitslag te zien en er is geen bewijs van verzakkingen en daardoor ontstane scheuren. U ziet dat in de rechterhelft van de rij de roedeverdeling van de ramen, behalve in de rij op de tweede verdieping, intact is gebleven. Ik heb de indruk dat de drie raampjes bovenin de deuren van de eerste zes huizen ook nog origineel zijn, maar dat voor de rest van de deuren een plaat board is getimmerd die de detaillering verbergt. Het linkerdeel is echter een rommeltje. Nr 15 heeft nog een origineel raam op de begane grond, maar de rest is allemaal vervangen door kunststof ramen en bouwmarkt deuren van allerlei typen. Het verschil zal erin liggen dat rechts altijd van één eigenaar is geweest en dat links 100 jaar lang diverse eigenaars heeft gehad. Onlangs is vergunning aangevraagd voor het splitsen van het rechterdeel van Mauritsweg 1 in zes appartementen. Dat bleek een misverstand. De nummers 1-11 zijn al sinds de oplevering in 1924 zes aparte boven- en benedenwoningen. Maar het blijkt een technische term te zijn voor de verhuur door een nieuwe eigenaar van die zes panden. Ambtenarentaal, dus.

Ik blijf het een gaaf geheel vinden en ik zou willen dat de eigenaren van de linker zes panden zich bij hun buren rechts zouden aansluiten en er weer een harmonische rij van zouden maken. Maar hoe krijg je dat voor elkaar? Is daar het onderdeel worden van een beschermd stadsgezicht voor nodig?

Wordt vervolgd

Naar boven

De jaren twintig 4

Op mijn blogs over wat er nog origineel is aan de ensembles uit de jaren twintig in de wijk krijg ik beduidend minder reacties dan over de huizen tussen 1895 en 1920. Dat is gek. Misschien vinden de lezers ze saaier dan die oudere rijtjes met hun wat excentrieke vormgeving. Ik vind dat onterecht. Bouwhistorisch vertegenwoordigen ze een landelijke trend gebaseerd op de stijl van de Amsterdamse School. In Amsterdam hebben ze hele toeristenroutes langs die bouwkunst in de wijken rond het centrum opgezet. En hier? Men weet niet eens dat we hier dergelijke pareltjes hebben. En men heeft dan ook niemand een haarbreed in de weg gelegd toen ze hun interessante huizen gingen ‘moderniseren’. Juist die restjes van de originele opzet van deze huizen laten zien hoe het had kunnen zijn. Als men dat maar had gezien, wie weet wat voor prachtbuurt dit was geworden, ook met de huizen uit de jaren twintig. Kijk naar de tekeningen en foto’s, lees de tekst en kijk de volgende keer dat je hier door de straten wandelt eens goed om je heen en geniet van al die leuke details in die 100 jaar oude huizen. Ze zouden, in mijn opvatting, stuk voor stuk monumenten moeten zijn.

Bouwtekening FRS 1-11 1921

Terwijl W. de Kluiver voor aannemer Hijbeek in de Mauritsstraat bezig was zijn drie dubbele woonhuizen te bouwen, was Hijbeek zelf om de hoek in de Federikstraat (1-11) ook een rijtje van drie bijna identieke dubbele panden aan het bouwen. Ze moeten wel gelijktijdig, en door dezelfde, getekend zijn. De enige verschillen zijn dat er in de Frederikstraat geen ornamentale hoek in zit. Ook zitten er daar boven zowel deuren als ramen hoge rollagen, in plaats van strekken boven de deuren en lage rollagen boven de ramen zoals om de hoek. Al zijn ze wel zo getekend. De stompe driehoeken onder de twee stellen ramen aan de zijkanten zijn bewaard, maar er zitten geen panelen onder de middelste ramen op de verdieping. De detaillering van de gevel is redelijk identiek en de afwerking van de boven de daklijst uistekende stompe einden komt ook met elkaar overeen. Het enige dat verder in dit rijtje bewaard is zijn de daklijsten (die in de Mauritsweg zijn verborgen), voor de rest zijn alle ramen en deuren door moderne exemplaren vervangen. Inmiddels zijn het ook van zes drie woonhuizen geworden.

Bouwtekening MAW 42-50 1921

Ik vind het een mooi voorbeeld van de ‘speelsheid’ van de aannemers/timmermannen dat ze die rijtjes steeds net wat anders maken en dat het geheel daardoor net wat verrassender wordt. Ik vind het ook eeuwig jammer dat die in acht ruitjes verdeelde bovenramen (en in vieren verdeelde ramen boven de deuren) allemaal verdwenen zijn. Daar had je zo mooi met kerst Anton-Pieck-ramen met spuitsneeuw in de hoeken van kunnen maken. Zonde.

