Krot!

Ik houd dus al sinds begin 2021 een soort fotojournaal van de wijk Nieuw-Krispijn-Oost bij. In november 2023 heb ik een serietje gewijd aan het blok hoek Hendrikstraat-Mauritsweg en daar wat gezegd over nummer 6, zie hier. Ik noemde het een verwaarloosde hoek.

Afgelopen zondag 25.2.2024 liep ik weer eens een rondje en schrok eigenlijk wel van dat pand en besloot de foto die ik nam eens te vergelijken met eerdere foto’s. Bovenaan dit blog zie je de close-up uit 2023. Dat is geen leuk gezicht, daar zult u het mee eens zijn. Hieronder zie je 2021 (boven)  en 2024 (onder). Zoek de verschillen tussen de drie. Gevonden?

MAW 6 – 2021
MAW 6 – 2024

Die zijn er dus niet. Alles blijft hetzelfde, alleen het verfwerk verpietert steeds wat verder. De zonneschermen en gordijnen zijn niet veranderd, alleen wat verder vergeeld. Het middelste dakraam staat nog steeds open en de wind waait het af en toe wat verder open en weer terug. De bakstenen zullen steeds wat meer (zout)uitslag laten zien. Conclusie: hier woont niemand en er wordt al minstens vier jaar geen onderhoud gepleegd. Het pand is verkrot en ik ben bang dat het binnen niet veel beter is. Of aan de achterkant.

Wat gebeurt er met deze hoek als dit pand onbewoonbaar wordt verklaard? Kan de eigenaar hierop aangesproken worden? Is er een mogelijkheid voor de gemeente om in te grijpen? Het is geen monument en we zitten hier niet in een bescherms stadsgezicht, dus er is door de buurt niets tegen te doen. Moeten we dan met de armen over elkaar toezien hoe een pand in elkaar stort? Nee toch?

Dit blog gaat naar diverse instanties voor reacties. Ik houd u op de hoogte van wat erover gezegd wordt.

Naar boven

De hoek van het Willemplein

Ons huis annex bedrijf was al ruim 25 jaar aan de Dubbeldamseweg gevestigd voor ik in de gaten kreeg in wat voor aparte wijk ik woonde. Dat kwam door mijn kleinzoon. Vanaf dat hij ruim twee was maakte ik met hem wel eens rondjes door de buurt. De schilderachtige Emmastraat en Frederikstraat waren me wel bekend, we hadden ook vrienden in de Willemstraat en de Sophiastraat wonen en familie woonde enkele jaren in de Rozenstraat. Als we naar die laatsten toefietsten keken we altijd naar de huizen aan de Dubbeldamseweg en droomden dat we daar woonden. Door allerlei toevallige omstandigheden lukte het inderdaad om daar een dubbel huis te kopen en na lang klussen trokken we daar in mei 1988 in. Veel ruimte en tijd om de buurt te verkennen was er niet want we leidden, met twee schoolgaande kinderen en veel werk door heel het land en België, een druk leven.

Zo’n klein apie van drie zorgde voor wat ontspanning en opa – inmiddels met pensioen – zou hem wel eens wat over Oud Dordrecht leren. Dus als het mooi weer was en hij had er zin in zette ik hem achterop de fiets en reed naar de binnenstad. Of we ‘deden’ een paar straten in de buurt. Wouter was een dromerig jochie, dat met onverwacht scherpe vragen kon komen. Nou wist ik na mijn 12 jaren op het stadsarchief genoeg van de binnenstad en ook wel van de  19e eeuwse schil, maar van Nieuw Krispijn eigenlijk heel weinig. We hadden negen jaar in de Vondelstraat op Oud-Krispijn gewoond, maar ik had me nooit erg in die buurt verdiept. Ik kon dan ook dikwijls de vragen van mijn oudste kleinzoon over straten, huizen, winkels en wat er voor de rest te zien was in onze wijk niet beantwoorden. Ik kon er thuis ook niet veel over vinden. Zo was ik dan ook wel weer; ik wilde het wel weten! De drukte van ons leven maakte het dan verder moeilijk om er genoeg tijd aan te besteden.

De bijzondere gevel in Amsterdamse School stijl van HES 65, winter 2023-24.

