De Emmastraat 4

Nummer 9

Aan dit pand is het meeste veranderd en het is er daardoor niet op vooruit gegaan. Op de daklijst zijn twee van de vier pilaartjes met bollen erop verdwenen en daardoor ook het smeedijzeren hekwerk daartussen. Dat is ook weg op het balkon. De bouwvergunning geeft aan dat dit in 1962 is gedaan., waarschijnlijk net als bij nummer 3 omdat de gevel het gewicht niet kon dragen. 

De modernisering heeft ervoor gezorgd dat de roedeverdeling in de ramen en balkondeuren op de verdieping niet meer past in de periodestijl. Bovendien is hij veel te nadrukkelijk aanwezig. Oorspronkelijk had dit huis een open warande, maar al snel na de bouw is die als serre bij de woonkamer getrokken. Dat was in 1912 en het werk werd uitgevoerd door Daniël Goudswaard uit Westmaas. De eigenaar destijds was de zwager van Daniël, Dirk Willem Gravendeel uit Klaaswaal. Die woonde in die tijd om de hoek aan de Dubbeldamseweg 69 (nu 111-113).

Detail van de bouwtekening uit 1912 van de serre-gevel van nummer 9 door Daniël Goudswaard

Er is daarna nog nog een wijziging geweest, want zoals het in 1912 werd getekend is het niet meer. De ramen van nu hebben geen middenstijl meer, de panelen onder de ramen – ook in de deuren – zijn verdwenen. De bovenramen hadden gebogen bovenkanten en waren gevuld met glas-in-lood (staat ook geschreven in het derde bovenraam van links), maar vast niet die fantasieloze vierkante ruitjes zoals nu. Die ruitjes vloeken trouwens in hun verhouding met de roedeverdeling op de verdieping. Wat wel bewaard is zijn de vier gietijzeren zuiltjes van de warande, die nog steeds het balkon steunen.

De mooie dubbele voordeuren en bovenlichten zijn vervangen door een soort fantasy-vormgeving die in de verte wat aan Disney doet denken. Er is een barokkige luifel boven aangebracht met even fantastisch houtsnijwerk dat niets te maken heeft met 1907. Kortom: het een is eclectisch geheel dat niet past in dit rijtje in de Emmastraat. Ik zal het maar niet hebben over de grijsbetegelde ‘voortuin’.

Mijn reconstructie van nummer 9 gedurende 1907-1912

Ik heb de vrijheid genomen dit pand te reconstrueren in de oudste versie, dus voor de serre werd gebouwd. De oorspronkelijke kleuren zijn niet bekend, dus die heb ik gegokt.

Nummer 11

Dit huis is het spiegelbeeld van nummer 1, maar natuurlijk zonder het dak. De daklijst is nog compleet, het lijstje boven de zijtravee is zelfs nog wat meer gedetailleerd. De ramen en deuren op de verdieping lijken vervangen en de roedeverdeling is tamelijk modern. Het glas-in-lood ziet er eerder uit als jaren 20-30 art deco dan jugendstil. En dat geldt ook voor die in de erker en boven de voordeur. Die deur is ook niet origineel meer en de zijramen zijn nu duidelijk minder smal dan op de tekening. Het balkonhek is net als in nummer 1 minder decoratief geworden.

Ook de zijgevel is vergelijkbaar met de originele van nummer 1, voor de winkel erin kwam.

U ziet dat in ieder geval dit rijtje van de Emmastraat niet onbeschadigd de 117 jaar van zijn bestaan is doorgekomen. De redenen van de meeste aanpassingen zijn waarschijnlijk ingegeven doordat baas Hoek de pilaartjes op de daklijsten te zwaar heeft gemaakt, waardoor de gevels te veel te verduren hadden. De gemiddelde voorbijganger zal de aanpassingen niet echt opmerken, want die weet niet wat het oorspronkelijke plan was. De kenner (en wie weet: de bewoner/eigenaar) ziet waar de afwijkingen zitten en dat maakt hem/haar niet echt blij. Moet hier wat gebeuren? Geduld: laten we eerst even de hele straat afwerken.

Wordt vervolgd

Naar boven

De Emmastraat 3

Nummer 3

U ziet dat aan deze gevel de bovenkant flink gewijzigd is. De vijf pilaartjes zijn in ieder geval gebouwd want ze staan op een zeldzame oude foto (meestal valt deze gevel er helaas af) uit ongeveer 1922. Zie de hele foto boven dit blog.

Een parmantig heertje stapt op Emmastraat 1 af

Nu staan ze er niet meer op. In 1951 is hier funderingsherstel gepleegd omdat de gevel misschien te zwaar was. Wie weet zijn toen die zware elementen gesloopt. Wel zijn de beide ‘siervazen’ aan de buitenkanten nog aanwezig, maar die op de uitgebouwde golvende muren die het balkon steunen zijn verdwenen. Die eindigden op de tekening trouwens hoger, dus deze zijmuren zijn bij de bouw al gewijzigd. Dat is overigens niet bijzonder. In de praktijk wordt in de hele wijk dikwijls, in details, afgeweken van de bouwtekening. Ook is het overdekte terras bewaard gebleven, terwijl dat in nummer 9 een serre is geworden. Het balkonhek, dat zoals op de foto te zien is tamelijk decoratief was, is sterk vereenvoudigd.

