Een uitleg en een excuus

Zoals ik in de homepagina van de website Krisisinkrispijn schrijf was het plakken van gele isolatieplaten op een huis op de hoek van Mauritsweg en Sophiastraat de druppel die bij mij een emmer over deed lopen. Ik loop al ruim drie jaar door de wijk en zie steeds meer tekenen van verwaarlozing van huizen en soms ook de buitenruimte. Dat is in andere steden en dorpen dikwijls het begin geweest van afbraak en nieuwbouw. Daarbij werd en wordt zelden gelet op bouwkundige en bouwhistorische kwaliteit van wat afgebroken werd. Ook in Dordrecht zijn daar voorbeelden van. Al in de 19e eeuw gingen hele stukken binnenstad tegen de vlakte, waar nu zeer nostalgisch over wordt gedaan: hadden we die nog maar. De sanering van diezelfde binnenstad in de jaren ’60 is een recenter voorbeeld. Nog steeds kunnen oudere Dordtenaren treuren over wat toen verdween, met bovenaan het verlieslijstje het oude postkantoor.

Ik heb, uit hobby, maar ook omdat ik wat bouwhistorische kennis heb, de waarde van de wijk Nieuw-Krispijn-Oost leren zien. Door onderzoek te doen (ik ben historicus) kwam ik erachter dat wat hier staat uniek is. In ieder geval uniek in Dordrecht, maar als delen van straten zoals die hier bebouwd zijn in Amsterdam zouden liggen, ze die daar in toeristische routes zouden opnemen. Maar tegelijk met de esthetische waarde (het is hier gewoon mooi) zag ik ook de verwaarlozing en het verdwijnen van originele elementen door moderne invullingen zoals kunststof dakkapellen of Praxis-deuren. Ik heb het al gehad over afbraak van wijken als de verkrotting te ver doorslaat (zoals in het witte dorp in het aangrenzende deel van Nieuw-Krispijn), maar ik maakte me ook zorgen over de kamerverhuurders en huisjesmelker die niks aan hun panden doen en de boel laten verloederen. Totdat zo’n pand van ellende in elkaar stort of vanwege een erin gevestigde illegale hennepkwekerij in de fik vliegt (is aan de Dubbeldamseweg gebeurd). Ik vind dat dat niet mag gebeuren. En velen in de wijk en erbuiten met mij.

Mauritsweg 22-24 is zo op de voorgrond gekomen omdat het wel een heel erg opvallend voorbeeld is van wat er nog meer mis kan gaan. Niet goed of volledig gerepareerde lekkages of regeninslag via kapotte voegen in het muurwerk kunnen fataal zijn voor het hele rijtje. Dat het al vijf voor twaalf is kan je zien aan de stalen banden die de hoek bij elkaar moeten houden. Een laag isolatie op de buitenmuren plakken is geen oplossing. Het ziet er niet uit (en steenstrips erop nog minder) en het helpt niet; de effecten van de lekkages blijven gewoon doorgaan. Gelukkig wordt nu in ieder geval die isolatie weggehaald. Hoe het verder gaat weet ik niet.

Ik wil in ieder geval mijn excuses maken aan lezers van de website en de blogs. Maar ook aan de bewoners van het bewuste pand over het feit dat het lijkt of ik maar doorga met hameren op dat ene huis. Dat is schijn. Ik schreef al dat het de aanleiding was voor de website en de blogs. Die aanleiding zal binnenkort verdwijnen en dan komt op de homepagina de geschiedenis van Nieuw-Krispijn te staan. De foto gaat dan ook weg.

In de blogs behandel ik groepjes huizen (en later misschien ook individuele) waarvan ik zeker weet dat ze in gevaar verkeren. Of waar het  wel goed mee gaat. Ik heb net het complex van Woningzorg gedaan en binnenkort doe ik het oudste  rijtje aan de oneven kant van de Dubbeldamseweg en de Bloemenbuurt. Nu ben ik bezig met wat ik de ‘verwaarloosde hoeken’ tussen de Hendrikstraat en de Sophiastraat noem. Daarin, jawel, staat ook Mauritsweg 22-24. Dat kan ik niet helpen, dat is toeval. Het lijkt of ik het erom doe en veel te veel aandacht schenk aan een pand waarin mensen wonen die het (misschien) ook niet kunnen helpen, maar dat is niet zo. Ik stalk niet, ik roddel niet, ik pest die mensen niet; het is een onderdeel van de lijst van huizen waarover ik bezorgd ben.