FRS 1-11 nu

Recht tegenover dit rijtje is op nr 2-8 een vergelijkbaar ensemble, nu van twee dubbele woonhuizen neergezet en wel door baas Hoek. Terwijl hij al bezig was met Mauritsstraat 14-24 maakte hij in mei 1921 een bouwtekening die, net als bij Hijbeek, veel op zijn eerdere ontwerp lijkt. Aan de Mauritsstraat zit er nog een extra laag op, een tweede verdieping.

Bouwtekening FRS 2-8 1921

Verder is de roedeverdeling in ramen en bovenlichten exact hetzelfde. Hoek zou Hoek niet zijn als hij toch niet ergens wat extra versiering aanbracht. En wel als aanpassing tijdens het werk, want die staat niet op de bouwtekening. Hij heeft op de muurdammen aan de binnenzijde van de deurpartijjen pilasters op halve hoogte naar boven verlengd, boven de dakrand uit, als schoorstenen. Die kolommen heeft hij 45 graden gedraaid en met naar onderen verjongend decoratief baksteenwerk versierd. Ik vind het geweldig dat hij zo’n variatie toepaste in zo’n relatief eenvoudige gevel. Hij ligt voor mij op één lijn met de zijgevel van Mauritsweg 22-24. Eind 1922 was dit rijtje klaar en kon hij verder met een nieuw project.

Schoorsteen-pilaster door baas Hoek

Helaas zijn alle ramen vervangen door kunststof en zitten er moderne deuren in. Eeuwig zonde, maar ja, de eigenaars zullen hun reden daarvoor gehad hebben.

FRS 2-8 zoals het er nu uitziet

Er is naast Frederikstraat 1-11 nog een kort rijtje gebouwd op een aangrenzend open stuk land. Dat is nr 13-15. De vergunning voor twee ‘eensgezinswoningen’ was van juni 1925 en werd verleend aan A. Schmidt uit de Van Bleijenburgstraat. Die kon het in november van dat jaar al opleveren. Het is een zeer eenvoudig pand, maar er zitten een paar leuke details in.

Bouwtekening FRS 13-15 1925

De deuren zitten elk wat verdiept in een iets vooruitspringende muurdam, die ook nog iets boven de horizontale daklijst uitsteekt. Boven de deuren zitten stomp-driehoekige bakstenen hanenkammen, wat er net iets speels aan toevoegt. Over de muren tussen de dammen lopen zes wat uitspringende baksteenranden, vooral op het niveau van de verdieping, die net de saaiheid wat breken. De driebeukige raampartijen zijn helaas alleen bij nr 13 bewaard gebleven, maar daar is niet de roedeverdeling in aangehouden. Alleen boven de deur is nog wat glas-in-lood te zien. Op dat nummer is ook de daklijst met goot deels nog aanwezig.

FRS 13-15 nu

Wordt vervolgd

Naar boven

De jaren twintig 3

Ik ga weer verder waar ik was gebleven: in het begin van de jaren twintig. Nu aan de Mauritsweg, die toen nog Mauritsstraat heette. In eerdere blogs heb ik het al gehad over het blokje dat baas Hoek er in 1921 bouwde, de nummers 14-24, drie dubbele woningen. Het hoekhuis 22-24, op de hoek met de Sophiastraat is zelfs de aanleiding geweest voor deze hele website en zijn blogs.

MAW 14-24 1921 plus de zijgevel aan de Sophiastraat

Het rijtje is tamelijk eenvoudig van bouw, met nogal hoge, simpele rollagen boven de ramen en deuren. Alleen op de tweede verdieping zitten vijf rijen uitspringende bakstenen en onder het driehoekig naar voren springende stijltje tussen de dubbele ramen van 14 en 20 zit een klein naar onderen verkleinend bakstenen ornament. Alleen de uitspringende muurdammen boven de drie deurenparen hebben leuke decoratieve randen en een interessante onderkant die bijna golvend lijkt. Ik vraag me af of dat iemand ooit is opgevallen.

In de bovendorpel van de deuren zit nog een hoekig randje. De dammen lopen ook nog even door na de daklijst en vormen zo een mooie afwerking van het silhouet. Maar dat is nog maar het muurwerk. Behalve dat het op nrs 22-24 zwaar aangetast is door vocht, is het redelijke bewaard.

MAW 14-24 2024

De ramen en deuren zijn echter allemaal vervangen door moderne exemplaren; de raamkozijnen  zijn allemaal van kunststof. Tot 2018 zat er nog een originele roedeverdeling in de bovenramen op de verdieping van nr 20, maar die zijn inmiddels ook weg. Alleen boven de deurstellen zitten nog wat elementen uit 1921, maar het is opvallend dat die afwijken van de tekening. Die zullen dus al tijdens de bouw zijn gewijzigd.

Ik heb het hier even niet over de zijgevel aan de Sophiastraat; daar heb ik het al over gehad in Verwaarloosde hoeken 4.