Maar één van die wandelingen leverden me echter een nieuw en verrassend inzicht op. Soms werd Wout moe en rustten we even uit. We zaten dus een keer in de late zomer van 2014 even op de rand van het trottoir van de hoek Willemstraat-Alexanderstraat, onze voeten op de klinkers. Ik weet niet meer waar we het toen over hadden, maar ineens bekeek ik het hoekhuis Willemstraat-Hendrikstraat tegenover ons met andere ogen (zie de foto bovenaan dit blog). Ik ben altijd geïnteresseerd geweest in bouwhistorie en weet er ook het nodige vanaf. Aan de stijl van de woning herkende ik aspecten van wat de Amsterdamse School van het bouwen wordt genoemd. In Dordrecht? Ik was oprecht verbaasd. Mijn ogen werden geopend en mijn brein trok connclusies. Dus niet alleen in Amsterdam bouwden ze zo, maar ook hier. Weliswaar was het maar één pand, maar toch…

Ik weet niet meer wat ik tegen Wout zei, maar toen hij uitgerust was zijn we het huis wel van dichtbij gaan bekijken. Onze kleinzoon is altijd wel belangstellend, maar hij zegt niet veel en trekt in stilte zijn eigen conclusies, die je dan (veel) later pas hoort. We hebben er toen niet veel over gepraat, maar ik begon me voor mezelf wel dingen af te vragen. Ik probeerde sindsdien, tijdens het fietsen door de wijken, de originele details van huizen in hun rijtjes te herkennen en langzamerhand kwam ik erachter dat die maar heel zeldzaam bewaard waren. Niet alleen in Krispijn, maar ook in het Land van Valk, de Indische en de Zuidafrikaanse buurten en elders in de stad. Daar bleef het dan bij, want ik was met te veel dingen tegelijk bezig om dat ook nog eens te gaan uitzoeken. Tot corona. De rest is historie…

Maar hoe komt dat smal toelopende pand daar aan het Willemplein (eigen verzinsel, het pleintje heeft geen naam) en wie heeft het gebouwd? Natuurlijk heb ik dat uitgezocht.

Gezicht in de Hendrikstraat ca 1920, met links de zijgevel van Willemstraat 11 met de lage huisjes van Hendrikstraat 57-61 ernaast. In de verte het hoge pand nr 47-53. Rechts Hendrikstraat 92-102.

Het tweede deel van de Hendrikstraat, voorbij de Emmastraat richting Willemplein, eindigde nogal abrupt met een kort rijtje van drie kleine woningen. Nu hebben ze de nummers 57-61. In de Willemstraat begon, bijna tegen nummer 61 aan in een scherpe hoek nummer 11-21. Er bleef een onhandig stuk leegte over, dat goed wordt weergegeven in een mooie, hier boven staande, foto van ongeveer 1920.

In 1924 kwam de smid Willem van der Vet op het idee om zijn smederij aan de Dubbeldamseweg 77 (nu 129, waar tot voor kort de bloemenwinkel Erica zat) in een nieuw pand te gaan voortzetten. Hij liet de in Zuid-Holland niet onbekende architect H. Moulijn bouwtekeningen maken en vroeg een bouwvergunning aan. Zijn smederij met bovenwoning zou de huisingang aan de Willemstraat hebben en de smederijingang met 4 vouwdeuren aan de Hendrikstraat, nu nummer 63. Het huis sloot aan tegen Willemstraat 11 en had dus een schuinlopende gevel aan de andere kant. De doorsnede laat het smidsvuur zien en een paardentravalje net achter de Hendrikstraatingang.

De gevels van Willemstraat 7 (oud nummer) en Hendrikstraat 61 en een doorsnede van de smederij (1924).

De zaken liepen klaarblijkelijk goed, want eind 1927 breidde hij zijn zaak en woning uit tot op de hoek tussen beide straten. In ongeveer dezelfde stijl als zijn huis liet hij er door aannemer ‘voorheen Van Heeren’ (die in de jaren twintig al meer in de wijk had gebouwd) een stuk aanbouwen. Of hierbij weer een architect in de arm werd genomen is niet bekend, al zou je dat gezien de bouwtekening wel zeggen. Het was de bedoeling er een magazijn en bergplaats van te maken met een vrij toegankelijke bovenwoning. In juni 1928 was de hoek klaar en was het een bijzonder pand geworden met een zeer revolutionaire hoekoplossing. De begane grond is op den duur voor veel doeleinden gebruikt, o.a. als rijwielbewaarplaats.