Nummer 5

Dit is het huis met de simpelste gevel van dit rijtje en tevens de best bewaarde. Beide pilaartjes staan nog op de hoeken en de borstwering van het balkon die vanuit de erker opgemetseld is, is geheel intact. Helaas is de voordeur niet meer origineel. Het glas-in-lood in de bovenramen op de verdieping was verdwenen, maar er zijn berichten dat dat weer terugkomt. Op de begane grond is het er nog wel.

Nummer 7

Ook nummer 7 lijkt goed bewaard gebleven maar de volledige borstwering met pilaartjes is, waarschijnlijk tegelijk met nr. 3 en 9, gesloopt en opnieuw opgemetseld met de originele stenen. De draagconstructie was waarschijnlijk een van de vele experimenten van Gerrit Hoek, maar helaas niet succesvol. Lekkage en een kromtrekkende gevel waren het gevolg. Pilaartjes en borstweringspoortjes zijn dus weer aanwezig. De draagconstructie van het balkon van dit huis was door Gerrit van Hoek niet ontworpen om er ook gebruik van te kunnen maken. In de jaren ’80 is de volledige constructie van de uitbouw gesloopt, voorzien van een zwaardere balkconstructie en opbouw. Het glas-in-lood is hier en boven de voordeur niet origineel meer. Op de verdieping is het geheel verdwenen, waarschijnlijk tijdens de versteviging van het balkon. Ook hier is het balkonhek een keer vervangen door een eenvoudiger exemplaar. De voordeur is prettig excentriek met zijn ovalen ruit. Hij is niet de oorspronkelijke, maar afkomstig uit een gesloopte artsenpraktijk aan de Cornelis de Wittstraat (met dank aan Emmastraatbewoner Alain Mahieu voor de aanvullingen).

Met hulp van mijn Facebookvrienden heb ik uitgevonden dat de jongens een bokkenkar (met 2 wielen, met 4 is het een bokkenwagen) bij zich hebben. Dank Kees Huyser en Jan Verstraten!

Een bokkenkar in het Museum für Weinbau und Stadtgeschichte, Edenkoben (Dld), 19e eeuw

Wordt vervolgd

Naar boven

De Emmastraat 2

Nummers 1-11

Op de situatietekening uit 1907 van het eerst gebouwde rijtje aan de straat, de nummers 1 tot en met 11, blijkt de oppervlakte van die huizen: 86,5 m2. Met nog een voortuin van 26 en een achterplaats van 36 m2 daaraantoegevoegd, samen niet minder dan 148,5 m2.

Situatietekening van het blok 1-11 uit 1907. Het handschrift op deze tekeningen is typerend voor baas Hoek

De arbeidershuizen in de Bloemenbuurt haalden de 50 m2 niet, plus nog een plaatsje, en bleven soms onder de 40 m2. De huizenrijen voor gewone arbeiders tussen 1908 en 1914 in de rest van de Oranjebuurt zweefde wat totaal oppervlakte betreft tussen de 37 en de 55 m2 en hadden nog een wat groter plaatsje met misschien nog een schuurtje. De wat grotere huizen aan de Willemstraat-even deden tussen de 60 en 65 m2 , exclusief het voor- en achtertuintje. Er is dus een duidelijk verschil in status zichtbaar in de huisoppervlaktes in de wijk. In het derde rijtje van de Emmastraat, 13-23, dat ik later zal behandelen, kun je dat zien aan de specifieke toevoeging van een dienstbodekamer. Als dat niet duidelijk maakt dat hier de elite van de wijk woonde…

De volledige rij Emmastraat 1-11 (v.r.n.l.) zoals hij in 1907 werd getekend

Je kunt het natuurlijk ook aan de gevels zien. Hoewel de indeling met deur, ramen, balkons en warandes wel ongeveer gelijk is, is de afwerking van de voorkant bij elk van de zes huizen verschillend. Zie de bouwtekening uit 1907 hierboven. De variatie is zeer bijzonder en de creativiteit van baas Hoek en/of zijn tekenaar(s) is geweldig.

Ik heb de tekening uit elkaar gehaald en de individuele panden geplakt boven de foto’s van de rij zoals ik die de afgelopen jaren heb gemaakt. Dan zijn er toch wel wat opvallende afwijkingen te zien.

Nummer 1

De basis van nummer 1 is aan de voorkant wel hetzelfde gebleven, maar opvallend is dat er een mansarde-dak opgezet is. Dat zal vast te maken hebben met het feit dat de begane grond op een bepaald moment een winkel is geworden en zo verloren ging voor wonen. Dat gebeurde voortaan op de verdieping en voor de slaapkamers werd daarom een extra etage onder een dak gebouwd.

De erker in de voorgevel bevatte vroeger dubbele tuindeuren, maar die zijn een raam geworden. Het balkonhek is vereenvoudigd en de roedeverdeling in de erker is ook veranderd.