MAW 26-40 1921

Het volgende rijtje, tussen de Sophiastraat en de Frederikstraat, nrs 26-40, bestaat uit vier dubbele woonhuizen. Ze zijn in opdracht van A. Boogertman en H. den Breker in 1921 gebouwd door Arie Boers van het Weeshuisplein. Het  complex heeft interessante plattegronden met ingenieuze oplossingen voor de trappenhuizen in de wat vooruitspringende ingangspartijen op de beide hoeken.  Verder is het zeer eenvoudig gebouwd met ook hier simpele rollagen boven ramen en deuren en weinig versiering. Alleen bij de driehoekige gevels van de beide buitenste ingangspartijen zit een verdikt bakstenen randje en de platte pilasters tussen de vier blokken hebben een eenvoudige horizontale decoratie. Er waren ook nog geveltuintjes voorzien, maar die zijn waarschijnlijk al heel lang geleden verdwenen.

MAW 26-40 2024

Wat hier wel bijzonder is zijn de nogal goed bewaarde roede verdelingen in de ramen en boven de deuren van 28, 34, 36, 38 en 40. In tegenstelling tot de wit geschilderde exemplaren laten die van 38-40 ook zien hoe donkergroene afwerking eruit ziet. Ik vind die wel mooi. Door die roedeverdelingen is  deze rij de best bewaarde van de drie.

MAW 42-52 1921

De nummers 42-52 vallen dan weer tegen. Ook deze rij is in 1921 gebouwd en wel door W. de Kluiver voor de heer K.H. Hijbeek van de Toulonselaan. Deze drie boven- en benedenwoningen hebben dan wel weer aardig bewaard muurwerk, waaronder driehoekige oplossingen onder de ramen op de verdieping van nr 42 en 52 en een mooie uitspringende hoek van 42 aan de Frederikstraatkant.

MAW 42-44 hoek Frederikstraat 2024

Onder drie van de vier middenramen zitten rechthoekige baksteen panelen die een rondgaande lijn laten zien. Onder het raam op de hoek zit naast de deur van 42 nog een ruitvormig paneel in de muur. Behalve vier, waarschijnlijk, originele voordeuren (46-52) is al het houtwerk vervangen. Er is geen enkele originele roedeindeling bewaard gebleven. Wat wel opvalt is dat boven de deuren een hanekam zit en boven de ramen een rollaag. Het verhoogde middendeel van de gevel bevat nog een strook verticaal gemetselde bakstenen boven de vier middelste verdiepingsvensters, maar de afwerking is op wat vooruitspringende hoekjes op de verhoogde zijkanten na, heel gewoontjes. Er zit duidelijk geen doordacht plan achter de decoratieve elementen in de rij; het is een rommeltje. De daklijsten zijn verder een late oplossing en zijn een aanfluiting; ze zijn gemaakt van plat mdf met een zinkrandje.

MAW 42-52 2024

Wordt vervolgd

Naar boven

Krot!

Ik houd dus al sinds begin 2021 een soort fotojournaal van de wijk Nieuw-Krispijn-Oost bij. In november 2023 heb ik een serietje gewijd aan het blok hoek Hendrikstraat-Mauritsweg en daar wat gezegd over nummer 6, zie hier. Ik noemde het een verwaarloosde hoek.

Afgelopen zondag 25.2.2024 liep ik weer eens een rondje en schrok eigenlijk wel van dat pand en besloot de foto die ik nam eens te vergelijken met eerdere foto’s. Bovenaan dit blog zie je de close-up uit 2023. Dat is geen leuk gezicht, daar zult u het mee eens zijn. Hieronder zie je 2021 (boven)  en 2024 (onder). Zoek de verschillen tussen de drie. Gevonden?

MAW 6 – 2021
MAW 6 – 2024

Die zijn er dus niet. Alles blijft hetzelfde, alleen het verfwerk verpietert steeds wat verder. De zonneschermen en gordijnen zijn niet veranderd, alleen wat verder vergeeld. Het middelste dakraam staat nog steeds open en de wind waait het af en toe wat verder open en weer terug. De bakstenen zullen steeds wat meer (zout)uitslag laten zien. Conclusie: hier woont niemand en er wordt al minstens vier jaar geen onderhoud gepleegd. Het pand is verkrot en ik ben bang dat het binnen niet veel beter is. Of aan de achterkant.

Wat gebeurt er met deze hoek als dit pand onbewoonbaar wordt verklaard? Kan de eigenaar hierop aangesproken worden? Is er een mogelijkheid voor de gemeente om in te grijpen? Het is geen monument en we zitten hier niet in een bescherms stadsgezicht, dus er is door de buurt niets tegen te doen. Moeten we dan met de armen over elkaar toezien hoe een pand in elkaar stort? Nee toch?