Ik dacht dat de Faceboek pagina’s van de groepen ’t Dordrecht van toen — Geschiedenis van een eiland en Dordrecht Oud En Nieuw een goede plek waren om te verwijzen naar mijn website waar mensen, Dordtenaren en anderen, wat over de geschiedenis van deze wijk kunnen leren. Of waar ze oog kunnen krijgen voor wat hier te zien is, om zich te kunnen realiseren dat dat de moeite waard is om te bewaren en te redden. Dat heb ik verkeerd ingeschat. Nu wordt het ‘propaganda bedrijven’ genoemd. En mensen vragen of ik wil stoppen met huizenbezitters te pesten. Er gaan zelfs al stemmen op om me uit die groepen te gooien. Dat zou ik jammer vinden, want ik ben bij die groepen veel aardige mensen tegengekomen die me hielpen vragen over bewoners, winkels en nijverheid te beantwoorden.

Vandaar dat ik beloof te stoppen met het aankondigen van nieuwe blogs of pagina’s op beide groepen. De mensen die wel mijn stukjes willen lezen kennen inmiddels de weg. Of anders praat het zich wel rond. De anderen die me een irritante bemoeial vinden zullen in ieder geval geen aankondigingen van mijn hand meer hoeven te lezen.

Nogmaals: mijn excuses naar de bewoners van Mauritsweg 22-24 toe, maar het is allemaal met de beste bedoelingen gedaan en geschreven.

Henk ’t Jong MA

De verwaarloosde hoeken 4

Inmiddels was de op de andere hoek, die met de Sophiastraat, een blok van drie boven- en benedenwoningen gebouwd. Het was weer Gerrit van Hoek die eind december 1920 een aanvraag voor een vergunning voor dit complex bij burgemeester en wethouders indiende. Het plan werd goedgekeurd en baas Hoek ging aan het bouwen. Na het fabriekje in de Hendrikstraat was dit waarschijnlijk het eerste rijtje woonhuizen dat hij na de oorlog weer aanpakte. Ongeveer tegelijkertijd bouwde hij namelijk nog een paar complexjes van vier of zes huizen in ongeveer dezelfde stijl in de Sophia- (1921) en de Frederikstraat (1921), gevolgd door de rij van twaalf huizen aan de overkant van de Mauritsweg/straat, de nummers 1-23 (1923). In 1924-25 bouwde hij ook het rijtje van twee dubbele en vijf enkele woningen aan de Frederikstraat dat uitkeek op het Emmaplein en de hoek omging van de Anna Paulownastraat. Hij had inmiddels wel concurrentie in de wijk, bijvoorbeeld van de aannemers Baers van het Weeshuisplein en Hijbeek en De Kluiver uit de Toulonselaan of de architecten Bakker en Van Herwijnen. De eerste twee bouwden tegelijk met hem, dus in 1921, de rest van even kant van de Mauritsstraat vol: tussen de Sophiastraat en de Frederikstraat (26-40) en tussen die laatste straat en het voetbalterrein (42-50).

De zijgevel in de Sophiastraat in zijn oorspronkelijke staat.
Let op de witte vllekken.

Karakteristiek voor Hoeks jaren ’20 huizen waren de speelse baksteenrandjes, de vooruitspringende horizontale lijnen en de driehoekig uit de muur springende schoorstenen. Dat hebben de gelijktijdige huizenrijtjes van zijn collega’s veel minder. De zijkant van nr 22-24 aan de Sophiastraat is daarbij een geweldig voorbeeld van creativiteit met opgelegde platte lisenen met bovenaan grappige driehoekige afwerkingen. Elke keer als ik van het station naar huis fietste genoot ik weer van die muur. En nu zitten er foeilelijke gele kunststofplaten voor…

Een van de stalen banden die de hoek bij elkaar moeten houden.
De witte uitslag is hier nog veel ernstiger.

Niet alleen dat, maar voor die erop gingen waren er al een paar stalen banden om de hoek bevestigd. Was dat omdat het metselverband daar dreigde los te laten? Dat duidt op lange verwaarlozing van deze muur, waarschijnlijk na lekkages. Dat is ook te zien aan de akelige witte vlekken in het metselwerk rond die hoek en naar de achterkant toe. Het betekent ook dat deze verwaarlozing al lang aan de gang is en dat er al veel eerder dan juni 2023 ingegrepen had moeten worden. De bewoners klaagden trouwens al langer over schimmel en vocht.