De bakkerswinkelingang zoals hij in 1951 werd gebouwd

De verbouwing tot winkel en bakkerij voor kleingoed en banket werd in 1951 verleend aan Chr. Schepers van de Krommedijk. Toen wij in 1988 aan de Dubbeldamseweg kwamen wonen was dat nog steeds een bakkerij. Je kon er trouwens behalve banket ook brood kopen. Nu is de poppenhuiswinkel  Little Dreamhouse in het pand gevestigd. De eigenaars wonen, net als de bakker destijds, boven de winkel. De ingang is nu op Dubbeldamseweg 121. Zie de huidige situatie bovenaan het blog. Het is nog steeds een mooi pand, maar de toppen van de pilaartjes op de dakranden zijn wel toe aan een sopje.

Wordt vervolgd

Naar boven

De Emmastraat 1

Ik krijg naar aanleiding van mijn blogs onregelmatig de vraag: wanneer doe je de Emmastraat nou eens? Daar is toch niet veel mis mee? Zo’n mooie sfeervolle straat… Dat ben ik natuurlijk eens met die vragenstellers, maar dat daar niks aan de hand is, is wat kort door de bocht. De huizen zijn inderdaad nog best gaaf. Juist omdat ze tamelijk groot zijn (in de bouwplannen werden het middenstandswoningen genoemd) wonen en woonden er dikwijls kapitaalkrachtige families in. Die hadden en hebben het geld om hun panden goed te onderhouden. Maar dat wil niet zeggen dat er in de 110-117 jaar dat ze er staan nooit rare dingen mee zijn gebeurd.

Het oudste rijtje, 1-11, is inderdaad al uit 1907. Kort nadat baas Hoek in 1906-07 zijn eerste rij arbeidershuizen aan de Hendrikstraat had gebouwd en aan het show-rijtje Willemstraat 1-9 was begonnen (nu een gemeentemonument) plande hij een rij veel sjiekere en grotere huizen dan die aan de Hendrikstraat. Ze moesten aan de Emmastraat komen, vanaf de hoek met de Dubbeldamseweg tot aan de hoek van de Hendrikstraat. Aan een straat die genoemd was naar de geliefde, toenmalige, koningin-moeder moesten het wel woningen van een bepaalde stand zijn. Waarschijnlijk waren ze erg succesvol, want hij begon in 1908 met twee andere rijtjes aan de Emmastraat, 13-25 en 2-12. En dat terwijl hij in 1907 al begonnen was de rest van de Hendrikstraat tussen Mauritsstraat en Emmastraat vol te bouwen en in 1908 ook nog de hele Sophiastraat afwerkte en de even rij aan de Frederikstraat begon.

Er is een zeldzame foto van de Emmastraat waarop de eerste drie rijen staan in een verder nog leeg gebied. Ik schat hem kort na de bouw, misschien nog in 1908, maar waarschijnlijk in 1909 genomen, want er staan nog geen huizen aan de Dubbeldamseweg. Het hoekhuis van die weg met de Leliestraat (nu 150) is nog te zien en we weten dat Van Hoek in 1910 aan dat deel van de weg ging bouwen.

De Emmastraat ca 1909, links de rijtjes 13-25 en 1-11 en rechts 2-12. In het midden de Rozenstraat met op de hoeken links Dubbeldamseweg128 en rechts nr 130. Tussen de twee eerste rijen ligt de Hendrikstraat, op de voorgrond links de Sophiastraat en rechts de oostkant van wat nu het Emmaplein is, maar dat begon als een plantsoentje.

Pas in 1913 en 1914 werden de andere twee rijen in de straat gebouwd. Dat was geen werk van baas Hoek meer. De nrs. 14-34 uit 1913 waren van Abraham (Bram?) Brand die een timmerbedrijf aan de Suikerstraat had. In 1914 bouwde timmerman Simon Hurkmans van de Voorstraat de nummers 27-37 en het daarbij aansluitende pand om de hoek van de Frederikstraat, nummer 38. Het is verwonderlijk om te zien hoe die rijen afweken van wat baas Hoek tot dan toe allemaal gebouwd had. 27-37 sloten nog wel een beetje aan met hun torentjes, maar het was een veel minder symmetrisch ensemble. Met name 14-34 was toch wel anders en het waren ook boven- en benedenwoningen, in tegenstelling tot de eensgezins panden in de rest van de straat. Maar daar ga ik het later over hebben.

Ik ga in de volgende blogs achtereenvolgens de vijf rijtjes aan die straat behandelen. Er is tamelijk veel van de plannen en bouw bewaard gebleven en er zijn ook nog wat leuke oude foto’s van de straat.

Wordt vervolgd

Naar boven

De Bloemenbuurt: een nawoord

Mijn oordeel over de Bloemenbuurt als bouwkundig en bouwhistorisch ensemble in de hiervoor gaande blogs is niet bijster positief. Ik kwam er niet onderuit om kritiek te geven op wat er allemaal met de oorspronkelijke bebouwing is gebeurd. Met name op wat er met de gevels is gedaan. En ook hoe de vervangen dakkapellen het aanzicht van de originele architectuur hebben aangetast. De langere rijen bestaan inmiddels uit een samenraapsel van oude en nieuwe elementen die zelden een geslaagde  combinatie maken. Maar ook de korte rijtjes van twee, drie of vier huizen zijn dikwijls bijna onherkenbaar geworden.

