De jaren twintig 1

In heb het in enkele eerdere blogs al gehad over de uit de jaren twintig daterende ensembles in Krispijn, toen de woningbouw na de Grote Oorlog weer langzaam opstartte. Ik heb al enkele rijtjes die toen gebouwd zijn behandeld hier over het hoekpand waar deze website mee van start ging, en hier over de beide andere blokken aan die kant van de Mauritsweg. Ook in de Sophiastraat staat zo’n rijtje waar ik hier wat over heb geschreven. In mijn vorige blog beschreef ik het zoekspel dat ik speelde als ik door de vooroorlogse wijken reed: wat-is-nog-origineel (aan-die-gevel). Afgekort WINO.

Ik heb besloten nu een serietje te doen waarin ik laat ziet welke onderdelen van gevels van ensembles uit de jaren twintig nog lijken op wat er op de originele bouwtekeningen staat. Je kunt er trouwens niet altijd vanuit gaan dat huizen precies volgens tekening gebouwd werden. De tekenaar  wist bijvoorbeeld niet altijd wat voor deuren erin zouden komen en of de bovenramen alltijd glas-in-lood bevatten. Ook kon de definitieve roedeverdeling in ramen wel eens afwijken van het getekende. Ik heb zelfs de indruk dat tijdens het bouwen soms van het plan werd afgeweken. Waarom dat gebeurde is niet bekend, want dat staat nergens opgeschreven en we kunnen het niet meer aan de bouwmeesters vragen. U zult die voorbeelden hierna nog wel tegenkomen.

Eerste ontwerp voor Dubbeldamseweg 108-112 zwart en rood (1920)

Ik heb besloten te beginnen met een kort rijtje aan de Dubbeldamseweg met de nummers 152-156 (oude nummering 108-112). Het kwam op de plaats waar sinds 1914 – toen het Woningzorg-complex gereed kwam – een gat was gevallen tussen de huizen op de hoek van de Leliestraat en de Madeliefstraat. Het duurde nog tot 1920 toen metselaar Leendert Molendijk een plan indiende om er drie dubbele woningen te bouwen. De blauwdruk bestaat nog, maar de huizen zijn nooit gebouwd (zie hierboven). Het plan werd in datzelfde jaar gewijzigd en bevatte nu drie middenstandswoningen. Niet alleen weken die nieuwe plannen qua inrichting van elkaar af, maar vooral de buitenkant kreeg een heel ander uiterlijk. Dat kwam gedeeltelijk omdat de plattegrond veel minder traditioneel was, waardoor het opgaande werk een wel heel bijzondere vorm kreeg.

Tweede ontwerp (ook uit 1920)

Ik zie de overeenkomsten met wat in Amsterdam de ‘school’ van die naam wordt genoemd. Maar dan in een lokale versie, zoals Hendrikstraat 65 in het vorige blog. We zullen helaas nooit weten waarom Leendert van opvatting veranderde of door wie hij beïnvloed kan zijn. Wel verrees daar in 1920-21 (tegelijk met baas Hoeks ensemble aan de Mauritsstraat 14-24) een heel bijzonder rijtje. Zie de foto boven dit blog. Die moet van voor 1923 dateren, want de twee ramen naast de deur zijn in dat jaar vervangen door een breed winkelraam. De begane grond werd dus winkel en in 1988, toen wij aan de weg kwamen wonen, was het dat nog: een drogist. Nu is het al weer lang een woonhuis.

De plattegronden van nrs 152-156 met de afplattingen van pand 156 beneden en boven

Omdat de muur met die ramen erin een zeer stompe driehoek vormde, moest het hele metselwerk van de begane grond overgedaan worden. Dat moet een kostbare operatie zijn geweest. Inmiddels is dat winkelraam alweer vervangen door een breed kunststofkozijn, maar je kunt aan weerszijden ernaast de nog enigszins schuinlopende muren zien. Het verdere metselwerk met de decoratieve uitspringende rijen bakstenen is keurig gedaan. Dat is echter niet het geval geweest bij het weghalen van het balkon erboven en het rechttrekken van de balkondeuren en –ramen. Ook die zijn nu van kunststof. Het stuk muur eronder ziet er niet uit en lijkt wel met lidtekens bedekt. Verder is de rollaag boven de ‘winkelruit’ bijzonder slordig gemetseld; de koppen van de bakstenen schelen centimeters met de originele en lopen ongelijk in het bestaande metselwerk over. Deze gevel is echt een aanfluiting en een voorbeeld van hoe je een jaren twintig gevel in Amsterdamse School stijl niet renoveert.

