De naam Krispijn 4

De uitspanning 3

Een aquarel of ‘gewassen’ pentekening uit ongeveer dezelfde tijd, 1825, en door dezelfde tekenaar, Smak Gregoor, van de achterkant van de ‘uitspanning’ laat helemaal geen bijgebouwen links ervan zien. Dus hoe moet je dit interpreteren? Het gaat duidelijk om dezelfde locatie, maar in detail komen ze niet helemaal overeen. Alleen staat aan de rand van de sloot naast het huis een ‘gemak’ of plee, dat/die er een beetje krakemikkig uitziet. Niet echt geschikt om klanten van dienst te zijn.

De achterkant van Krispijn met de plee, 1825

Maar dan zijn er ontwikkelingen die de naam en de functie samenbrengen. Uit een beschrijving bij de verkoop van het ‘goed Krispijn’ uit 1878 blijkt dat op een stuk land van ongeveer 17 are (= 1700 m2 =  ca 41 x 42 m) “een gebouw met koepelkamer, kleinere kamer, keuken en schuur, met een bloementuin en een boomgaard” stonden naast de ‘herberg’ Krispijn. Het gaat hier nu dus om twee gebouwen.[1] Of de koepelkamer het eigenlijke zomerhuis was en de rest door een beheerder werd bewoond is niet bekend. Nu worden ‘herberg’ en zomerhuis klaarblijkelijk naast elkaar genoemd. Maar in die tijd had je al hotels en waren herbergen een soort veredelde dorpskroegen en verlopen rechthuizen (voorlopers van een gemeentehuis). Nu kun je op stadsplattegronden en eilandkaarten uit de 19e eeuw inderdaad twee huizen zie: het hoofdgebouw is altijd een niet al te groot rechthoekig pand met een kleine aanbouw. Het ligt dan even ten noorden van het al in de 17e eeuw bekende huis, dat nu helemaal tegen de dijk aan staat.

De hoek met boven het oude huis een nieuw pand, 1877, maar al in 1848 te zien.

Pas in een litho uit ca 1850 is er rechts van het ‘boerderijtje’ waar duidelijk nu wat mensen op een ‘terrasje’ voor de zijgevel zitten, een naar achteren staand huis met aan weerszijden van een voordeur een schuifraam te zien. Ervoor is met een schutting en een smeedijzeren hek een omheind erf te zien, maar het is niet duidelijk hoe de plattegrond van het complex eruit ziet.

Litho door W. Bögers uit ca 1849-1859 met mensen op het terras van ‘Krispijn’

Is dit het  zomerhuis en het huis met het terras, het wat in archiefstukken uit 1840 en 1846 de ‘herberg’ Krispijn werd genoemd? Helaas heb ik in het archief niet meer 19e eeuwse vermeldingen van Krispijn kunnen vinden. Alleen als er lezers van dit blog zijn die me nieuwe gegevens kunnen bezorgen, komen we hier misschien nog wat verder mee.

Het Excelsior-complex met eronder nog een later niet meer voorkomend pand, 1923

Op de kaart van 1923 is tegen de zuidkant van de dijk nog een pand te zien dat misschien uit twee delen bestaat. Niet duidelijk is wat dit moet voorstellen. Ten noorden van de dijk is op de hoek een groter complex te zien. Dit was de beschuitfabriek en bakkerij Excelsior met woonhuis erboven. De gebouwen van de uitspanning moeten op de locatie van de bakkerij, waarschijnlijk erachter, aan de Brouwersdijk gelegen hebben, maar hebben dan inderdaad niet bepaald een indrukwekkend formaat gehad. Toch is hier misschien nog een bijzonder stukje informatie te vinden. Op de hieronder staande foto, die in 1939 kort voor de afbraak van de gebouwen van de zijkant van de bakkerij is gemaakt, komt boven de lage achterbouw een oud pannendak uit.