Maar wat moet je er nu dan mee? Alles terugdraaien naar 1893-1906 is niet mogelijk, want restauratie zou bijzonder kostbaar worden. En hoe krijg je anders meer modern wooncomfort in de situatie van toen. De voor- en achterkamers zijn inmiddels overal wel één ruimte geworden. Alkoven en bedsteden zijn allang verdwenen. Keukens zijn dikwijls uitgebouwd naar achteren en er zijn inmiddels overal, kleine, badkamers met douches en moderne wc’s. De meeste huizen hebben centrale verwarming. Ze hebben moderne keukeninrichting, inclusief koelkasten, en afzuigkappen zijn standaard geïnstalleerd. Door de brede dakkapellen voor en achter zijn er toch meestal wel minstens twee slaapkamers met voeldoende licht en (berg)ruimte gecreëerd. Maar groot zullen  die huizen nooit worden. Daarentegen zijn het ideale panden voor starters of voor tweepersoons bewoning.

Bakstenen in kruisverband met gesneden voeg in een muur uit 1908 in de Emmastraat

Maar wat zou er moeten gebeuren om de buurt mooier te maken? Ik vraag me dan af of de originele vensters weer terug geplaatst zouden kunnen worden op de plekken waar nu doorzonwoning-ramen zitten die helemaal niet in die gevels passen. Zoveel hoeft dat niet te schelen qua lichtinval. Maar dan moet het metselwerk wel weer aansluiten bij hoe het er rond 1900 uitzag. Toen wist men nog met het strak volgehouden kruisverband en scherpe voegen bewonderenswaardig vakwerk te leveren. Want in een buurt als deze moet je echt niet de hele boel vol plempen met holle voegen.

Muur in kruisverband met slordig afgewerkte holle voeg in het Woningzorg complex uit 1914

Zouden de brede dakkapellen per rij(tje) niet een meer passend uiterlijk kunnen krijgen? Of zou het mogelijk zijn om de oorspronkelijke deuren weer terug te laten komen, maar nu in serie gemaakt in plaats van elke deur met de hand door een meestertimmerman?

Deur uit de timmerfabriek van baas Hoek uit 1910

Mijn correspondenten, die ik over het leven in de Bloemenbuurt heb ondervraagd, vertelden me dat ze ondanks de soms nog primitieve leefomstandigheden in de straatjes er een heerlijke jeugd hebben gehad. Dan spreek ik over de periode jaren vijftig tot tachtig. Er was weliswaar grote sociale controle, maar in de kinderrijke buurt werd volop gespeeld. Verkeer was licht, trottoirs waren breed want niemand had een auto, dus er was ruimte genoeg. Groente- en melkboeren kwamen in het begin nog met paard en wagen of een hondenkar langs, kruidenierswaren en slagers- en bakkersproducten werden door jongens per fiets, met grote manden voorop, rondgebracht. En als je die miste waren de winkels dichtbij op de hoeken van de straten met de Dubbeldamseweg. De kapper, de drogist, de sigarenboer, de zuivelhandel, de bakkers, de slagers, de fietsenhandel annex –stalling, etc. en een paar cafés stonden er binnen loopafstand.

Gezicht op de Dubbeldamseweg in de jaren dertig met transportfietsen voor de beide slagerswinkels op nrs 43 en 49 (oude nummering). In de verte een handkar met koopwaar

Maar dat was toen. Dat komt niet meer terug. De trottoirs zijn nu smal, de straten verbreed, want er moeten twee rijen auto’s kunnen staan. En die moeten er ook naartoe kunnen rijden. Bovenaan het blog ziet u de verhoudingen van nu als de meeste auto’s weg zijn (foto 14 december 2021).

De buurt vergrijst, er zijn niet veel kinderen meer die van de paar speelplaatsen gebruik maken. Hondenuitlaters hebben geen losloopveldje meer. Behalve in de Tulpstraat is het er niet erg groen en de troittoirs dreigen onder aanslag en mos te verdwijnen. Gras en klein onkruid groeit tussen de tegels en straatklinkers, tegen de huizen en in de goten. Laten we het maar toegeven: de buurt ziet er niet echt gezellig uit en is aan het verpieteren. Laten we dat toe? Wat moeten en kunnen de bewoners zelf doen? Wat is de rol van de gemeente hierin? Ik hoop met deze blogs aandacht te krijgen voor dit oudste en unieke deel van de Dordtse uitbreiding voorbij het spoor. Als bewoners en gemeente hun schouders eronder kunnen zetten moet je eens zien hoe het hier op kan knappen.

Naar boven

De Tulpstraat

Tot mijn kleinzoon Wouter een jaar of drie was, dus circa 2014, was ik nog nooit in de Tulpstraat geweest. Op wandelingen in de buurt met de peuter heb ik hem pas ontdekt. Hij ligt ook erg achteraf. De straat buigt als het ware mee met de spoorlijn en heeft maar aan een kant huizen die op het spoor uitkijken. Tussen het bijna helemaal begroeide geluidsscherm daarlangs en een hek en het wegdek staat een bijna ondoordringbare wildernis van struiken en enkele flinke bomen. Er lopen een paar paadjes naar de vluchtdeuren in het scherm. Ook liggen er wat parkeerplaatsen tegenover de Leliestraat en er is tussen de straat en de Rozenstraat een met paaltjes afgescheiden gebiedje, waar dus geen auto’s mogen komen. Vroeger was die groter en nam hij ook nog een deel van het einde van de Rozenstraat in beslag. Er was een hek aan de spoorkant gezet, nadat een jongetje bijna was verdronken in de sloot die er lag voor het geluidsscherm er stond. Zie de foto uit 1977 boven dit blog. De treinen reden er toen nog open en bloot vlak langs.