Dit blog gaat naar diverse instanties voor reacties. Ik houd u op de hoogte van wat erover gezegd wordt.

Naar boven

De jaren twintig 1

In heb het in enkele eerdere blogs al gehad over de uit de jaren twintig daterende ensembles in Krispijn, toen de woningbouw na de Grote Oorlog weer langzaam opstartte. Ik heb al enkele rijtjes die toen gebouwd zijn behandeld hier over het hoekpand waar deze website mee van start ging, en hier over de beide andere blokken aan die kant van de Mauritsweg. Ook in de Sophiastraat staat zo’n rijtje waar ik hier wat over heb geschreven. In mijn vorige blog beschreef ik het zoekspel dat ik speelde als ik door de vooroorlogse wijken reed: wat-is-nog-origineel (aan-die-gevel). Afgekort WINO.

Ik heb besloten nu een serietje te doen waarin ik laat ziet welke onderdelen van gevels van ensembles uit de jaren twintig nog lijken op wat er op de originele bouwtekeningen staat. Je kunt er trouwens niet altijd vanuit gaan dat huizen precies volgens tekening gebouwd werden. De tekenaar  wist bijvoorbeeld niet altijd wat voor deuren erin zouden komen en of de bovenramen alltijd glas-in-lood bevatten. Ook kon de definitieve roedeverdeling in ramen wel eens afwijken van het getekende. Ik heb zelfs de indruk dat tijdens het bouwen soms van het plan werd afgeweken. Waarom dat gebeurde is niet bekend, want dat staat nergens opgeschreven en we kunnen het niet meer aan de bouwmeesters vragen. U zult die voorbeelden hierna nog wel tegenkomen.

Eerste ontwerp voor Dubbeldamseweg 108-112 zwart en rood (1920)

Ik heb besloten te beginnen met een kort rijtje aan de Dubbeldamseweg met de nummers 152-156 (oude nummering 108-112). Het kwam op de plaats waar sinds 1914 – toen het Woningzorg-complex gereed kwam – een gat was gevallen tussen de huizen op de hoek van de Leliestraat en de Madeliefstraat. Het duurde nog tot 1920 toen metselaar Leendert Molendijk een plan indiende om er drie dubbele woningen te bouwen. De blauwdruk bestaat nog, maar de huizen zijn nooit gebouwd (zie hierboven). Het plan werd in datzelfde jaar gewijzigd en bevatte nu drie middenstandswoningen. Niet alleen weken die nieuwe plannen qua inrichting van elkaar af, maar vooral de buitenkant kreeg een heel ander uiterlijk. Dat kwam gedeeltelijk omdat de plattegrond veel minder traditioneel was, waardoor het opgaande werk een wel heel bijzondere vorm kreeg.

Tweede ontwerp (ook uit 1920)

Ik zie de overeenkomsten met wat in Amsterdam de ‘school’ van die naam wordt genoemd. Maar dan in een lokale versie, zoals Hendrikstraat 65 in het vorige blog. We zullen helaas nooit weten waarom Leendert van opvatting veranderde of door wie hij beïnvloed kan zijn. Wel verrees daar in 1920-21 (tegelijk met baas Hoeks ensemble aan de Mauritsstraat 14-24) een heel bijzonder rijtje. Zie de foto boven dit blog. Die moet van voor 1923 dateren, want de twee ramen naast de deur zijn in dat jaar vervangen door een breed winkelraam. De begane grond werd dus winkel en in 1988, toen wij aan de weg kwamen wonen, was het dat nog: een drogist. Nu is het al weer lang een woonhuis.

De plattegronden van nrs 152-156 met de afplattingen van pand 156 beneden en boven

Omdat de muur met die ramen erin een zeer stompe driehoek vormde, moest het hele metselwerk van de begane grond overgedaan worden. Dat moet een kostbare operatie zijn geweest. Inmiddels is dat winkelraam alweer vervangen door een breed kunststofkozijn, maar je kunt aan weerszijden ernaast de nog enigszins schuinlopende muren zien. Het verdere metselwerk met de decoratieve uitspringende rijen bakstenen is keurig gedaan. Dat is echter niet het geval geweest bij het weghalen van het balkon erboven en het rechttrekken van de balkondeuren en –ramen. Ook die zijn nu van kunststof. Het stuk muur eronder ziet er niet uit en lijkt wel met lidtekens bedekt. Verder is de rollaag boven de ‘winkelruit’ bijzonder slordig gemetseld; de koppen van de bakstenen schelen centimeters met de originele en lopen ongelijk in het bestaande metselwerk over. Deze gevel is echt een aanfluiting en een voorbeeld van hoe je een jaren twintig gevel in Amsterdamse School stijl niet renoveert.