De foeilelijke legpuzzel op de zijgevel. Hij begint al af te brokkelen.

Inmiddels is begin november 2023 door de Welstandscommissie de te laat ingediende vergunningsaanvraag geweigerd en moet de eigenaar-bewoner de isolatie verwijderen. Hij heeft daar zes weken voor, dus tot de week voor kerst. Als dat niet gebeurt wordt er ‘gehandhaafd’. Wat dat precies inhoudt is mij niet bekend, maar het woord dwangsom viel al. Ik zal in deze blogs de ontwikkelingen blijven volgen en de resultaten aan mijn lezers doorgeven.

Laatste nieuws!

Mevrouw De Heer meldde me dat men al een paar dagen bezig was de platen van de zijgevel te verwijderen. Direct gaan kijken en ja, men is aan het werk, maar wat er onder vandaan komt ziet er niet best uit. Mevrouw De Heer was er ook met haar hondje en we hebben er even een bezorgd gesprekje over gehad. Foto’s gemaakt in het verdwijnende licht en een beginnende regenbui. U ziet er een paar hieronder.

Even een paar dagen niet naar buiten vanwege de herfstbuien en dan mis je zo’n ontwikkeling. Ik ben dankbaar voor mijn lezers die me dan tippen. Het blog begint in de buurt te leven!

Nr 10-12, een latere variatie op 14-24.

Tussen Mauritsweg 8 en 14 bleef een gat. Pas in 1926-27 zou dat gevuld worden door een dubbel woonhuis dat de nummers 10-12 zou krijgen. De architecten Bakker en Van Herwijnen hadden waarschijnlijk van de eigenaren Jacobs en Kortman van het hoekpand opdracht gekregen om hun ontwerp goed bij het blokje van baas Hoek aan te laten sluiten. Dat deden ze inderdaad. Allerlei details komen overeen met die van de buren. Zelfs de indeling, de deuren en de plaatsing van de kozijnen klopt, alleen is alles net even iets eenvoudiger van opzet en net wat minder speels.

De verwaarloosde hoeken 3

In datzelfde jaar werden op de begane grond van het huis aan de Mauritsweg twee woningen gemaakt. Het linkerappartemen had zijn ingang aan de Hendrikstraat 1, het rechter kreeg een ingang naast de beide voordeuren 4 en 6 van de bovenwoningen en kreeg als nummer Mauritsweg 8. Hiervoor werd in de aanbouw van de genoemde beuk achter nr 1 een slaapkamer gemaakt en achter 8 een keuken. De balkons werden in het midden wat minder diep en dat zijn ze nog. De pakhuizen en kantoren waren verleden tijd. De beide deuren 4-6 zitten er nog, met hun zijraampjes. De deuren zijn inmiddels ‘modern’ en de roedeverdelingen en het glas van de zijramen zijn veranderd, behalve die van het bovenlicht van nr 6. In het onderzijraam zit daar zelfs nog een origineel houten pilastertje.

Als je dichterbij de huizen komt kan je pas goed zien wat er mis is

Nog waren de veranderingen niet afgelopen. Al in 1932 werd door eigenaar van de pand nr 6, B. van der Eijk, vergunning aangevraagd om de woning op nr 8 uit te breken. Van der Eijk was slager aan de Dubbeldamseweg 49, nu 71, en wilde er een beenderopslag van maken. Hiertoe werden op de plaats van de voordeur en het raam van nr 8, twee dubbele inrijdeuren geplaatst. Hoe hygiënisch een dergelijke bewaarplaats in een woningrij was is de vraag. Nu is de ruimte achter die deuren leeg, al is er in het verleden wel eens een groentehal in geweest. De 4 deuren zijn vervangen door twee paar dubbele vouwdeuren.

Inmiddels zijn alle ramen in het linkerpand van kunststof. Het rechterpand heeft nog houten kozijnen, maar het meeste verfwerk, tot aan de dakramen toe, is zwaar verwaarloosd. Inclusief het originele bovenlicht en het zijraam van de voordeur van nr 6. Overal zitten moderne deuren in. Ik heb een vermoeden dat er misschien achter de plaat board op de deur van nr 6 nog een  origineel exemplaar zit, maar ga dat maar eens nakijken. De muren zijn niet bijgehouden en algehele de staat van het onderhoud van de gevels zowel aan de Hendrikstraat als de Mauritsweg is belabberd. En dat terwijl de hoekoplossing met zijn prachtige metselwerk een stuk bouwkunst is dat als monumentaal zou moeten worden beoordeeld.