Strakke bouwtekening van Hendrikstraat 65 (1927), je vermoedt hier het werk van een architect

Nu zijn het woningen, maar met een  duidelijk industriële geschiedenis. De huidige bewoners hebben veel  tijd en geld gestoken in het onderhoud van de panden en dat is er aan af te zien. Gelukkig zijn veel details van de architectuur bewaard gebleven, zoals het art-deco glas-in-loodvenster naar de voordeur van nummer 65. U ziet: niet alles gaat mis in Nieuw-Krispijn-Oost. Ik hoop dat er veel meer komen en dat mijn blogs een eerste aanzet zijn om mensen aan het denken te zetten. En vervolgens aan de slag…

Naar boven

Een uitleg en een excuus

Zoals ik in de homepagina van de website Krisisinkrispijn schrijf was het plakken van gele isolatieplaten op een huis op de hoek van Mauritsweg en Sophiastraat de druppel die bij mij een emmer over deed lopen. Ik loop al ruim drie jaar door de wijk en zie steeds meer tekenen van verwaarlozing van huizen en soms ook de buitenruimte. Dat is in andere steden en dorpen dikwijls het begin geweest van afbraak en nieuwbouw. Daarbij werd en wordt zelden gelet op bouwkundige en bouwhistorische kwaliteit van wat afgebroken werd. Ook in Dordrecht zijn daar voorbeelden van. Al in de 19e eeuw gingen hele stukken binnenstad tegen de vlakte, waar nu zeer nostalgisch over wordt gedaan: hadden we die nog maar. De sanering van diezelfde binnenstad in de jaren ’60 is een recenter voorbeeld. Nog steeds kunnen oudere Dordtenaren treuren over wat toen verdween, met bovenaan het verlieslijstje het oude postkantoor.

Ik heb, uit hobby, maar ook omdat ik wat bouwhistorische kennis heb, de waarde van de wijk Nieuw-Krispijn-Oost leren zien. Door onderzoek te doen (ik ben historicus) kwam ik erachter dat wat hier staat uniek is. In ieder geval uniek in Dordrecht, maar als delen van straten zoals die hier bebouwd zijn in Amsterdam zouden liggen, ze die daar in toeristische routes zouden opnemen. Maar tegelijk met de esthetische waarde (het is hier gewoon mooi) zag ik ook de verwaarlozing en het verdwijnen van originele elementen door moderne invullingen zoals kunststof dakkapellen of Praxis-deuren. Ik heb het al gehad over afbraak van wijken als de verkrotting te ver doorslaat (zoals in het witte dorp in het aangrenzende deel van Nieuw-Krispijn), maar ik maakte me ook zorgen over de kamerverhuurders en huisjesmelker die niks aan hun panden doen en de boel laten verloederen. Totdat zo’n pand van ellende in elkaar stort of vanwege een erin gevestigde illegale hennepkwekerij in de fik vliegt (is aan de Dubbeldamseweg gebeurd). Ik vind dat dat niet mag gebeuren. En velen in de wijk en erbuiten met mij.

Mauritsweg 22-24 is zo op de voorgrond gekomen omdat het wel een heel erg opvallend voorbeeld is van wat er nog meer mis kan gaan. Niet goed of volledig gerepareerde lekkages of regeninslag via kapotte voegen in het muurwerk kunnen fataal zijn voor het hele rijtje. Dat het al vijf voor twaalf is kan je zien aan de stalen banden die de hoek bij elkaar moeten houden. Een laag isolatie op de buitenmuren plakken is geen oplossing. Het ziet er niet uit (en steenstrips erop nog minder) en het helpt niet; de effecten van de lekkages blijven gewoon doorgaan. Gelukkig wordt nu in ieder geval die isolatie weggehaald. Hoe het verder gaat weet ik niet.

Ik wil in ieder geval mijn excuses maken aan lezers van de website en de blogs. Maar ook aan de bewoners van het bewuste pand over het feit dat het lijkt of ik maar doorga met hameren op dat ene huis. Dat is schijn. Ik schreef al dat het de aanleiding was voor de website en de blogs. Die aanleiding zal binnenkort verdwijnen en dan komt op de homepagina de geschiedenis van Nieuw-Krispijn te staan. De foto gaat dan ook weg.