Detail van de gevel van 156 met de lidtekens van de verwijderde hoek

Even weinig gevoel voor het origineel blijkt uit het middenpand, nr. 154, waar op de etage kunststof kozijnen de plaats van hout ingenomen hebben met een moderne roedeindeling. Op de begane grond is het originele brede raam met zes vlakken vervangen door een grote doorzon-woning ruit die niet zou misstaan in een jaren zestig nieuwbouwwijk. En dat geldt ook voor de deur en de sponningen in bruin gevernist hardhout.

Overzicht van het lapwerk aan 152-156 met roodomlijnd de enige nog originele elementen

Alleen nr. 152 heeft nog elementen van de oude situatie bewaard. Het heeft nog de stompe driehoek muur zoals die in 156 was, het balkon, de terugwijkende balkondeur met zijn vensters ernaast en zowaar nog een rest roedeverdeling in de bovenramen aan weerszijden van de hoek. Helaas hebben de ramen op de verdieping die niet meer en is de voordeur modern.

Vorige bewoners/eigenaars kan je natuurlijk niet meer vragen het beter te doen. Omdat het rijtje geen monument is en ook niet in een beschermd  stadsgezicht staat kan je ook huidige eigenaars niet verplichten of tenminste smeken terug te gaan naar het uiterlijk van 1920. Inmiddels wordt echter in het middelste pand weer verbouwd, nadat zo’n beetje alles uit de binnenkant is gesloopt. Ik houd mijn hart vast voor wat er nu weer zal worden aangepast aan de ‘moderne smaak’. Oh, waren we maar beschermd stadsgezicht. Maar er is een mogelijkheid dat de nieuwe eigenaar dit blog leest en dat dan blijkt dat ik me voor niks druk heb gemaakt. Ik hoop het…

Wordt vervolgd

Naar boven

Woningzorg 1

Bij deze begin ik met de echte blogs over punten van aandacht in onze wijk. Dus zowel de negatieve als de positieve. Het is mijn bedoeling om mijn lezers te laten zien en lezen hoe een huis, een rij(tje) of een ander object is ontstaan, wat ermee is gebeurd en hoe het er nu voorstaat.  Begrijp me goed: ik kam de aantastingen niet af en zeker niet de mensen die erin wonen. Die kunnen in de meeste gevallen niet helpen hoe hun woning(en) zijn geworden wat ze nu zijn. Ik wil alleen begrip kweken voor de kwaliteit van het woningbestand in Nieuw-Krispijn-Oost. Ik wil mensen de ogen openen voor de schoonheid ervan en waarschuwen voor het verval dat onverwacht snel toe kan slaan. Daar hebben al heel wat wijken in onze stad – en eigenlijk over heel Nederland – onder te lijden gehad. Ik wil dat bevoegde (gemeentelijke) instanties op tijd zien waar het mis kan gaan, zodat ze op tijd in kunnen grijpen. Maar ik wil vooral de bewoners en andere Dordtenaren en belangstellenden bewust maken van de waarde van deze wijk. Ik wil dat het unieke Nieuw-Krispijn-Oost bewaard blijft.

In 1923 was er nog geen Nieuw-Krispijn-West, nu wel.
Dat deel werd pas na de oorlog gebouwd.

Een aantal jaren geleden begon ik met het verzamelen van foto’s van vóór 1940 van mijn wijk Nieuw-Krispijn-Oost. Voor de niet-Dordtenaar: dat is het gedeelte van Dordrecht bezuiden het station tussen de bocht in de spoorlijn naar Breda, de begraafplaats en het westelijke deel van de Frederikstraat. Ik heb jaren bij het stadsarchief (nu Regionaal Archief) gewerkt en weet natuurlijk alles van de gemeentelijke ‘prentverzamelingen’. Dat heet, nu die in hun geheel op internet staat, de Beeldbank. Eigenlijk viel het aantal bruikbare foto’s nogal tegen, maar één bleef me bij. Ik  was toen nog niet echt systematisch bezig met een studie van de buurt, dus ik kon die scene niet plaatsen. De foto waar ik het over heb staat bovenaan dit blog.

Ik vond het een heel gezellige plaat van een hoekwinkel met vrouwen en kinderen in kleding van rond de eerste wereldoorlog die elkaar een enorme kool overhandigen. Hoewel hij in de verzameling  ‘Dubbeldamscheweg’ stond, kon ik die winkel niet thuisbrengen. Toen wij in 1988 aan deze weg kwamen wonen waren er nog veel winkels, maar ik wist ook dat er inmiddels al veel verdwenen  waren. En dat ging na 1988 ook nog even door. Ik heb alle foto’s van de straathoeken vergeleken en kon echter nergens een pand vinden dat, al of niet aangepast, op dit plaatje leek. Ik concludeerde dat de foto ergens anders in Dordrecht gemaakt moest zijn, op de Staart bijvoorbeeld, of misschien in het Land van Valk.