De verwaarloosde hoeken 2

Dat industriële van het begin van de Hendrikstraat is tot nu toe gebleven. Nog steeds is er een florerend garagebedrijf op de plek waar in 1919 werd begonnen met fabrieksbouw (zie hierboven). Maar het begon heel anders. Achter het hoekpand kwam in dat jaar een nieuw gebouw op wat nu Hendrikstraat 3-5 is: een rijwielfabriek. Hij werd gebouwd voor Ruth Cornelis Woerdenbag (met een g!) (1882-1941). Hij maakte fietsen in allerlei maten en gaf ze de merknaam Wantij. Er is nauwelijks wat terug te vinden over dat merk. Ik houd me aanbevolen voor plaatjes, merken en/of  advertenties en ander reclamemateriaal.

Wantij Magazijn aan de Blekersdijk 37 (toen 25)

Sinds ongeveer 1900 dreven de Woerdenbags een rijwielwinkel op de hoek van de Blekersdijk-Wilhelminastraat (nr. 19, vernummerd naar 25), die in de late jaren twintig naar de overkant verhuisde naar Blekersdijk 36. Ruths zoon David zette in ca 1950 de zaak voort en vestigde er een fietsenstalling achter, die gedreven werd door zijn compagnon Jac. Lakerveld. Hij had het merk Wantij kort na de oorlog wettig gedeponeerd. De zaak bleef bestaan tot 1975. Aan het opschrift boven de etalages is te zien dat de familie zijn naam inmiddels met ‘ch’ aan het eind schreef. De tak die als schoenmaker aan het Kromhout was begonnen en op den duur een zadelmakerij (met hondenriemen als specialiteit!) op de hoek Grotekerksbuurt-Raadhuisplein ging hier in mee en is nog steeds in de stad een begrip als een echte Dordtse, maar inmiddels opgeheven, lederwarenwinkel.

De zaak aan de overkant van de Blekersdijk op nr 36, toen 20.
De ingang naar de rijwielstalling is nog net te zien.

Raad eens wie die loods in 1919 ging bouwen als een van de eerste panden die hij na de wereldoorlog weer aan ging pakken: dat was baas Hoek. Het was een eenvoudig, laag gebouw van 9 x 24 m, verdeeld in 8 beuken die van buiten zichtbaar waren in verdiepte nissen. In de tweede en de zevende beuk zat een dubbele deur en er zaten ramen in de andere beuken. In de laatste, tegen het huis aan, zat een kantoortje, een magazijn en een portaal met wc, en de gang naar het hoekhuis.

In 1926 werd er weer verbouwd. Inmiddels waren de heren Jacobs en Kortman uit de Javastraat eigenaren van dit hoekcomplex. Dat het rijwielfabriekje inmiddels weg was blijkt uit het feit dat het deels werd gesloopt. De meest rechtse beuk werd bij het huis Mauritsweg 4-Hendrikstraat 1 getrokken en erop kwamen balkons voor de bovenwoningen. De volgende twee beuken werden afgebroken. Daar kwam een lage tuinmuur met een dubbel hek naar het erf achter het huis. De vijf overblijvende beuken bestaan nog steeds en vormen de garage van Albert’s Autobedrijf op nr 5. Zie bovenaan dit blog. Er zijn natuurlijk brede garagedeuren in gekomen, maar ertussen zit nog steeds een van de originele ramen. Het raam in de aanbouw is inmiddels verkleind en omgeven door slordig metselwerk.

Wordt vervolgd.

De verwaarloosde hoeken 1

De Hendrikstraat, de Sophiastraat en de Frederikstraat waren zijstraten van de Mauritsstraat (nu de Mauritsweg). Voor 1912 waren de eerste twee aan beide kanten bebouwd met rijen burgerwoningen en de Frederikstraat aan de oostkant, de even kant. Langs de westkant lag nog een tamelijk brede sloot en daarna begonnen de weilanden. Langs de Mauritsstraat stond nog niets. Alleen de gashouder en het slachthuis waren op terreinen die aan de Marketteweg grensden gevestigd. De straat zelf fungeerde als toegangsweg voor het voetbalterrein van DFC.