Detail van de gevel van 156 met de lidtekens van de verwijderde hoek

Even weinig gevoel voor het origineel blijkt uit het middenpand, nr. 154, waar op de etage kunststof kozijnen de plaats van hout ingenomen hebben met een moderne roedeindeling. Op de begane grond is het originele brede raam met zes vlakken vervangen door een grote doorzon-woning ruit die niet zou misstaan in een jaren zestig nieuwbouwwijk. En dat geldt ook voor de deur en de sponningen in bruin gevernist hardhout.

Overzicht van het lapwerk aan 152-156 met roodomlijnd de enige nog originele elementen

Alleen nr. 152 heeft nog elementen van de oude situatie bewaard. Het heeft nog de stompe driehoek muur zoals die in 156 was, het balkon, de terugwijkende balkondeur met zijn vensters ernaast en zowaar nog een rest roedeverdeling in de bovenramen aan weerszijden van de hoek. Helaas hebben de ramen op de verdieping die niet meer en is de voordeur modern.

Vorige bewoners/eigenaars kan je natuurlijk niet meer vragen het beter te doen. Omdat het rijtje geen monument is en ook niet in een beschermd  stadsgezicht staat kan je ook huidige eigenaars niet verplichten of tenminste smeken terug te gaan naar het uiterlijk van 1920. Inmiddels wordt echter in het middelste pand weer verbouwd, nadat zo’n beetje alles uit de binnenkant is gesloopt. Ik houd mijn hart vast voor wat er nu weer zal worden aangepast aan de ‘moderne smaak’. Oh, waren we maar beschermd stadsgezicht. Maar er is een mogelijkheid dat de nieuwe eigenaar dit blog leest en dat dan blijkt dat ik me voor niks druk heb gemaakt. Ik hoop het…

Wordt vervolgd

Naar boven

Schimmelbaksteen

Ik zal het maar bekennen: ik heb wat met baksteen. Dat begon al in 1991 toen we voor Archeon op zoek waren naar moderne replica’s van veertiende eeuwse bakstenen (die waren er niet…). Sindsdien heb ik me verdiept in alles wat met dat bouwmateriaal te maken heeft. Wat ermee gedaan is en wat er nog steeds mee gedaan wordt. Hoe ze gemaakt werden en worden en wat de eigenschappen ervan zijn. Ik houd van de namen die er om het bouwen met baksteen worden gebruikt; van kruisverband tot klezoor. Dat betekent ook dat ik altijd loop te letten op wat mensen om me heen ermee gedaan hebben. En daarom maak ik me in mijn KIK project ook zorgen over wat men er hier nog mee gaat doen.

Nieuwbouw aan de Mariastraat 17-29

Ik heb al eerder mijn angst voor afbraak en nieuwbouw van Nieuw-Kispijn-Oost uitgesproken. Niet alleen dat je een uniek stuk onbeschermd stadsgezicht mee kwijtraakt, maar wat krijg je ervoor terug? Ik heb ook al gewezen op wat ze notabene in onze wijk aan de Mariastraat gebouwd hebben en aan het bouwen zijn. Ongetwijfeld ruime en comfortabele huizen, maar verrekte somber om te zien. Gebouwd van een soort donkere paarsrode-bruine bakstenen, afgewisseld met een bijna onbeschrijfbaar donker beigegrijs. Het huis dat nu naast Mariastraat 15 wordt gebouwd is in dezelfde kleuren baksteen (en hetzelfde metselverband: noords met afwijkingen).

De bakstenen van de nieuwbouw naast Mariastraat 15 bij zonlicht. Meestal zijn ze een stuk donkerder

Ik heb het ook al even gehad over de afbraak en herbouw van onze buren: Nieuw-Krispijn-West. Het Witte Dorp verdwijnt. De kleine huizen waren na de oorlog op een koopje gebouwd met verwerkt puin van gebombardeerde gebouwen omdat de woningnood hoog was. Die verdwijnen op dit moment en zijn deels al verdwenen, want door verwaarlozing, maar ook omdat ze aan hun eindje waren, werd dat de hoogste tijd.

Optimistische vooruitblik naar de Charlotte de Bourbonstraat
Hoek Anna Paulownastraat-Mariannestraat in de toekomst

Ernstiger en al veel beter zichtbaar zijn de nieuwe huizen die in de plaats zijn gekomen van wat ik de straten van de Oranjevrouwen noem: de Anna Paulowna-, de Charlotte de Bourbon- en de Mariannestraten, die deels nog doorlopen in het Witte Dorp. De architecten hadden een aantal jaren geleden aantrekkelijke toekomst-tekeningen gemaakt om bewoners te trekken. Het ziet er allemaal zonnig en groen uit. Inmiddels zijn de casco’s zo’n beetje klaar en staan er overal verhuiswagens en klussersbussen. Maar in Nederland is het lang niet altijd zonnig.