In de blogs behandel ik groepjes huizen (en later misschien ook individuele) waarvan ik zeker weet dat ze in gevaar verkeren. Of waar het  wel goed mee gaat. Ik heb net het complex van Woningzorg gedaan en binnenkort doe ik het oudste  rijtje aan de oneven kant van de Dubbeldamseweg en de Bloemenbuurt. Nu ben ik bezig met wat ik de ‘verwaarloosde hoeken’ tussen de Hendrikstraat en de Sophiastraat noem. Daarin, jawel, staat ook Mauritsweg 22-24. Dat kan ik niet helpen, dat is toeval. Het lijkt of ik het erom doe en veel te veel aandacht schenk aan een pand waarin mensen wonen die het (misschien) ook niet kunnen helpen, maar dat is niet zo. Ik stalk niet, ik roddel niet, ik pest die mensen niet; het is een onderdeel van de lijst van huizen waarover ik bezorgd ben.

Ik dacht dat de Faceboek pagina’s van de groepen ’t Dordrecht van toen — Geschiedenis van een eiland en Dordrecht Oud En Nieuw een goede plek waren om te verwijzen naar mijn website waar mensen, Dordtenaren en anderen, wat over de geschiedenis van deze wijk kunnen leren. Of waar ze oog kunnen krijgen voor wat hier te zien is, om zich te kunnen realiseren dat dat de moeite waard is om te bewaren en te redden. Dat heb ik verkeerd ingeschat. Nu wordt het ‘propaganda bedrijven’ genoemd. En mensen vragen of ik wil stoppen met huizenbezitters te pesten. Er gaan zelfs al stemmen op om me uit die groepen te gooien. Dat zou ik jammer vinden, want ik ben bij die groepen veel aardige mensen tegengekomen die me hielpen vragen over bewoners, winkels en nijverheid te beantwoorden.

Vandaar dat ik beloof te stoppen met het aankondigen van nieuwe blogs of pagina’s op beide groepen. De mensen die wel mijn stukjes willen lezen kennen inmiddels de weg. Of anders praat het zich wel rond. De anderen die me een irritante bemoeial vinden zullen in ieder geval geen aankondigingen van mijn hand meer hoeven te lezen.

Nogmaals: mijn excuses naar de bewoners van Mauritsweg 22-24 toe, maar het is allemaal met de beste bedoelingen gedaan en geschreven.

Henk ’t Jong MA

De verwaarloosde hoeken 3

In datzelfde jaar werden op de begane grond van het huis aan de Mauritsweg twee woningen gemaakt. Het linkerappartemen had zijn ingang aan de Hendrikstraat 1, het rechter kreeg een ingang naast de beide voordeuren 4 en 6 van de bovenwoningen en kreeg als nummer Mauritsweg 8. Hiervoor werd in de aanbouw van de genoemde beuk achter nr 1 een slaapkamer gemaakt en achter 8 een keuken. De balkons werden in het midden wat minder diep en dat zijn ze nog. De pakhuizen en kantoren waren verleden tijd. De beide deuren 4-6 zitten er nog, met hun zijraampjes. De deuren zijn inmiddels ‘modern’ en de roedeverdelingen en het glas van de zijramen zijn veranderd, behalve die van het bovenlicht van nr 6. In het onderzijraam zit daar zelfs nog een origineel houten pilastertje.

Als je dichterbij de huizen komt kan je pas goed zien wat er mis is

Nog waren de veranderingen niet afgelopen. Al in 1932 werd door eigenaar van de pand nr 6, B. van der Eijk, vergunning aangevraagd om de woning op nr 8 uit te breken. Van der Eijk was slager aan de Dubbeldamseweg 49, nu 71, en wilde er een beenderopslag van maken. Hiertoe werden op de plaats van de voordeur en het raam van nr 8, twee dubbele inrijdeuren geplaatst. Hoe hygiënisch een dergelijke bewaarplaats in een woningrij was is de vraag. Nu is de ruimte achter die deuren leeg, al is er in het verleden wel eens een groentehal in geweest. De 4 deuren zijn vervangen door twee paar dubbele vouwdeuren.

Inmiddels zijn alle ramen in het linkerpand van kunststof. Het rechterpand heeft nog houten kozijnen, maar het meeste verfwerk, tot aan de dakramen toe, is zwaar verwaarloosd. Inclusief het originele bovenlicht en het zijraam van de voordeur van nr 6. Overal zitten moderne deuren in. Ik heb een vermoeden dat er misschien achter de plaat board op de deur van nr 6 nog een  origineel exemplaar zit, maar ga dat maar eens nakijken. De muren zijn niet bijgehouden en algehele de staat van het onderhoud van de gevels zowel aan de Hendrikstraat als de Mauritsweg is belabberd. En dat terwijl de hoekoplossing met zijn prachtige metselwerk een stuk bouwkunst is dat als monumentaal zou moeten worden beoordeeld.