De speelplek nu met de resten van de toestellen en het groen uitgeslagen trottoir

Het was ooit bedoeld als kinderspeelplek, maar die wonen hier nu nauwelijks meer. Er staan nog wat triest ogende speeltoestellen op rubbertegels in het Tulpstraat gedeelte en een bank met een prullenbak ernaast. Verder kan je aan de bebouwde kant ook langs de huizen parkeren in speciale vakken.

Tulpstraat 1-7 met de Rosenstraathuizen

De Tulpstraat start aan het eind van de Rozenstraat en gaat op den duur met een bocht over in de Anjelierstraat in het Woningzorg-complex. Er staan niet meer dan 22 huizen langs.

Tulpstraat 9-15 met de Leliestraathuizen

Om het een beetje oneerbiedig te zeggen: het is een ‘restjes-straat’. Nummers 1-7 hebben dezelfde gevels als de huizen in de Rozenstraat en de Rozendwarsstraat. De nummers 9-15 zien er net zo uit als de oneven kant van de Leliestraat.

Tulpstraat 23-29 met de eerste rij Madeliefstraathuizen

Aan weerszijden van de Madeliefstraat staan/stonden respectievelijk vijf (23-31) en zes huizen (31-39) die identiek zijn met de rijen in diezelfde straat. Met die kanttekening dat het oude 31 is weggebombardeerd en vervangen door Madeliefstraat 1, waardoor het nieuwe 31 nu in het volgende rijtje staat.

Tulpstraat 31-39 met de tweede rijd Madeliefstraathuizen

Plaatsing van deuren, ramen en dakkapellen zijn identiek en de aparte strekken boven de ramen en deuren zijn ook overgenomen. Die ‘restjes’ zijn natuurlijk allemaal in dezelfde jaren gebouwd als de straten. Je kunt dus zeggen dat de Tulpstraat uit de jaren 1901-1906 dateert.

Tulpstraat 17-21: het unieke rijtje

Alleen het rijtje van drie huizen op 17-21 wijkt af van die stramienen. Het is echter flink verbouwd zodat je nog moeilijk kunt zien hoe het geweest moet zijn. Er zit nog één origineel raam in en één complete deurpartij, de rest is weg of onherkenbaar veranderd. Dat raam is trouwens ook uniek in de wijk; het is het enige waarvan het bovenraam in drieën is verdeeld. De dubbel getoogde strekken zijn eveneens uniek in de wijk, want ze hebben nog een rijtje liggende bakstenen langs de bovenrand die de kromming volgen. De dakkapellen zijn een rommeltje. Wanneer het rijtje ertussen is gezet is niet bekend, maar ik vermoedt dat het voor de Leliestraat af was is gebeurd, dus misschien wel voor 1900.

Tulpstraat 17-19 met de bijzondere strekken en het verticaal verdeelde bovenraam

Er zit in de hele Tulpstraat geen originele deur meer en net als in de rest van de buurt is er niet vriendelijk omgegaan met de ramen en hun roedeverdeling. Er zijn in de straat nog wel wat smalle dakkapellen die lijken op de oudste exemplaren, maar de meeste zijn vervangen door bredere types. Bij sommige huizen is nog wat groen te zien onder de ramen, maar tulpen kom je er, buiten, niet tegen. De bewoners hebben allemaal wel uitzicht op groen in de vorm van de hierboven genoemde struiken en bomen. Een bron van steeds terugkerende zorg is het feit dat de huizen allemaal maar ongeveer 15-20 meter van één van de drukste spoorbanen van west-Nederland staan. Toch zeggen diverse ex-bewoners van de Tulpstraat dat ze nooit last van die treinen hebben gehad. Integendeel: “Je viel heerlijk in slaap van het kedoenk kedoenk geluid”. En “er was wat te zien en te zwaaien …met het scherm is het er niet beter opgeworden”, als overdenking van een hedendaagse bewoonster.

De vroege bewonerslijsten laten ook weer de mengeling van diverse ambachten zien als in de rest van de buurt.

Naar boven

De Rozenstraat

De Rozenstraat heeft nog een paar jaar Rozestraat geheten. Zo staat hij tenminste vermeld in de adresboeken van 1906 en 1908. Ik heb me lang afgevraagd wanneer de huizen in die straat zijn gebouwd. Op de stadsplattegronden van 1903 en 1908 is het nog helemaal leeg tussen de Bloemstraat en de Leliestraat. Behalve op de zuidelijke hoek Rozenstraat-Dubbeldamseweg dan, want daar stonden de vier huisjes uit 1895 waar ik het al eerder over heb gehad. Onderzoek in de vroege adresboeken gaf een oplossing.