Pas toen ik begin dit jaar meer als een echte historicus te werk ging, begonnen me zaken op te vallen. Het huisnummer bijvoorbeeld. Naast de beide deuren rechts staat bijvoorbeeld het getal 144. Hoe dat kan is me niet duidelijk, maar toen ik de grijzige foto wat meer contrast en scherpte gaf (moderne techniek, jaja…) bleek het er echt te staan. Ik herinnerde me dat ik op de website over de Dubbeldamseweg, een volkomen unieke site, een pagina over de vernummering van de oude naar de nieuwe huisnummers in 1955 stond. 144 zwart en rood (de bovenwoning) bleek nu 210 en 212 te hebben. Het kwartje viel. Dat waren de dubbele huizen in de rij van het complex van de Stichting Woningzorg.  Maar daar waren geen winkels in te vinden! Laat staan dat er hoeken in die rij waren, waar een winkel gezeten zou kunnen hebben.

De banner van de Dubbeldamseweg website

Ik had dat complex bij mijn wandelingen altijd min of meer links laten liggen want na de laatste renovatie was er niet veel meer van het origineel over. De achterliggende straten waren beide afgebroken en opnieuw opgebouwd en in de tweehoog rij aan de Dubbeldamseweg waren alle ramen en deuren vervangen door moderne exemplaren. De  gevel had ook een aangepaste indeling gekregen. Alleen de beide poorten en de bakstenen herdenkingsplateaus naast die poorten waren er nog. Het begon me te dagen dat er misschien in de originele plannen wat was terug te vinden. Tegelijkertijd keek ik op de website van de weg de adresboeken naar wie er op dat adres had gewoond.

Maar dat viel tegen. Aan die kant van de Dubbeldamseweg Zuid gingen de huisnummers tot 1938 maar tot nummer 114. Die hele rij van Woningzorg, die uit 1914 zou dateren (dat stond immers in de gevel?), kwam er niet in voor. Dat betekende dus dat die nummers onder een andere naam waren geplaatst. En ja… bij onderzoek in de collectie adresboeken – ook online – bleken ze onder het kopje ‘Woningzorg’ te staan. In 1919 kwamen die nummers voor het eerst voor, in 1913 en 1916 nog niet. Later zou ik leren dat het complex in 1914 nog lang niet af was.

Belangrijker was dat op nr 138 ene Nelemans woonde en dat hij/zij een winkel runde. Het plaatje was compleet. Het was dus het filiaal De Kleine Winst, een winkel in aardappelen, groenten en fruit van Machiel Nelemans. Als de winkel 138 had, was de bovenwoning 138 rood, maar waar waren dan 140 en 142?  In de rij is die hoek er trouwens nog steeds, maar nu is het gewoon een huis op de begane grond. Daar had dus in de beginjaren van het complex een winkel gezeten, maar die was volkomen verdwenen. Het werd tijd om de bouwplannen er eens bij te nemen, want zo’n winkel moet je natuurlijk van tevoren tekenen.

De plattegrond van Woningzorg met beide winkels uitgelicht. De rechter is de groentewinkel van Nelemans.

Bij het beter lezen van de mooie plattegronden van architect Bilderbeek uit 1914 bleek dat het hele complex 96 huizen zou gaan tellen. Er zouden 51 vrije woningen komen aan de Anjelierstraat en de Violenstraat, 18 benedenwoningen en 27 bovenwoningen aan de Dubbeldamseweg. Bij nog beter kijken kon je zien dat er niet één maar twee winkels gepland waren. De andere winkel zat in blok AI op de hoek Madeliefstraat-Dubbeldamseweg en had  nr 116 en de andere in blok AII lag even na de poort naar de Anjelierstraat op nr 138. Beide huizen hadden een net wat andere, grotere plattegrond en 116 had een hoekingang.

Terwijl ik hiermee bezig was vroeg ik op de Facebook pagina t Dordrecht van toen — Geschiedenis van een eiland aan mijn mede-groepsleden of ze zich deze winkels herinnerden. Dat bleek het geval. De hoekwinkel op nr 158 bleek in hun herinnering een soort Winkel-van-Sinkel die werd gerund door een meneer Vink, Vinkie genoemd. Hij verzamelde als hobby Dordtse ansichtkaarten en was doof. De andere winkel, die op nr 200 dus, was na de groentenzaak van Nelemans – die er al voor de oorlog mee was gestopt – een VéGé kruidenierswinkel geworden, gerund door een meneer Sebes. Dat was in de jaren ’50, want iemand die er in 1965 kwam wonen herinnerde zich die kruidenier niet meer. In 1967 zat Vink nog op nr 158, maar in 1973 niet meer.

De winkel van Vink op nr 158 in 1955

Er bleken nog meer verhalen los te komen, maar hoe kwamen die huizen daar? Daar gaat het volgende blog over.