Het Exceslio-complex kort voor de afbraak in 1939

Zou dat het kleine ‘boerderijtje’ van ca  4 x 8 m geweest kunnen zijn? Dan hebben we hier nog de laatste rest van de beroemde ‘uitspanning’ en ‘herberg’ Krispijn in beeld. Die moet dan in datzelfde jaar afgebroken zijn. Op die plek is in 1940 een rijtje van drie huizen onder een kap gebouwd. Ze staan er nog steeds.

Het pannendak van Krispijn?

In 1939 is de ‘uitspanning’ dus opgeslokt door de verbreding van de Brouwersdijk. Het restje van Stadvliet zou in 1949 pas worden afgebroken om de Julianaweg op de Krispijnseweg te kunnen aansluiten. De stippellijntjes om aan te geven waar die zou komen staan al op de 1939 kaart, maar de oorlog kwam ertussen.[2]

De stadsplattegrond uit 1939, alleen Stadvliet staat er nog

Op een foto van rond 1937 bovenaan dit blog is de plaats te zien waar de Oudendijk (nu de Hugo van Gijnweg) in de nu Krispijnseweg geheten Spuiweg overgaat met op de achtergrond de bakkerij.

Wordt vervolgd

Naar boven


[1] Van Wijk (1995) 116.

[2] Van Wijk (1995) 116.

De naam Krispijn 3

De uitspanning 2

Uit de 18e eeuw zijn nauwelijks kaarten over waarop de bebouwing op de hoek Spuiweg-Brouwersdijk staat. In 1725 is de kaart van Van Nispen uit 1673 alleen maar aangepast aan de dan heersende omstandigheden, waarbij de hoek geheel hetzelfde is gebleven. De kaarten van het Eiland uit de rest van die eeuw zijn te weinig gedetalleerd om de huizen bij de hoek te tonen. De 18e eeuwse stadsplattegronden tonen niet genoeg van het gebied buiten de stadsvesten om zover te komen. Laten we daarom eens kijken naar het topografische bewijsmateriaal, oftewel de plaatjes. Gelukkig zitten er in de Beeldbank van het Regionaal Archief ook afbeeldingen van de panden op de bewuste hoek.

De oudste afbeelding van die gebouwen is een gewassen pentekening van de bekende Dordtse kunstenaar Aart Schouman (1710-1782), die in 1747 een gezicht op Dordrecht schilderde gezien vanaf deze locatie (zie bovenaan dit blog). De Grote Kerk steekt in de verte boven bossages uit en boven wat misschien het dak van de villa Weizigt is. Rechts staat de boerderij van Stadvliet met de monumentale inrijpoort van de buitenplaats, bestaande uit twee pilaren met op elke een schildhoudende leeuw. Links staat achter een schuurtje op de voorgrond een huis met wat eruit ziet als een rieten dak en een bakstenen puntgevel. De zijmuur lijkt met gepotdekselde planken bedekt. Rechts van het schuurtje komt een houten schutting tevoorschijn, die het erf van de weg scheidt. Het bijschrift is alleen maar DORDRECHT en de maker heeft zijn naam  en het jaartal eronder gezet. Geen twijfel mogelijk over de maker dus, maar de naam Krispijn valt niet.

In het bijschrift door het archief staat hij wel: “Rechts de ingang van de voormalige buitenplaats Stadtvlied, daar tegenover de herberg Krispijn, op de achtergrond de Grote Kerk”. Maar die dateert van de tijd dat de catalogus van de verzameling Dordracum Illustratum (1908), waarin de tekening te vinden is, werd gedrukt. Misschien leefde het pand toen inderdaad nog in de herinnering als herberg, zoals hij in de 19e eeuw nog werd vermeld. Hier ziet het er weinig herberg-achtig uit.