De stadskaart van 1908 zonder bebouwing aan de Rozen- en Madeliefstraat. De Oranjebuurt is nog geheel kaal, alleen de straten liggen er

Dat van 1904 laat zien dat de Rozenstraat, net als de Bloemstraat en de Leliestraat een doornummering hadden vanaf de Dubbeldamseweg, want de naam was toen nog niet bekend. Vanaf nr 92, waar bakker Sterrenburg zijn winkel met woonhuis had, ging het de hoek om en kregen de huizen in de toekomstige Rozenstraat allemaal nummer 94 met een letter erachter. Aan de oneven kant zouden negen (1-17) huizen komen. In 1904 woonden er inderdaad al mensen, vooral aan die oneven kant. Er stonden er nog wel drie leeg. Aan de even kant van veertien huizen (2-28) was de rij nog in aanbouw of tenminste onbewoond. In 1906 was echter ook die kant, op een paar lege erven na, geheel bewoond. Het is dan natuurlijk wel gek dat ze niet op de kaart van 1908 voorkomen, maar pas in 1912 te zien zijn.

De stadskaart van 1912 waarop alle straten in de Bloemenbuurt zijn bebouwd. Het Woningzorg complex van 1914 staat er natuurlijk nog niet

Beide rijen zien er exact hetzelfde uit. Het zijn onder een doorlopend zadeldak rijen van deuren en enkele ramen die paarsgewijs zijn geplaatst met afwisselend gele en baksteen-kleurige licht-getoogde strekken. Onder de eveneens doorlopende goot is een iets vooruitstekend fries van liggende rechthoeken met driehoekige zijkanten te zien, afgewisseld met een verticale streep, alles van gele baksteen. Boven de goot een smalle dakkapel.

De deur van nr 8 is wel oud, maar niet uit 1905

De deuren in de Rozenstraat zijn niet origineel meer (behalve misschien de deur van nummer 8 die behoorlijk klassiek oogt, maar waarschijnlijk niet origineel is) en van de bovenramen met glas-in-lood zijn ze alleen in nummer 18 nog intact en boven de deur van nummer 20.

Het doorlopende fries onder de goten van Rozen- en Rozendwarsstraat

De inrichting van de huizen was traditioneel. Een voor- en achterkamer met een alkoof ertussen en een aangebouwde smallere keuken met inpandige plee. In de keuken en beide kamers een stookgelegenheid; dat was al een vooruitgang met de wat oudere huizen. In de korte gang zijwaarts de trap naar de zolder, waarop waarschijnlijk een slaapkamer was afgetimmerd. Ook hier zijn de pleeën in de jaren twintig en dertig vervangen door wc’s. En boven de achtergevels zijn in de jaren dertig bredere dakkapellen verschenen. Bovendien werd ook hier nog een extra slaapkamer afgeschoten.

Foto uit 1994 waarop de doorlopende dakkapellen nog niet algemeen zijn; alleen op nrs 15 en 17 is een begin gemaakt (dank Dick Tijssen)

Typerend voor de Rozenstraat is dat aan beide kanten een, weer, doorlopende gevelbrede dakkapel aan de huizen werd toegevoegd, die in een keer moet zijn gebouwd. Alleen nummers 2 en 4 hebben een verder omhoog gemetselde gevel ter hoogte van die dakkapellen, waarin enkele nieuwe ramen zitten. Nummer 4 heeft ook een nieuw dak. Bewoners verzekeren me dat die dakkapellen ergens tussen 1994 en 2000 moeten zijn gerealiseerd, nadat al enkelen op eigen houtje begonnen waren met het vervangen door bredere exemplaren. De gemeente gaf toen subsidie op woningverbetering en de NS betaalde mee vanwege de geluidsoverlast die het spoor veroorzaakte.

De rij aan de oneven kant, Rozenstraat 1-17

Ook typerend is de Rozendwarsstraat die aan het einde van de straat linksaf naar de Bloemstraat leidt. Aan elke kant staan nog drie huizen die er exact hetzelfde uitzien als die in de Rozenstraat zelf. Alleen hebben die niet de doorlopende dakkapellen, maar individueel geplaatste, allemaal verschillende exemplaren van verschillende breedte.

Zoals in de Bloemstraat woonden in deze straatjes aanvankelijk ook een paar politieagenten en verder de gewone arbeiders: een kurksnijder, een paar blikslagers en letterzetters, een smid, een stoker en een wisselwachter bij het spoor, een brievenbesteller, een behanger en een courantenbezorger die nog bij zijn ouders woont. Ook woonden er bankwerkers, kantoorklerken, een bleker en een brandkastmaker, die vast bij Lips werkte.

Rozendwarsstraat 1-5

Voor de oorlog waren het nog huurhuizen, maar op den duur werden steeds meer huizen verkocht. Oud-bewoners vertellen dat de trottoirs voor de jaren tachtig een stuk breder waren en dat je er goed kon spelen, maar het toenemde autobezit leidde tot gebrek aan parkeerplaatsen. Vandaar dat de straat werd verbreed ten koste van de trottoirs.

Groen in de Rozenstraat

Boven het blog een gezicht in de Rozenstraat vanaf de Dubbeldamseweg uit 1977. Aan het eind van de straat staat nog geen geluidsscherm en kijk je over het achter de straat lopend spoor op de Houweningenstraat in het Land van Valk.