Wat je op de tekeningen niet ziet zijn de bakstenen. Die zijn ‘wit’. Nou ja, ze hebben een lichte kleur en als je dichterbij komt lijkt het op er een schimmellaag opzit. Soms op het zwartige of ongezond bruinige af en altijd kalkig. Zie de grote afbeelding bovenaan dit blog. Ik vind het afschuwelijk. Het is ook zo on-Nederlands. Niet dat ik nou zo’n chauvinist ben, maar ‘witte’ bakstenen zijn niet bestand tegen het vaderlandse weer en zeker niet als ze zo’n ruw oppervlak hebben als de beschreven schimmelbakstenen.

Het ANWB pand kort voor de afbraak in 2023

Je zou toch denken dat architecten en aannemers inmiddels voldoende ervaring hebben met de effecten van regen, roet en uitlaatgassen op lichte baksteen. Ik kan me nog de nieuwbouw van het Delftse stadskantoor destijds herinneren, dat bedekt was met witte tegeltjes. En die waren ook nog geglazuurd. Na een paar jaar waren ze groen uitgeslagen. En we hebben net zo’n verhaal over de witte wanden van het ANWB gebouw aan de Spuiboulevard. Maar nee. Aan het eind van de Charlotte de Bourbonstraat staan langs de Mauritsweg notabene twee rijen voorbeelden van wat er gebeurt met dit soort baksteen, al zijn die van oorsprong eigenlijk heel lichtgeel. De bijgaande foto’s spreken wat dat betreft duidelijke taal. De grauwsluier over beide rijen en de grijze plekken in de lichte muren zijn een aanfluiting.

Mauritsweg 80-92 in hun huidige staat

Wat is er mis met gewone baksteen?  Die gebruiken we al sinds het begin van de dertiende eeuw, waarbij Dordrecht de eerste stad in Holland was die de toen nog zeldzame baksteen toepaste in woon- en pakhuizen in plaats van bij kastelen, kloosters en andere belangrijke gebouwen. Hij was door de klei die hier voorhanden was verkrijgbaar in tinten van licht oranje (appelbloesem noemde men dat vroeger) tot grijsbruin, met allerlei nuances daartussen. Alleen aan de Hollandse IJssel produceerde men gele bakstenen, die kleiner waren. De stenen hielden zich eeuwenlang goed, al bleken ze wel te donkeren onder in vloed van vroeger roet en nu uitlaatgassen. Maar als een hele wijk ‘donkert’ zoals bij ons, valt dat niet echt op. Bovendien verbinden allerlei organismen via de regen en de rook zich met de altijd poreuze baksteen die daardoor een een bijna ondoordringbaar oppervlaktelaagje krijgt. En dat geldt ook voor de voegen. Het valt dan natuurlijk wel op als men de muren gaat schoonspuiten. Buiten dat het schadelijk kan zijn voor zowel de steen als de voegen, want dat genoemde laagje wordt eraf geschuurd, valt zo’n ‘schoon’ pand tussen de rest er dijkwijls nogal opvallend uit. Het gaat ook ten koste van de sfeer en harmonie in de rij waarin het staat. Maar voor dat laatste hebben moderne mensen dikwijls weinig oog.

Gedonkerde muur uit 1910 aan de Dubbeldamseweg
Schoongemaakte muur uit ca 1910

Baas Hoek bouwde tussen 1901 en 1917/19 met licht oranjebruine stenen. Nieuw waren dat heel ‘vrolijke’ stenen, zeker als ze nog gecombineerd werden met raam-  en deurstrekken en speklagen van gele en rode bakstenen. Dat is één van de aspecten die Van Hoeks aandeel in Nieuw-Krispijn-Oost juist zo aantrekkelijk maken. De iets grauwere en donkerdere stenen in de jaren twintig huizen zijn daartussen een mooi contrast. Zeker met het creatieve gebruik van versieringen in baksteen en het toepassen van verdiepte rijen en de leuke randen en muizentanden.

Muur uit 1923 aan de Mauritsweg
Muizetandjes

Ik verbaas me er dus over dat moderne architecten ondanks die slechte ervaringen met lichte muren in Nieuw-Krispijn-West toch weer kiezen voor lichte baksteen als je bij de buren kunt zien hoe lelijk die er na een paar jaar al uit gaan zien. En dat dat gebeurt met bakstenen die een kunstmatig  schimmellaagje hebben gekregen. Dat is bijna nog erger dan als je huizen bouwt met kunstmatige roet- en metselkalklaagjes alsof je niet goed schoongemaakte baksteen hergebruikt van afgebroken huizen.

Het is mijn nachtmerrie dat verwaarloosde huizen van de oostkant van de wijk omdat er niet meer in gewoond kan worden zullen worden afgebroken en op zo’n manier weer worden herbouwd. Bescherm Nieuw-Krispijn-Oost tegen de schimmel! Maak het een beschermd stadsgezicht!