De wat wollige afdruk van de prent van Bendorp, 1780

Uit dezelfde verzameling is de kopergravure ‘de afgebrande steê buyten Dordregd’ door C.F. Bendorp (1736-1814) die hij in 1780 in een serie Gezichtjes naar ’t leven getekent publiceerde. In het bijschrift heeft iemand tussen haakjes (nabij Krispijn) geschreven. Het is duidelijk dezelfde locatie als die uit 1747, maar er zijn verschillen. Misschien staat het schuurtje nog uiterst links op de prent, maar het huis erachter ziet er anders uit. Het heeft nu een bakstenen zijmuur met een raam erin met vensterluiken. Rechts zou een aanleunende zijruimte kunnen staan. De schutting is weg, alleen tegen de hoek van het huis staat nog een kort restje ervan, met erachter een deur of raam. Waar die verbrande boerderij staat is me niet duidelijk. Stadvliet, rechts, ziet er niet verbrand uit en het linkerhuis ook niet. Dat vertoont ook hier geen tekenen dat het een uitspanning is al staat er een ruiter voor die misschien met iemand staat te praten. Links staat nog een man die eruit ziet alsof hij tegen de muur staat te pissen. 

Het idyllische gezicht bij ‘Krispijn’, 1825

Maar dat is 45 jaar later nog steeds niet het geval. U ziet hier een gewassen pentekening uit ca 1825 (dus even voor in 1830 de naam voor het eerst op kaarten verschijnt) van Gillis Smak Gregoor (1770-1843). Links zou de ‘uitspanning’ op de plaats waar de Spuiweg (naar rechtsachter) overgaat in de Oudendijk (linksvoor) te zien zijn. Het is duidelijk een bescheiden pandje van misschien maar 3,5 à 4 x 8 à 9 m in oppervlak zonder een echte verdieping. Ervoor is een ruiter afgestegen. De andere zit nog te paard en praat met een ‘melkmeisje’. Voor het huis staan twee losse hekken waar je de teugels van een paard tijdelijk omheen kon binden. Er staat nog wat bebouwing naast het huis of is het een hoge schutting? Achter het melkmeisje staat een klein en laag bijgebouwtje; een schuurtje? Of is het de aanleunkamer. Rechts zijn over de heul de boerderij, schuur en de pilaren van Stadvliet te zien. Is hier uit op te maken dat het hier om een café gaat, want dat is een uitspanning in de basis? Nee. Het is gewoon een rustieke scene zoals er zoveel zijn getekend en geschilderd vanaf de 17e tot en met een flink deel van de 20ste eeuw.

Wordt vervolgd

Naar boven

De naam Krispijn 2

De uitspanning 1

Veel rijke families in Dordrecht bezaten een buitenhuis op het Eiland. Dat kon de vorm aannemen van een flinke boerderij met erf en bijgebouwen en een aparte kamer voor de eigenaar tot een bijna paleisachtige villa met een formele baroktuin. Daar kon men de toch wat benauwde huizen, al waren ze nog zo groot, binnen de stadsmuren ontvluchten. Als het in de zomermaanden warm was konden ze zo de stinkende open riolen, die sommige grachten en spranten waren, vermijden.

Krispijn was volgens de literatuur zo’n zomerhuis. Dat werd natuurlijk niet gebouwd als horeca-gelegenheid, want dat is de functie die een ‘uitspanning’ heeft. Met het op gang komen van de belangstelling voor de natuur, zoals dat in de loop van de 18e eeuw het geval was, werden er langs uitvalswegen van steden op veel plekken in ons land dergelijke uitspanningen gesticht. Het waren plaatsen waar je letterlijk na een rit met koets en/of te paard de paarden uitspande. Of in ieder geval even rust liet nemen. Vooral op schilderachtige plekken met een bruggetje en bossages, etc. konden ze tijdens mooi weer op een regelmatige aanloop rekenen. Dat waren dan meestal bestaande, wat boerderij-achtige panden waar je tijdens zo’n uitstapje je paard kon vastbinden, op een bankje een pijp kon opsteken en een glas kon drinken, met eventueel een versnapering erbij. Dergelijke uitspanningen om de stad heen waren tot in de 20ste eeuw een populair trefpunt voor burgers die er een dagje opuit trokken.

Bovenaan dit blog ziet u een aquarel van Aart Schouman uit 1745 die een ‘herberg’ in Dubbeldam zou voorstellen. Het is misschien inderdaad een eenvoudige dorpsherbeg, maar het zou net zo goed een uitspanning kunnen wezen of een taveerne met ‘buitenterras’.