Naar boven

De Madeliefstraat

Beide zijden van de Madeliefstraat zijn in één keer gebouwd. Wanneer is wat onduidelijk, want zowel op de stadsplattegrond van 1903 als die van 1908 komt de straat niet voor. Toch is er een bouwtekening uit 1906 – volgens de gemeente – die de plannen van de bouw van tien huizen in de Madeliefstraat (4-22) en zes de hoek om in de Tulpstraat (31-39) laat zien. Het eerste huis aan de Tulpstraat heeft een zijdeur in de Madeliefstraat, nummer 2.

Bouwtekening van de hoek Tulpstraat (links) en de Madeliefstraat, gedateerd in 1906

In de Adresboeken is het iets beter te volgen: in 1906 staat er bij Madeliefstraat ‘in aanbouw’. En in 1908 zijn alle huizen op één na bewoond. Dus de rijen zijn inderdaad in 1906-07 gebouwd.

Beide kanten bestonden uit tien huizen: een deur en twee ramen, met dubbel getoogde strekken erboven en uit de doorlopende goot een smalle dakkapel. Erachter de traditionele uitgebouwde keuken met plee, een haard alleen in die keuken en de woonkamer, niet in de voorkamer. Twee bedsteden tussen de kamers en een trap naar boven naar de zolder waarop een afgetimmerde slaapkamer.

Rijtje in de Madeliefstraat om te laten zien hoe die brede ramen duidelijk niet bij de bouwstijl uit 1906 passen

Zes van de stellen ramen aan de oneven en drie aan de even kant zijn inmiddels door grote doorzonramen vervangen zoals elders in de buurt al het geval is. Soms is dat netjes gedaan, met een rollaag erboven, soms is er wel erg sloridg met het vervangende metselwerk omgegaan. Er zit nergens glas-in-lood meer in de bovenramen (voorzover dat er al ingezeten heeft) en de deuren zijn allemaal afkomstig uit de bouwmarkt.

Foto van MAS 1 toen het bijna af was in 1940. Het vensterglas zit er nog niet in

De Madeliefstraat is de enige in de wijk die tot twee keer toe oorlogsschade heeft opgelopen. Het hoekhuis Tulpstraat 31 (oude nummering)-Madeliefstraat 1 is al in 1940 verwoest door een bom en in datzelfde jaar vervangen door een nieuw dubbel pand met een ingang in de Madeliefstraat in plaats van in de Tulpstraat. Nummer 31 is daar nu het nummer naast de deur van het hoekhuis aan de overkant van de straat.

MAS 18-20 in de saaie jaren vijftig bouwstijl, de huizen waren wel 1,5 keer de breedte van de oorsppronkelijke 18-22

De laatste drie huizen van de even kant (18-22) zijn later in de oorlog, in 1945, gebombardeerd. Ze zijn in 1953 vervangen door twee nieuwe (18-20).

Bewoners voor het open stuk na het bombardement, ca 1947-48. Op de achtergrond de huizen van Woningzorg aan de Dubbeldamseweg

De foto boven dit blog dateert van ongeveer 1980, hoewel er al de nodige brede ramen inzitten, zijn nog lang niet alle dakkapellen vervangen.

Wordt vervolgd

Naar boven

De Leliestraat 2

De even kant van de straat is, net zoals de Bloemstraat, in kleine stukjes bebouwd. Ik denk dat, gezien de geprofileerde sluit- en aanzetstenen, die erg lijken op die aan sommige panden aan de Dubbeldamseweg, van tussen 1893 en 1897-98 dateren. Met name de beide panden met de trapgevels (18-20) en de beide huisjes ernaast op 22 en 24 zijn in een keer gebouwd (of vlak na elkaar) in een afwijkend baksteenverband: staand verband. De rest van de straat is in kruisverband gemetseld, net als het overgrote deel van de wijk.

LES 18-24 die waarschijnlijk tegelijk of vlak na elkaar gebouwd zijn

Het rijtje met de eenvoudige, getoogde strekken (2-4) lijkt op die in de Bloemstraat (1-9) en de hoek Rozenstraat-Dubbeldamseweg uit 1895. De deuren hebben hier echter geen gemetselde muurdam ertussen, maar een houten stijl, zodat ze vlak naast elkaar zitten. De brede ramen – een slagje breder dan die in de Bloemstraat – in deze panden zullen er vanaf het begin in hebben gezeten, want de strekken lijken niet opnieuw gemetseld. De roedeverdeling in de ramen is wel gemoderniseerd.

LES 2-4 met huizen die op die in de Bloemstraat lijken

De nummers 14 en 16 doen denken aan de huizen aan de oneven kant en lijken me er iets later tussengezet, dus ca 1900-1901. De huizen met de nummers 6-12 met hun platte, betonnen sluit- en aanzetstenen hebben wat weg van de overkant, maar zijn eenvoudiger, zonder speklagen. Ik zou ze op nog iets vroeger dateren: 1894-1896 bijvoorbeeld.