Naar boven

De verwaarloosde hoeken 5

Waarom heb ik dit serietje nou eigenlijk zo genoemd? Eenvoudig omdat de genoemde hoeken er inderdaad niet best uitzien. Ik heb ze ook als eerste gekozen omdat ze langs een drukke weg liggen en dus nogal opvallend zijn. Niet dat de vele voorbijgangers nu constant bij de trieste aanblik van de verveloosheid, slijtage, zoutuitslag en schimmel stilstaan. Ik had zelf  ook een heleboel wandelingen nodig om de ellende echt tot me door te laten dringen, al waren me in die 35 jaar natuurlijk soms wel dingen opgevallen. Het lijkt trouwens wel of ik steeds, bij elke wandeling, nieuwe dingen ontdek. Niet alleen lelijke, maar juist ook aparte en mooie. Wat ook scheelt is het weer. In de zomer, met alle bomen in blad, en de baksteen warmgloeiend ziet de wijk er een stuk gezelliger uit dan in de winter. Juist het wat sombere weer, de kale bomen en het witte winterlicht laten die scheuren in de muren, het afbladderend houtwerk, de geel wordende kunststof, de witte uitslag op de bakstenen, etc. extra goed zien. Vergelijk de bovenstaande foto uit de zomer van 2022, maar eens met die van de andere twee  rijen in 1921 aan de even kant van de Mauritsweg gebouwde middenstandswoningen die ik onlangs heb gemaakt.

De nummers 26-40 zijn nog tamelijk gaaf. Vergeleken met de blauwdruk is de roedeverdeling van de bovenramen aangepast, maar dat kan al tijdens de bouw zijn gedaan. Slechts één heeft de originele raampartijen vervangen  door kunststof. Één dubbelhuis bezit nog de originele deuren. De dakpannen uit de jaren ’20 zitten er ook nog op. Alleen de tuinhekken zijn overal weg. Het toont zo nog redelijk als één geheel.

De rij met de nummers 42-50 daarentegen is in vergelijking met de bouwtekening volkomen anders geworden: alle ramen zijn van kunststof, ook  die in de beide licht-driehoekige erkers. De deuren zijn modern en de dakranden zijn gladde platen mdf geworden. Het geheel was al veel soberder dan het rijtje links ervan, maar de moderne vervangingen maken het in wezen gewoon een saai geheel. Alleen de uitkragende baksteenrandjes en –panelen geven nog wat sjeu aan de gevel. Wat ook opvalt zijn de vele ingevulde scheuren in het muurwerk. Is hier de funderingsproblematiek schuld aan?

Beide complexen zijn niet zo verwaarloosd als het hiervoor behandelde ensemble. Het feit dat het in één keer gebouwde rijen betreft, in plaats van kortere plukjes, is daar de reden van. Maar ook hier geldt: oppassen dat er niet nog meer verdwijnt, want dat gevaar is levensgroot aanwezig. Ik droom  wel eens van die wensdromen. Zouden er mogelijkheden zijn het uit de rij vallende pand 30-32 weer terug te brengen in de staat die zijn buren hebben? Inclusief de deuren van 38-40? Dan zal je zien dat het ineens weer een mooi geheel wordt. Zouden de standaard kunsttofkozijnen in 42-50 vervangen kunnen worden door ramen met roedeverdelingen in de bovenramen? Zoals op de bouwtekening dan zal je eens zien hoe levendig de rij wordt. En dan de deuren ook aanpakken en de scheuren opvullen met niet zulke in kleur afstekenden voegspecie. Dan wordt het een plaatje. Als we nou eens een beschermd stadsgezicht zouden worden… Zal dat een droom blijven?

Een uitleg en een excuus

Zoals ik in de homepagina van de website Krisisinkrispijn schrijf was het plakken van gele isolatieplaten op een huis op de hoek van Mauritsweg en Sophiastraat de druppel die bij mij een emmer over deed lopen. Ik loop al ruim drie jaar door de wijk en zie steeds meer tekenen van verwaarlozing van huizen en soms ook de buitenruimte. Dat is in andere steden en dorpen dikwijls het begin geweest van afbraak en nieuwbouw. Daarbij werd en wordt zelden gelet op bouwkundige en bouwhistorische kwaliteit van wat afgebroken werd. Ook in Dordrecht zijn daar voorbeelden van. Al in de 19e eeuw gingen hele stukken binnenstad tegen de vlakte, waar nu zeer nostalgisch over wordt gedaan: hadden we die nog maar. De sanering van diezelfde binnenstad in de jaren ’60 is een recenter voorbeeld. Nog steeds kunnen oudere Dordtenaren treuren over wat toen verdween, met bovenaan het verlieslijstje het oude postkantoor.