Een uitspanning was echter zeker geen herberg. Een herberg was een flink gebouw waar je kon eten en drinken en waarin je kon overnachten: een soort hotel-café-restaurant dus. Zo’n type locatie baat je zeker niet uit midden tussen de weilanden en akkers, maar in de stad, bij een drukke brug of aan een plein. Of buiten de stad op een druk kruispunt van (water)wegen, een aanlegsteiger van een veer of buiten een stadspoort, zodat je ergens kunt slapen als je de poort gesloten vindt. In herbergen langs postroutes was daarbij gelegenheid voor postbodes om van paard te wisselen en daarom hadden die dan ook een flinke stal.

Het zomerhuis van Van Outgaerden kan nooit een grote hoeve zijn geweest. Op alle kaarten die ervan zijn zie je een klein rechthoekje op een driehoekig stukje land in de hoek tussen de Spuiweg en de Brouwersdijk. Niet groter dan een gemiddelde boerderij, maar die zou minstens nog grote schuur of stal erbij moeten hebben. Eerlijk gezegd heeft het geheel een nogal bescheiden omvang. Was dit echt een buitenplaats? Een zomerhuis dat in de zomer door leden van de familie werd bewoond? En de rest van het jaar door een beheerder?

Detail uit de kaart van Van Nispen uit 1673.
In het origineel ligt het noorden onder.
Rechtsboven is het huis te Dubbeldam te zien.

Dat daar al wel wat stond blijkt voor het eerst uit de gedetailleerde kaart van het Eiland uit 1673 (dus na de dood van de oude Crispijn van Outgaerden) door Matttheus van Nispen. Aan het einde van de Speuywegh (Spuiweg)- hoek Brouwersdijk ligt daar voor het eerst dat driehoekige stukje land omheind met bomen, waarop een gebouwtje is te zien.[1] Het ligt tegenover een ander afgescheiden stuk land, waar de buitenplaats Stadvliet stond. Op de kaarten van Dordrecht en omgeving komt de naam Krispijn in de 17e en 18e eeuw nog niet voor. Het duurt nog tot ca 1830 voordat op een kaart van het eiland de naam Krispijn staat vermeld bij die hoek tussen de weg en de dijk. Daarna is de naam wel steeds aanwezig. Blijft de vraag waarom je zo’n café-met-terras zou noemen naar iemand die al bijna een eeuw dood is, en dan nog wel naar voornaam van die persoon in plaats van naar zijn achternaam. Cafés van nu hebben soms de gekste namen, maar in de 19e eeuw was men nogal conservatief in de naamgeving van horeca-gelegenheden. Dus: waarom Krispijn???

Detail uit een kaart van het Eiland van Dordrecht en omstreken van ca 1830

Wat betekent dit dan? Stond het gebouw daarvoor, dus tijdens de 18e eeuw, niet bekend als Krispijn? Wist men in de vroege 19e eeuw nog dat het pand aan ene Crispijn van Outgaerden had toebehoord, van wie de laatste van de drie toch al in de eeuw ervoor kinderloos was overleden? Hadden familieleden het na zijn dood nog in bezit gehad en was dus de naam van de vroegere eigenaar al die tijd blijven hangen? Of is het een half-legendarisch relict uit een toen al ver verleden? Waar komt dan bijvoorbeeld het verhaal vandaan dat enkele schilders en tekenaars, die zich vooral op het uitbeelden van de natuur toelegden, hier, dus in ‘de uitspanning Krispijn’, in 1774 besloten tot de oprichting van het Teekengenootschap Pictura. Is dat een fabeltje? Het genootschap, dat nu dus zijn 250-jarig bestaan viert, verspreidt dit als een historisch feit, maar ik ben daar niet zo zeker van.[2]

In de volgende blogs zullen de ‘platen’ behandeld worden waarop Krispijn te zien zou zijn.

Wordt vervolgd

Naar boven


[1] Frijhoff, e.a. (1998) 70-71.

[2] Lips (1974) 276.