Het begin van de Hendrikstraat, vanaf die Mauritsstraat gezien, was een klein industrieel gebiedje. Fabriekjes en werkplaatsen waren er door de hele stad, maar hier, in de nieuwbouwwijk, onstond een bedrijvig stukje Krispijn. Aan de oneven kant was al sinds 1907 vanaf het huidige nummer 7 bebouwing. Aan de overkant stond alleen een koekbakkerij uit 1910 met bovenwoningen op de nummers 10-18 en een rij huizen tot aan de Emmastraat met de nummers 22-50 die waarschijnlijk een aantal jaren na 1909 (1910-11?) door baas Hoek zijn gebouwd. De eigenaar van de bakkerij, Van Sliedregt, zou in juni van datzelfde jaar 1912 een bouwvergunning aanvragen voor het kapitale pand op de hoek, Mauritsweg 2, met een bij het bestaande koekfabriekje aansluitende uitbreiding van de bakkerij plus een magazijn. Een bakkerijbuurtje dus, waar het bij tijden lekker moet hebben geroken.

Ook in de andere straten waren tussen de woningen dergelijke nijverheidsgebouwen. Aan de oneven kant van de Sophiastraat, van 25-51, en de even kant, van 8 -36, waren beide in 1908 begonnen, eveneens door baas Hoek. Die zou in datzelfde jaar voor zichzelf ook een werkplaats met bovenwoning en ernaast een breed huis met werkplaatsen en 2 bovenwoningen bouwen. Nu zouden die nrs. 17-23 hebben, maar toen waren het de nummer 11-17. Ik zal daar later in een blog aandacht aan schenken.

In de Frederikstraat, tenslotte, bouwde van Hoek allemaal in datzelfde jaar nog de rij huizen met nummers 10-36. Maar de koppen van de straten, die op plattegronden steeds als gemeentegrond werden aangeduid, bleven leeg.

Tekening van de achterkant van Oranjepark 12, de voorkant ligt aan de Toulonselaan.

Coenraad Jan den Duijtsen (1875-1916) was een welvarende handelaar in brandstoffen. Hij bewoonde het in 1898 gebouwde herenhuis Oranjepark 12, het middelste in een rijtje van drie. Het staat er nog steeds. Hij had behoefte aan opslagruimte voor zijn koopwaar en diende eind januari 1912 bij de gemeente een aanvraag in voor een bouwvergunning met bijbehorende tekeningen. Het zou een pakhuis worden met twee bovenwoningen op de hoek van Hendrikstraat en Mauritsstraat. P. van Driel, die een bouwbedrijf had aan de Spuiweg, zou als aannemer en uitvoerder fungeren. De vergunning kwam 22 februari 1912 rond en waarschijnlijk is het pand in dat jaar op die hoek gebouwd. Zie deze versie van het gebouw bovenaan dit blog, getekend naar de originele bouwtekening uit 1912.

Het gebouw was ongeveer 10 x 11 m in oppervlak met een afgeschuinde kant op de straathoek. Het was opgetrokken in bruine baksteen met geel-bruin-gele speklagen, creatief vormgegeven hoekoplossingen en ingenieus gemetselde schoorstenen. De begane grond telde twee grote ruimten die bereikbaar waren via een dubbele deur op Hendrikstraat 1 en aan alle kanten werden de ruimten verlicht met hoogzittende kleine ramen. De bovenwoningen waren ruim, met kamers en-suite, grote ramen en vakkundig gemaakte voordeuren met bovenlichten. Aan de achterkant, in de Hendrikstraat, zat nog een grote poort met dubbele deuren die naar een bergruimte achter het huis leidde. Erop waren balkons voor de bovenwoningen.

De hoekoplossing met integrale schoorsteen.

Aan de jaartallen achter zijn naam is te zien dat Den Duijtsen in 1916 overleed; hij werd maar 41 en had geen kinderen. Of de zaken voordien al goed gingen is de vraag want in 1914 was er een aanvraag van overbuurman Van Sliedregt om achter het deel van het genoemde pand langs de Hendrikstraat nog een koekfabriek te bouwen. Dat plan is niet doorgegaan. Een paar jaar na de dood van Den Duijtsen vroeg de NV Machinefabriek Maas en Merwe een vergunning aan voor het vergroten van de ramen op de begane grond, het veranderen van deuren en het bouwen van een schoorsteen. Ze hadden daar een kantoor gepland.

Hendrikstraat 1-Mauritsweg 4-6 in 1920

Wordt vervolgd