De verwaarloosde hoeken 2

Dat industriële van het begin van de Hendrikstraat is tot nu toe gebleven. Nog steeds is er een florerend garagebedrijf op de plek waar in 1919 werd begonnen met fabrieksbouw (zie hierboven). Maar het begon heel anders. Achter het hoekpand kwam in dat jaar een nieuw gebouw op wat nu Hendrikstraat 3-5 is: een rijwielfabriek. Hij werd gebouwd voor Ruth Cornelis Woerdenbag (met een g!) (1882-1941). Hij maakte fietsen in allerlei maten en gaf ze de merknaam Wantij. Er is nauwelijks wat terug te vinden over dat merk. Ik houd me aanbevolen voor plaatjes, merken en/of  advertenties en ander reclamemateriaal.

Wantij Magazijn aan de Blekersdijk 37 (toen 25)

Sinds ongeveer 1900 dreven de Woerdenbags een rijwielwinkel op de hoek van de Blekersdijk-Wilhelminastraat (nr. 19, vernummerd naar 25), die in de late jaren twintig naar de overkant verhuisde naar Blekersdijk 36. Ruths zoon David zette in ca 1950 de zaak voort en vestigde er een fietsenstalling achter, die gedreven werd door zijn compagnon Jac. Lakerveld. Hij had het merk Wantij kort na de oorlog wettig gedeponeerd. De zaak bleef bestaan tot 1975. Aan het opschrift boven de etalages is te zien dat de familie zijn naam inmiddels met ‘ch’ aan het eind schreef. De tak die als schoenmaker aan het Kromhout was begonnen en op den duur een zadelmakerij (met hondenriemen als specialiteit!) op de hoek Grotekerksbuurt-Raadhuisplein ging hier in mee en is nog steeds in de stad een begrip als een echte Dordtse, maar inmiddels opgeheven, lederwarenwinkel.

De zaak aan de overkant van de Blekersdijk op nr 36, toen 20.
De ingang naar de rijwielstalling is nog net te zien.

Raad eens wie die loods in 1919 ging bouwen als een van de eerste panden die hij na de wereldoorlog weer aan ging pakken: dat was baas Hoek. Het was een eenvoudig, laag gebouw van 9 x 24 m, verdeeld in 8 beuken die van buiten zichtbaar waren in verdiepte nissen. In de tweede en de zevende beuk zat een dubbele deur en er zaten ramen in de andere beuken. In de laatste, tegen het huis aan, zat een kantoortje, een magazijn en een portaal met wc, en de gang naar het hoekhuis.

In 1926 werd er weer verbouwd. Inmiddels waren de heren Jacobs en Kortman uit de Javastraat eigenaren van dit hoekcomplex. Dat het rijwielfabriekje inmiddels weg was blijkt uit het feit dat het deels werd gesloopt. De meest rechtse beuk werd bij het huis Mauritsweg 4-Hendrikstraat 1 getrokken en erop kwamen balkons voor de bovenwoningen. De volgende twee beuken werden afgebroken. Daar kwam een lage tuinmuur met een dubbel hek naar het erf achter het huis. De vijf overblijvende beuken bestaan nog steeds en vormen de garage van Albert’s Autobedrijf op nr 5. Zie bovenaan dit blog. Er zijn natuurlijk brede garagedeuren in gekomen, maar ertussen zit nog steeds een van de originele ramen. Het raam in de aanbouw is inmiddels verkleind en omgeven door slordig metselwerk.

Wordt vervolgd.

De verwaarloosde hoeken 1

De Hendrikstraat, de Sophiastraat en de Frederikstraat waren zijstraten van de Mauritsstraat (nu de Mauritsweg). Voor 1912 waren de eerste twee aan beide kanten bebouwd met rijen burgerwoningen en de Frederikstraat aan de oostkant, de even kant. Langs de westkant lag nog een tamelijk brede sloot en daarna begonnen de weilanden. Langs de Mauritsstraat stond nog niets. Alleen de gashouder en het slachthuis waren op terreinen die aan de Marketteweg grensden gevestigd. De straat zelf fungeerde als toegangsweg voor het voetbalterrein van DFC.