LES 14-16 die erg lijken op de huizen er tegenover

Bij 10 en 24 zijn de brede ramen nieuw en is er nogal ingrijpend omgesprongen met het metselwerk eromheen, in 24 lijkt de hele gevel te zijn vervangen en valt daardoor behoorlijk uit de toon. Er zitten ook hier nergens meer originele deuren in en alle glas-in-lood is verdwenen. Hier zijn ook overal brede dakkapellen gemaakt, waarvan er niet een hetzelfde is. De roedeverdeling in de gewone ramen lijkt nog een beetje op de oude, maar is dikwijls wel gemoderniseerd, en soms is het hout in het hele raam door kunststof vervangen. Kortom: een  flink aangetaste rij.

LES 6-12, met een flink detonerend raam

Dit is een in hoofdzaak technisch verhaal geworden, want er is verder niet veel bijzonders over de Leliestraat te vertellen. Ik weet niet wie er gebouwd hebben, er zijn geen bijzondere bewoners bekend en er zijn geen afwijkende panden, behalve het hoekpand 26-28, maar daar kom ik later op terug. Er hebben in het begin van de eeuw, net zoals elders in de Bloemenbuurt, wat politieagenten maar voornamelijk arbeiders gewoond. Onder hen waren smeden, blikslagers, wat spoorpersoneel, kantoorbedienden, bakkersknechts, etc. Kleine luiden dus.

De Leliestraatbewoners in het adresboek van 1906

Boven het blog ziet u een gezicht in de Leliestraat vanaf de Dubbeldamseweg met nog twee van zijn bewaarde winkels. De foto is uit de herfst van 2021 en de winkel rechts is inmiddels een verloskundigenpraktijk geworden.

Naar boven

De Leliestraat 1

De straat kreeg zijn naam dus begin 1905, maar toen woonden er al mensen. In 1901 was de hele straat al bewoond; er waren maar een paar huizen die leeg stonden. In 1903 staat hij, samen met de Bloemstraat op, de stadsplattegrond. De Rozen- en de Madeliefstraat zijn volgens die kaart dan nog niet bebouwd, maar dat is misschien niet helemaal waar. Ik kom daar in een paar andere blogs op terug.

De Bloemenbuurt zoals hij in 1902-03 op de nieuwe stadskaart kwam

Het is tegelijk wel een teken dat die hele rij aan de oneven kant vanaf de bakker op de hoek met de Dubbeldamseweg tot aan die met de Tulpstraat in dat jaar al klaar was. Sterker nog: om de hoek in de Tulpstraat werden nog vier huizen in dezelfde stijl gebouwd, zodat er aan die kant eigenlijk veertien plus vier huizen stonden. Wat overeenkomt met het aantal huizen dat vanaf de weg doorgenummerd werd. Zie boven dit blog de onneven kant van de straat in 1973.

Het even gedeelte bevat tot de hoek met de weg vijftien nummers die allemaal iets ouder lijken dan de overkant, behalve de nummers 14-16, maar daar kom ik later op terug. De geprofileerde sluit- en aanzetstenen verraden hun ouderdom. Het hoge pand op de hoek met de Dubbeldamseweg verdient hierbij een aparte behandeling. Die stel ik nog even uit.

Schema van een gemiddelde tuitgevel

De Leliestraat bestaat aan de oneven kant (1-27) sinds 1901 uit een rij van veertien identieke eensgezinshuizen met wat variatie in de gevels. Tussen elk van de twee huizen met een goot waaruit een dakkapel oprijst, staat er één met een tuitgevel met een geprofileerde rand of rollaag. Een tuitgevel is een puntgevel met onderaan zogenaamde ‘schouders’ of horizontale stukjes, en bovenaan een hals of tuitstuk. Het verschil met echte tuitgevels is dat hier de tuit een uitgeholde cirkel is. In elk van die cirkels staat een cijfer: 1 – 9 – 0 – 1.

De gevel met de ronde ’tuit’ met een cijfer erin

De ramen en deuren hebben nogal aparte strekken erboven die elk een extra lange sluitsteen hebben en waarbij de aanzetstenen even langs de venster- of deuropening naar beneden ‘zakken’. De strek zelf is niet mooi gebogen maar strak schuin omhoog lopend naar de sluitsteen. Dat is uniek in de hele wijk. In de tuitgevels zit naast de onderkant van het bovenraam aan weerszijden nog een ‘neutje’ maar in de rest van de gevels lopen door de hele rij daar speklagen van beton, ook aan de boven- en onderkant van de ramen. Ook de strekstenen zijn van beton, vlak en niet meer geprofileerd zoals in de late 19e eeuw.

De strek in driehoekvorm, links en rechts de aanzetten van een speklaag

Oorspronkelijk hadden de gewone huizen een smalle dakkapel (zie de foto bovenaan dit blog), maar die zijn inmiddels vervangen door moderne, veel bredere exemplaren die de straat een heel ander, en rommeliger aanzicht geven. Alleen in één van de vergelijkbare huizen in de Tulpstraat, op nummer 13, staat er nog één. Er zitten verder geen originele deuren of glasdecoratie meer in de huizen, zoals die op een fotootje van vóór 1935 hieronder nog zijn te zien.

ROS 5 in de jaren dertig met de raamdecoratie

Natuurlijk is de rij in een keer bebouwd, maar niet bekend is door wie, want de vergunning en plannen ervoor zijn niet bewaard gebleven. Ik houd me aanbevolen voor informatie hierover.

Wordt vervolgd

Naar boven