Ik heb, uit hobby, maar ook omdat ik wat bouwhistorische kennis heb, de waarde van de wijk Nieuw-Krispijn-Oost leren zien. Door onderzoek te doen (ik ben historicus) kwam ik erachter dat wat hier staat uniek is. In ieder geval uniek in Dordrecht, maar als delen van straten zoals die hier bebouwd zijn in Amsterdam zouden liggen, ze die daar in toeristische routes zouden opnemen. Maar tegelijk met de esthetische waarde (het is hier gewoon mooi) zag ik ook de verwaarlozing en het verdwijnen van originele elementen door moderne invullingen zoals kunststof dakkapellen of Praxis-deuren. Ik heb het al gehad over afbraak van wijken als de verkrotting te ver doorslaat (zoals in het witte dorp in het aangrenzende deel van Nieuw-Krispijn), maar ik maakte me ook zorgen over de kamerverhuurders en huisjesmelker die niks aan hun panden doen en de boel laten verloederen. Totdat zo’n pand van ellende in elkaar stort of vanwege een erin gevestigde illegale hennepkwekerij in de fik vliegt (is aan de Dubbeldamseweg gebeurd). Ik vind dat dat niet mag gebeuren. En velen in de wijk en erbuiten met mij.

Mauritsweg 22-24 is zo op de voorgrond gekomen omdat het wel een heel erg opvallend voorbeeld is van wat er nog meer mis kan gaan. Niet goed of volledig gerepareerde lekkages of regeninslag via kapotte voegen in het muurwerk kunnen fataal zijn voor het hele rijtje. Dat het al vijf voor twaalf is kan je zien aan de stalen banden die de hoek bij elkaar moeten houden. Een laag isolatie op de buitenmuren plakken is geen oplossing. Het ziet er niet uit (en steenstrips erop nog minder) en het helpt niet; de effecten van de lekkages blijven gewoon doorgaan. Gelukkig wordt nu in ieder geval die isolatie weggehaald. Hoe het verder gaat weet ik niet.

Ik wil in ieder geval mijn excuses maken aan lezers van de website en de blogs. Maar ook aan de bewoners van het bewuste pand over het feit dat het lijkt of ik maar doorga met hameren op dat ene huis. Dat is schijn. Ik schreef al dat het de aanleiding was voor de website en de blogs. Die aanleiding zal binnenkort verdwijnen en dan komt op de homepagina de geschiedenis van Nieuw-Krispijn te staan. De foto gaat dan ook weg.

In de blogs behandel ik groepjes huizen (en later misschien ook individuele) waarvan ik zeker weet dat ze in gevaar verkeren. Of waar het  wel goed mee gaat. Ik heb net het complex van Woningzorg gedaan en binnenkort doe ik het oudste  rijtje aan de oneven kant van de Dubbeldamseweg en de Bloemenbuurt. Nu ben ik bezig met wat ik de ‘verwaarloosde hoeken’ tussen de Hendrikstraat en de Sophiastraat noem. Daarin, jawel, staat ook Mauritsweg 22-24. Dat kan ik niet helpen, dat is toeval. Het lijkt of ik het erom doe en veel te veel aandacht schenk aan een pand waarin mensen wonen die het (misschien) ook niet kunnen helpen, maar dat is niet zo. Ik stalk niet, ik roddel niet, ik pest die mensen niet; het is een onderdeel van de lijst van huizen waarover ik bezorgd ben.

Ik dacht dat de Faceboek pagina’s van de groepen ’t Dordrecht van toen — Geschiedenis van een eiland en Dordrecht Oud En Nieuw een goede plek waren om te verwijzen naar mijn website waar mensen, Dordtenaren en anderen, wat over de geschiedenis van deze wijk kunnen leren. Of waar ze oog kunnen krijgen voor wat hier te zien is, om zich te kunnen realiseren dat dat de moeite waard is om te bewaren en te redden. Dat heb ik verkeerd ingeschat. Nu wordt het ‘propaganda bedrijven’ genoemd. En mensen vragen of ik wil stoppen met huizenbezitters te pesten. Er gaan zelfs al stemmen op om me uit die groepen te gooien. Dat zou ik jammer vinden, want ik ben bij die groepen veel aardige mensen tegengekomen die me hielpen vragen over bewoners, winkels en nijverheid te beantwoorden.

Vandaar dat ik beloof te stoppen met het aankondigen van nieuwe blogs of pagina’s op beide groepen. De mensen die wel mijn stukjes willen lezen kennen inmiddels de weg. Of anders praat het zich wel rond. De anderen die me een irritante bemoeial vinden zullen in ieder geval geen aankondigingen van mijn hand meer hoeven te lezen.

Nogmaals: mijn excuses naar de bewoners van Mauritsweg 22-24 toe, maar het is allemaal met de beste bedoelingen gedaan en geschreven.

Henk ’t Jong MA