Het begin van de Hendrikstraat, vanaf die Mauritsstraat gezien, was een klein industrieel gebiedje. Fabriekjes en werkplaatsen waren er door de hele stad, maar hier, in de nieuwbouwwijk, onstond een bedrijvig stukje Krispijn. Aan de oneven kant was al sinds 1907 vanaf het huidige nummer 7 bebouwing. Aan de overkant stond alleen een koekbakkerij uit 1910 met bovenwoningen op de nummers 10-18 en een rij huizen tot aan de Emmastraat met de nummers 22-50 die waarschijnlijk een aantal jaren na 1909 (1910-11?) door baas Hoek zijn gebouwd. De eigenaar van de bakkerij, Van Sliedregt, zou in juni van datzelfde jaar 1912 een bouwvergunning aanvragen voor het kapitale pand op de hoek, Mauritsweg 2, met een bij het bestaande koekfabriekje aansluitende uitbreiding van de bakkerij plus een magazijn. Een bakkerijbuurtje dus, waar het bij tijden lekker moet hebben geroken.

Ook in de andere straten waren tussen de woningen dergelijke nijverheidsgebouwen. Aan de oneven kant van de Sophiastraat, van 25-51, en de even kant, van 8 -36, waren beide in 1908 begonnen, eveneens door baas Hoek. Die zou in datzelfde jaar voor zichzelf ook een werkplaats met bovenwoning en ernaast een breed huis met werkplaatsen en 2 bovenwoningen bouwen. Nu zouden die nrs. 17-23 hebben, maar toen waren het de nummer 11-17. Ik zal daar later in een blog aandacht aan schenken.

In de Frederikstraat, tenslotte, bouwde van Hoek allemaal in datzelfde jaar nog de rij huizen met nummers 10-36. Maar de koppen van de straten, die op plattegronden steeds als gemeentegrond werden aangeduid, bleven leeg.

Tekening van de achterkant van Oranjepark 12, de voorkant ligt aan de Toulonselaan.

Coenraad Jan den Duijtsen (1875-1916) was een welvarende handelaar in brandstoffen. Hij bewoonde het in 1898 gebouwde herenhuis Oranjepark 12, het middelste in een rijtje van drie. Het staat er nog steeds. Hij had behoefte aan opslagruimte voor zijn koopwaar en diende eind januari 1912 bij de gemeente een aanvraag in voor een bouwvergunning met bijbehorende tekeningen. Het zou een pakhuis worden met twee bovenwoningen op de hoek van Hendrikstraat en Mauritsstraat. P. van Driel, die een bouwbedrijf had aan de Spuiweg, zou als aannemer en uitvoerder fungeren. De vergunning kwam 22 februari 1912 rond en waarschijnlijk is het pand in dat jaar op die hoek gebouwd. Zie deze versie van het gebouw bovenaan dit blog, getekend naar de originele bouwtekening uit 1912.

Het gebouw was ongeveer 10 x 11 m in oppervlak met een afgeschuinde kant op de straathoek. Het was opgetrokken in bruine baksteen met geel-bruin-gele speklagen, creatief vormgegeven hoekoplossingen en ingenieus gemetselde schoorstenen. De begane grond telde twee grote ruimten die bereikbaar waren via een dubbele deur op Hendrikstraat 1 en aan alle kanten werden de ruimten verlicht met hoogzittende kleine ramen. De bovenwoningen waren ruim, met kamers en-suite, grote ramen en vakkundig gemaakte voordeuren met bovenlichten. Aan de achterkant, in de Hendrikstraat, zat nog een grote poort met dubbele deuren die naar een bergruimte achter het huis leidde. Erop waren balkons voor de bovenwoningen.

De hoekoplossing met integrale schoorsteen.

Aan de jaartallen achter zijn naam is te zien dat Den Duijtsen in 1916 overleed; hij werd maar 41 en had geen kinderen. Of de zaken voordien al goed gingen is de vraag want in 1914 was er een aanvraag van overbuurman Van Sliedregt om achter het deel van het genoemde pand langs de Hendrikstraat nog een koekfabriek te bouwen. Dat plan is niet doorgegaan. Een paar jaar na de dood van Den Duijtsen vroeg de NV Machinefabriek Maas en Merwe een vergunning aan voor het vergroten van de ramen op de begane grond, het veranderen van deuren en het bouwen van een schoorsteen. Ze hadden daar een kantoor gepland.

Hendrikstraat 1-Mauritsweg 4-6 in 1920

Wordt vervolgd